Voor drie punten gaat de studentenraad zich hard maken bij de discussie over de onderwijsportfolio: kwaliteitsgarantie, afstudeergarantie en het voorkomen van een wildgroei aan masters.
/strong>
De afgeronde discussie over de onderzoeksportfolio vormt voor de studentenraad de plattegrond voor het overleg voor de onderwijsportfolio. Maar meer is deze niet, aldus Constantijn Berning, voorzitter van de sr. ,,Bij de onderzoeksportfolio zijn de gevolgen voor het onderwijs niet echt geconcretiseerd. Decanen en onderwijsdirecteuren gaven met een zekere regelmaat aan dat de gemaakte keuzen consequenties voor het onderwijs kunnen hebben maar wat die precies konden zijn, werd ons niet duidelijk. Facultaire studentenraden, van faculteiten waar onderzoeksgroepen worden opgeheven, weten evenmin wat de gevolgen voor het onderwijs zijn. Het is aannemelijk dat het onderwijs bij de opgeheven groepen ook verdwijnt. Het college van bestuur betwist dat echter en stelt dat die 1-op-1-relatie niet vaststaat. In de toekomstige discussie zal duidelijk worden wat precies de vastgestelde onderzoeksportfolio voor de opleidingen betekent.”
De sr is wel tevreden dat de onderwijsportfoliodiscussie direct op die van de onderzoeksportfolio volgt. Berning: ,,Wij hadden zelf liever gezien dat ze parallel aan elkaar liepen. Dat bleek onmogelijk. Het college van bestuur wil veranderingen % de Strategienota is tenslotte niet voor niets geschreven – en wij vinden het goed als deze met een vlot tempo worden doorgevoerd. Stilstaan als je een besluit hebt genomen is niet zinvol.”
Tegenwicht
In de discussie over de onderwijsportfolio is een lange en een korte termijn te onderscheiden. De korte termijn spitst zich toe op de masters die aanstaande september van start gaan. ,,Tot 1 juli kunnen de opleidingen voorstellen voor deze masters indienen”, vertelt Berning. ,,Het is ons samen met de ondernemingsraad gelukt om hiervoor instemmingsrecht te verkrijgen. Dat is niet zonder slag of stoot gegaan maar wij vonden het een redelijke eis en hebben deze doorgezet. Over de voorgestelde masters zullen wij een advies uitbrengen in de eerste weken van juli.”
De discussie op de lange termijn zal gaan over het totaalbeeld van het onderwijs. Deze wordt onder de loep genomen door een werkgroep van vier tot vijf hoogleraren. Hierin zal ook een student % waarschijnlijk niet afkomstig uit de sr – zitting nemen. Berning: ,,Wij hebben daar onze twijfels over. Het lijkt ons moeilijk voor een student zonder centrale ervaring om de hele TU te overzien en het zal niet meevallen aan vijf hoogleraren tegenwicht te bieden.”
Bij de beoordeling van de onderwijsportfolio zal de sr aandacht vragen voor de afstudeergarantie. ,,Wij vinden dat de huidige studenten, ondanks het opheffen van een aantal onderzoeksgroepen, toch eventueel in de door hun gekozen afstudeerrichting moeten kunnen afstuderen. Met die verwachting hebben zij immers voor de TU gekozen. In het geval dit niet mogelijk is dan moeten er goede alternatieven aangeboden worden.”
In strategisch opzicht wil de sr ervoor waken dat er geen wildgroei van masters ontstaat. ,,Wij vinden dat deze kwalitatief hoogstaand en zinnig onderwijs moeten bieden. De sr wil niet dat er in de eerste plaats voor de markt masters geselecteerd worden om zoveel mogelijk studenten te lokken. De sr vindt dat zij een werkelijke verdieping van een technisch onderwerp moeten bieden.”
Voor drie punten gaat de studentenraad zich hard maken bij de discussie over de onderwijsportfolio: kwaliteitsgarantie, afstudeergarantie en het voorkomen van een wildgroei aan masters.
De afgeronde discussie over de onderzoeksportfolio vormt voor de studentenraad de plattegrond voor het overleg voor de onderwijsportfolio. Maar meer is deze niet, aldus Constantijn Berning, voorzitter van de sr. ,,Bij de onderzoeksportfolio zijn de gevolgen voor het onderwijs niet echt geconcretiseerd. Decanen en onderwijsdirecteuren gaven met een zekere regelmaat aan dat de gemaakte keuzen consequenties voor het onderwijs kunnen hebben maar wat die precies konden zijn, werd ons niet duidelijk. Facultaire studentenraden, van faculteiten waar onderzoeksgroepen worden opgeheven, weten evenmin wat de gevolgen voor het onderwijs zijn. Het is aannemelijk dat het onderwijs bij de opgeheven groepen ook verdwijnt. Het college van bestuur betwist dat echter en stelt dat die 1-op-1-relatie niet vaststaat. In de toekomstige discussie zal duidelijk worden wat precies de vastgestelde onderzoeksportfolio voor de opleidingen betekent.”
De sr is wel tevreden dat de onderwijsportfoliodiscussie direct op die van de onderzoeksportfolio volgt. Berning: ,,Wij hadden zelf liever gezien dat ze parallel aan elkaar liepen. Dat bleek onmogelijk. Het college van bestuur wil veranderingen % de Strategienota is tenslotte niet voor niets geschreven – en wij vinden het goed als deze met een vlot tempo worden doorgevoerd. Stilstaan als je een besluit hebt genomen is niet zinvol.”
Tegenwicht
In de discussie over de onderwijsportfolio is een lange en een korte termijn te onderscheiden. De korte termijn spitst zich toe op de masters die aanstaande september van start gaan. ,,Tot 1 juli kunnen de opleidingen voorstellen voor deze masters indienen”, vertelt Berning. ,,Het is ons samen met de ondernemingsraad gelukt om hiervoor instemmingsrecht te verkrijgen. Dat is niet zonder slag of stoot gegaan maar wij vonden het een redelijke eis en hebben deze doorgezet. Over de voorgestelde masters zullen wij een advies uitbrengen in de eerste weken van juli.”
De discussie op de lange termijn zal gaan over het totaalbeeld van het onderwijs. Deze wordt onder de loep genomen door een werkgroep van vier tot vijf hoogleraren. Hierin zal ook een student % waarschijnlijk niet afkomstig uit de sr – zitting nemen. Berning: ,,Wij hebben daar onze twijfels over. Het lijkt ons moeilijk voor een student zonder centrale ervaring om de hele TU te overzien en het zal niet meevallen aan vijf hoogleraren tegenwicht te bieden.”
Bij de beoordeling van de onderwijsportfolio zal de sr aandacht vragen voor de afstudeergarantie. ,,Wij vinden dat de huidige studenten, ondanks het opheffen van een aantal onderzoeksgroepen, toch eventueel in de door hun gekozen afstudeerrichting moeten kunnen afstuderen. Met die verwachting hebben zij immers voor de TU gekozen. In het geval dit niet mogelijk is dan moeten er goede alternatieven aangeboden worden.”
In strategisch opzicht wil de sr ervoor waken dat er geen wildgroei van masters ontstaat. ,,Wij vinden dat deze kwalitatief hoogstaand en zinnig onderwijs moeten bieden. De sr wil niet dat er in de eerste plaats voor de markt masters geselecteerd worden om zoveel mogelijk studenten te lokken. De sr vindt dat zij een werkelijke verdieping van een technisch onderwerp moeten bieden.”
Comments are closed.