Campus

Lichtekooien geyl van minne

Prostituee is het oudste beroep van de wereld. Dat maakt een overzicht van de volledige geschiedenis praktisch onmogelijk. Het Amsterdams Historisch Museum beperkt zich daarom met de tentoonstelling ‘Liefde te Koop’ tot de laatste 400 jaar.

Een bezoekje aan de Amsterdamse Wallen biedt een blik op een grotesk tafereel. Het is er zo expliciet en zo schaamteloos dat menigeen er zich geen raad mee weet. Toch zijn de Wallen als fenomeen enorm populair. De gemiddelde toerist kan het niet laten om bij een bezoek aan Amsterdam éven de Wallen op te gaan om zich te vergapen aan Neerlands’ liberale prostitutiebeleid. De wenkende en lokkende raamprostituees oefenen een grote aantrekkingskracht uit. Hele gezinnen, inclusief kleine koters, trekken in karavaan aan hen voorbij. Meestal staart vader daarbij gegeneerd naar zijn voeten. De meeste bezoekers hebben geen enkele intentie om gebruik te maken van de aangeboden diensten, sterker nog: ze zijn net zo gefascineerd door de hoer als door haar klanten.

Hoe is dit nou zo gekomen? Hoe heeft Amsterdam haar reputatie als prostitutiehoofdstad verworven? Het Amsterdams Historisch Museum, gevestigd aan de Nieuwezijds Voorburgwal, probeert met de tentoonstelling ‘Liefde te Koop’ een antwoord te geven.

‘Liefde te Koop’ toont een overzicht van vier eeuwen lichte zeden in Amsterdam. Het loopt van het gedoogbeleid vóór 1578, via een verbod in de zeventiende en achttiende eeuw, naar opnieuw gedogen in de negentiende eeuw en verbieden in het begin van de twintigste tot formele legalisering in 2000. De expositie is een verslag van eeuwen touwtrekken tussen moralisme en pragmatisme, tussen liberalisme en conservatisme.

Sjofel

De tentoonstelling combineert begeleidende teksten met schilderijen, prenten, foto’s en voorwerpen, gerangschikt naar periode. Zo ontstaat een compleet en divers beeld. Opmerkelijk is de grote hoeveelheid kunstwerken van gerenommeerde artiesten. Prostitutie speelt een belangrijke rol in kunst en literatuur. Het verboden en daarmee grensverleggende karakter ervan vormt een vruchtbare voedingsbodem. Voor de ’tachtigers’, schilders die van zich deden spreken in de jaren tachtig van de negentiende eeuw, was de kleurrijke werkelijkheid van de prostitutie op de Zeedijk een geliefd onderwerp. Breitner en Israëls behoren tot de bekendste vertegenwoordigers.

Hoewel kunstenaars de prostitutie als onderwerp nemen, zijn hun werken natuurlijk nooit een objectieve weergave. De schilderijen, tekeningen, foto’s en films kleuren de gebeurtenissen, verzachten ze een beetje. Het zijn, soms wervelende, weergaven van liederlijkheid en geilheid, maar ze geven geen gezicht aan de schaduwkant van het hoerenbestaan. Ook de films van Ed van der Elsken doen dat niet. Van der Elsken is duidelijk gefascineerd door de taferelen op de Wallen. Hij houdt van de gorigheid die hier aan de oppervlakte ligt. De dronken raddraaiers en de sjofele types. En daartussen de hoeren, die zich op zo’n bewonderenswaardige manier staande weten te houden. Zijn rolprenten uit de jaren zestig zijn prachtige tijdsbeelden.

Een van de indringendste foto’s is er een van de kamer van een hoer, begin twintigste eeuw. We zien een gammel bed, doorgezakt en smerig, op een kale zolderverdieping. De achterkanten van de dakpannen verraden een totaal gebrek aan comfort. Het moet daar ’s winters vreselijk guur zijn. Ergens hangt een theedoek te drogen, maar deze huiselijke toevoeging maakt het plaatje nog schrijnender. De bijbehorende tekst, uit een politierapport, rept van een aardappelmand die als bed dient voor de baby. Het is een foto die laat zien hoe dunnetjes het leven van een prostituee kan zijn.

Heroïne

Helemaal op het eind zien we de volstrekte troosteloosheid van tippelzones en afwerkplekken. Het lijkt wel of het daar altijd druilerig regent. In een soort provisorische bushokjes wachten prostituees op klanten, de afwerkplekken bestaan uit metalen schotten, waartussen klanten hun auto kunnen parkeren en hun gekochte diensten kunnen ontvangen. Het zijn deprimerende beelden, nog slechts overtroefd door foto’s van dakloze heroïnehoeren, die wat betreft naargeestigheid geen meerdere kennen.

‘Liefde te Koop’ schetst een evenwichtig beeld van de geschiedenis van de prostitutie in Amsterdam. Ze wordt niet mooier gemaakt dan ze is maar ook niet lelijker. Prostitutie brengt het slechtste en het beste in mensen naar boven. Op de Wallen staan wanhoop en vitaliteit pal naast elkaar. Er is smerigheid en onderdrukking maar ook humor en vooral kracht. De kracht van vrouwen die zich ondanks alles staande weten te houden, die zich in een mogelijk vijandige wereld een plaats weten te veroveren en, steeds mondiger, rechten weten af te dwingen voor zichzelf en hun collega’s.

