Een presentatie van je eigen boek over architectuur: voor een bouwkundedocent als Evert Kleijer is er geen mooiere manier om na veertig jaar lesgeven afscheid te nemen van de TU Delft.
‘De instrumenten van de architectuur: de compositie van gebouwen’ is een boek vol levendige en trefzekere analyses van zeer uiteenlopende gebouwen: de Beurs van Berlage, maar ook een een tipi; het ING-gebouw, maar ook het portiershuisje aan de zuidelijke ingang van de Hoge Veluwe. Hoe is het boek ontstaan?
“Architectuuronderwijs blijft een kwestie van oefenen, oefenen en nog eens oefenen. En omdat ontwerpen niet louter een kwestie is van gevoel, zouden studenten gebaat zijn bij een helder begrippenkader. Zo kun je als docent je kritiek ook helder onderbouwen, en ik weet uit ervaring dat studenten dat belangrijk vinden. Maar zulke bruikbare, eenduidige begrippen ontbreken vaak nog. Met dit boek probeer ik iets van de begripsverwarring uit te bannen. Er is een goede kans dat het in het onderwijs gebruikt zal worden.”
Hoe moet je het boek lezen? Bladeren of netjes lezen van A tot Z?
“Dat kan allebei. Het zijn ogenschijnlijk losse analyses van gebouwen, maar ze zijn zo geplaatst dat je al lezend een samenhang in het betoog ontdekt.”
U bent in het boek tamelijk kritisch over de Kunsthal van Rem Koolhaas.
“Ik heb er bewust voor gekozen om uitsluitend projecten te beschrijven die ik de moeite waard vind. Met middelmaat wil ik de lezer niet vervelen. Maar soms moet je ook harde kritische noten kraken.”
“Compositie is de kern van architectuur, maar krijgt in onderzoek nog altijd weinig aandacht”, zegt u in de epiloog van het boek.
“Ja. Het is ook een akelig complex onderwerp. Architecten zijn heel praktisch bezig, die hebben niet de tijd om zich daar heel lang in te verdiepen. En kunsthistorici missen vaak weer het inzicht, zodat hun beschouwingen vaak een heel kunstmatig karakter dragen.”
Komt er een vervolg op het boek?
“Misschien. Ik zou graag een boek willen schrijven over hoe wij kijken, niet alleen naar gebouwen, maar ook naar landschappen, naar triviale zaken… Kijken is vaak iets heel subjectiefs, maar dat betekent niet dat je het niet zou kunnen analyseren.”
Na uw bouwkundestudie bent u meteen universitair docent geworden. Heeft u de bouwkundestudent de afgelopen decennia zien veranderen?
“Nee. Natuurlijk, de technologie verandert, het curriculum verandert, maar de manier waarop studenten bezig zijn met architectuur is niet wezenlijk veranderd. En dat beschouw ik als iets positiefs.”
Presentatie ‘De instrumenten van architectuur’. Sprekers: Jo Coenen en Evert Kleijer. Vrijdag 3 september om 16.00 uur bij Bouwkunde, zaal B.
Evert Kleijer (Foto: Jan Wamelink)
‘De instrumenten van de architectuur: de compositie van gebouwen’ is een boek vol levendige en trefzekere analyses van zeer uiteenlopende gebouwen: de Beurs van Berlage, maar ook een een tipi; het ING-gebouw, maar ook het portiershuisje aan de zuidelijke ingang van de Hoge Veluwe. Hoe is het boek ontstaan?
“Architectuuronderwijs blijft een kwestie van oefenen, oefenen en nog eens oefenen. En omdat ontwerpen niet louter een kwestie is van gevoel, zouden studenten gebaat zijn bij een helder begrippenkader. Zo kun je als docent je kritiek ook helder onderbouwen, en ik weet uit ervaring dat studenten dat belangrijk vinden. Maar zulke bruikbare, eenduidige begrippen ontbreken vaak nog. Met dit boek probeer ik iets van de begripsverwarring uit te bannen. Er is een goede kans dat het in het onderwijs gebruikt zal worden.”
Hoe moet je het boek lezen? Bladeren of netjes lezen van A tot Z?
“Dat kan allebei. Het zijn ogenschijnlijk losse analyses van gebouwen, maar ze zijn zo geplaatst dat je al lezend een samenhang in het betoog ontdekt.”
U bent in het boek tamelijk kritisch over de Kunsthal van Rem Koolhaas.
“Ik heb er bewust voor gekozen om uitsluitend projecten te beschrijven die ik de moeite waard vind. Met middelmaat wil ik de lezer niet vervelen. Maar soms moet je ook harde kritische noten kraken.”
“Compositie is de kern van architectuur, maar krijgt in onderzoek nog altijd weinig aandacht”, zegt u in de epiloog van het boek.
“Ja. Het is ook een akelig complex onderwerp. Architecten zijn heel praktisch bezig, die hebben niet de tijd om zich daar heel lang in te verdiepen. En kunsthistorici missen vaak weer het inzicht, zodat hun beschouwingen vaak een heel kunstmatig karakter dragen.”
Komt er een vervolg op het boek?
“Misschien. Ik zou graag een boek willen schrijven over hoe wij kijken, niet alleen naar gebouwen, maar ook naar landschappen, naar triviale zaken… Kijken is vaak iets heel subjectiefs, maar dat betekent niet dat je het niet zou kunnen analyseren.”
Na uw bouwkundestudie bent u meteen universitair docent geworden. Heeft u de bouwkundestudent de afgelopen decennia zien veranderen?
“Nee. Natuurlijk, de technologie verandert, het curriculum verandert, maar de manier waarop studenten bezig zijn met architectuur is niet wezenlijk veranderd. En dat beschouw ik als iets positiefs.”
Presentatie ‘De instrumenten van architectuur’. Sprekers: Jo Coenen en Evert Kleijer. Vrijdag 3 september om 16.00 uur bij Bouwkunde, zaal B.
Evert Kleijer (Foto: Jan Wamelink)
Comments are closed.