Campus

Literair is voor iedereen

Een soepel jazzdeuntje komt me tegemoet als ik de gewelven van de Koornbeurs betreed. Kaarslicht, flessen wijn en kaasplankjes. Dit keer eens niet een overgeorganiseerde avond, maar een verpozen in het kader van poëzie en proza.

Een gemengd publiek, van studenten tot de wat oudere medeburger, luistert naar auteurs die voordragen uit eigen werk.

,,Een literaire avond klinkt deftig, maar dat moet het niet zijn vanavond”, opent de showmaster van vanavond, René Broeders, die zelf ook dicht. ,,Literair is voor iedereen.”

Een van de dichters is Frederik de Wit, student Technische Natuurwetenschappen. ,,Foto…(stilte)… eens geschoten… altijd raak….” De lichten zijn gedimd, de wierook is aangestoken en de thee is opgedronken. De Wit heeft sterke teksten, die wat tijd nodig hebben om door te dringen. Die tijd geeft hij door middel van lange stiltes tussen de bedrijven door. ,,Ik vind het wel een beetje langdradig zo”, fluistert iemand een paar stoelen verderop.

Een rommelige, dikke, zwetende dichter die een gedicht over de chaostheorie voordraagt: ,,Ik weet er niet zo veel van, behalve dan dat ik zelf chaotisch ben”, mijmert Jan Boerkoel, die pakkende poëzie voordraagt. Een huisvrouw met proza over relaties, een artistiek uitziende dame over haar leven, een wijze man op leeftijd; ze zijn er allemaal.

Ik zeg tegen mijn buurman dat ik de gedichten niet begrijp. Hij knikt begrijpend. Maar denkt hij hetzelfde of vindt hij mij gewoon een domme cultuurbarbaar? Ik geniet van de gedichten. Van de klanken, het ritme en de grappen. Maar begrijpen doe ik ze niet. Zelfs een gedicht in het Papiamento van Henry Habibe, die een halfjaar geleden van Aruba naar Delft is verhuisd, vind ik mooi klinken. Mooie, puntige articulatie. Gelukkig maar dat hij de betekenis van tevoren heeft vertaald.

Yvonne Kroonenberg en Menno Wigman zijn de eregasten.

Kroonenberg leest met veel humor voor uit eigen werk, over de verschillen tussen mannen en vrouwen. ,,Ik zou een goede kerel zijn geweest”, betoogt ze, ,,want ik val ook flauw bij de dokter als ik een prik moet halen. Wel vervelend dat je als man nooit wordt opgemerkt als je over straat loopt. Vrouwen worden altijd van top tot teen opgemeten.”

Wigman citeert uit het hoofd gedichten en geeft naast zijn fijne gevoel voor metrum en klank ook blijk van zelfkritiek: ,,Poëzie is geen vorm van naastenliefde, maar iets dat je met een handvol hopeloze idioten deelt. Ik verbeeld me niets / wanneer ik met dit hoopje drukwerk vierenzestig / lezers kwel of, erger nog, twee bomen vel.”

Een soepel jazzdeuntje komt me tegemoet als ik de gewelven van de Koornbeurs betreed. Kaarslicht, flessen wijn en kaasplankjes. Dit keer eens niet een overgeorganiseerde avond, maar een verpozen in het kader van poëzie en proza. Een gemengd publiek, van studenten tot de wat oudere medeburger, luistert naar auteurs die voordragen uit eigen werk.

,,Een literaire avond klinkt deftig, maar dat moet het niet zijn vanavond”, opent de showmaster van vanavond, René Broeders, die zelf ook dicht. ,,Literair is voor iedereen.”

Een van de dichters is Frederik de Wit, student Technische Natuurwetenschappen. ,,Foto…(stilte)… eens geschoten… altijd raak….” De lichten zijn gedimd, de wierook is aangestoken en de thee is opgedronken. De Wit heeft sterke teksten, die wat tijd nodig hebben om door te dringen. Die tijd geeft hij door middel van lange stiltes tussen de bedrijven door. ,,Ik vind het wel een beetje langdradig zo”, fluistert iemand een paar stoelen verderop.

Een rommelige, dikke, zwetende dichter die een gedicht over de chaostheorie voordraagt: ,,Ik weet er niet zo veel van, behalve dan dat ik zelf chaotisch ben”, mijmert Jan Boerkoel, die pakkende poëzie voordraagt. Een huisvrouw met proza over relaties, een artistiek uitziende dame over haar leven, een wijze man op leeftijd; ze zijn er allemaal.

Ik zeg tegen mijn buurman dat ik de gedichten niet begrijp. Hij knikt begrijpend. Maar denkt hij hetzelfde of vindt hij mij gewoon een domme cultuurbarbaar? Ik geniet van de gedichten. Van de klanken, het ritme en de grappen. Maar begrijpen doe ik ze niet. Zelfs een gedicht in het Papiamento van Henry Habibe, die een halfjaar geleden van Aruba naar Delft is verhuisd, vind ik mooi klinken. Mooie, puntige articulatie. Gelukkig maar dat hij de betekenis van tevoren heeft vertaald.

Yvonne Kroonenberg en Menno Wigman zijn de eregasten.

Kroonenberg leest met veel humor voor uit eigen werk, over de verschillen tussen mannen en vrouwen. ,,Ik zou een goede kerel zijn geweest”, betoogt ze, ,,want ik val ook flauw bij de dokter als ik een prik moet halen. Wel vervelend dat je als man nooit wordt opgemerkt als je over straat loopt. Vrouwen worden altijd van top tot teen opgemeten.”

Wigman citeert uit het hoofd gedichten en geeft naast zijn fijne gevoel voor metrum en klank ook blijk van zelfkritiek: ,,Poëzie is geen vorm van naastenliefde, maar iets dat je met een handvol hopeloze idioten deelt. Ik verbeeld me niets / wanneer ik met dit hoopje drukwerk vierenzestig / lezers kwel of, erger nog, twee bomen vel.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.