Liefde te Koop is nog te bezichtigen tot 1 september 2002 in het Amsterdams Historisch Museum, Nieuwezijds Voorburgwal 357, Amsterdam.

Een bezoekje aan de Amsterdamse Wallen biedt een blik op een grotesk tafereel. Het is er zo expliciet en zo schaamteloos dat menigeen er zich geen raad mee weet. Toch zijn de Wallen als fenomeen enorm populair. De gemiddelde toerist kan het niet laten om bij een bezoek aan Amsterdam éven de Wallen op te gaan om zich te vergapen aan Neerlands’ liberale prostitutiebeleid. De wenkende en lokkende raamprostituees oefenen een grote aantrekkingskracht uit. Hele gezinnen, inclusief kleine koters, trekken in karavaan aan hen voorbij. Meestal staart vader daarbij gegeneerd naar zijn voeten. De meeste bezoekers hebben geen enkele intentie om gebruik te maken van de aangeboden diensten, sterker nog: ze zijn net zo gefascineerd door de hoer als door haar klanten.

Hoe is dit nou zo gekomen? Hoe heeft Amsterdam haar reputatie als prostitutiehoofdstad verworven? Het Amsterdams Historisch Museum, gevestigd aan de Nieuwezijds Voorburgwal, probeert met de tentoonstelling ‘Liefde te Koop’ een antwoord te geven.

‘Liefde te Koop’ toont een overzicht van vier eeuwen lichte zeden in Amsterdam. Het loopt van het gedoogbeleid vóór 1578, via een verbod in de zeventiende en achttiende eeuw, naar opnieuw gedogen in de negentiende eeuw en verbieden in het begin van de twintigste tot formele legalisering in 2000. De expositie is een verslag van eeuwen touwtrekken tussen moralisme en pragmatisme, tussen liberalisme en conservatisme.

Sjofel

De tentoonstelling combineert begeleidende teksten met schilderijen, prenten, foto’s en voorwerpen, gerangschikt naar periode. Zo ontstaat een compleet en divers beeld. Opmerkelijk is de grote hoeveelheid kunstwerken van gerenommeerde artiesten. Prostitutie speelt een belangrijke rol in kunst en literatuur. Het verboden en daarmee grensverleggende karakter ervan vormt een vruchtbare voedingsbodem. Voor de ’tachtigers’, schilders die van zich deden spreken in de jaren tachtig van de negentiende eeuw, was de kleurrijke werkelijkheid van de prostitutie op de Zeedijk een geliefd onderwerp. Breitner en Israëls behoren tot de bekendste vertegenwoordigers.

Hoewel kunstenaars de prostitutie als onderwerp nemen, zijn hun werken natuurlijk nooit een objectieve weergave. De schilderijen, tekeningen, foto’s en films kleuren de gebeurtenissen, verzachten ze een beetje. Het zijn, soms wervelende, weergaven van liederlijkheid en geilheid, maar ze geven geen gezicht aan de schaduwkant van het hoerenbestaan. Ook de films van Ed van der Elsken doen dat niet. Van der Elsken is duidelijk gefascineerd door de taferelen op de Wallen. Hij houdt van de gorigheid die hier aan de oppervlakte ligt. De dronken raddraaiers en de sjofele types. En daartussen de hoeren, die zich op zo’n bewonderenswaardige manier staande weten te houden. Zijn rolprenten uit de jaren zestig zijn prachtige tijdsbeelden.

Een van de indringendste foto’s is er een van de kamer van een hoer, begin twintigste eeuw. We zien een gammel bed, doorgezakt en smerig, op een kale zolderverdieping. De achterkanten van de dakpannen verraden een totaal gebrek aan comfort. Het moet daar ’s winters vreselijk guur zijn. Ergens hangt een theedoek te drogen, maar deze huiselijke toevoeging maakt het plaatje nog schrijnender. De bijbehorende tekst, uit een politierapport, rept van een aardappelmand die als bed dient voor de baby. Het is een foto die laat zien hoe dunnetjes het leven van een prostituee kan zijn.

Heroïne

Helemaal op het eind zien we de volstrekte troosteloosheid van tippelzones en afwerkplekken. Het lijkt wel of het daar altijd druilerig regent. In een soort provisorische bushokjes wachten prostituees op klanten, de afwerkplekken bestaan uit metalen schotten, waartussen klanten hun auto kunnen parkeren en hun gekochte diensten kunnen ontvangen. Het zijn deprimerende beelden, nog slechts overtroefd door foto’s van dakloze heroïnehoeren, die wat betreft naargeestigheid geen meerdere kennen.

‘Liefde te Koop’ schetst een evenwichtig beeld van de geschiedenis van de prostitutie in Amsterdam. Ze wordt niet mooier gemaakt dan ze is maar ook niet lelijker. Prostitutie brengt het slechtste en het beste in mensen naar boven. Op de Wallen staan wanhoop en vitaliteit pal naast elkaar. Er is smerigheid en onderdrukking maar ook humor en vooral kracht. De kracht van vrouwen die zich ondanks alles staande weten te houden, die zich in een mogelijk vijandige wereld een plaats weten te veroveren en, steeds mondiger, rechten weten af te dwingen voor zichzelf en hun collega’s.

Liefde te Koop is nog te bezichtigen tot 1 september 2002 in het Amsterdams Historisch Museum, Nieuwezijds Voorburgwal 357, Amsterdam.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.