Onderwijs

Nieuw Fries watercentrum met Delfts tintje

Onder de naam Wetsus start volgende week donderdag in het Friese Leeuwarden een interacademisch centrum op het gebied van (afval)water.

Het centrum moet volgens Delfts milieubiotechnoloog Mark van Loosdrecht het belangrijkste instituut in de EU worden op het gebied van duurzame watertechnologie. Het onderzoek in het instituut wordt gecoördineerd door groepen uit Wageningen, Twente en Delft. Behalve universiteiten verbinden ook bedrijven als Unilever, Shell en Nuon hun naam en geld aan het instituut.

In totaal moet jaarlijks voor vier miljoen euro aan onderzoek uitgevoerd worden. In Wetsus komt in totaal ruimte voor 20 tot 25 promovendi. Het onderzoek binnen Wetsus is verdeeld in vijf thema’s op het gebied van duurzaam waterbeheer. Hieronder vallen onder andere kleinschalige (lokale) bereiding van drinkwater en zuivering van afvalwater, membraamtechnologie en het opwekken van energie uit afvalwater met bacteriën.

Vanuit Delft is Mark van Loosdrecht van de sectie milieubiotechnologie de wetenschappelijke kartrekker. Rector magnificus Jacob Fokkema neemt samen met de twee rectoren van de overige deelnemende universiteiten plaats in de raad van toezicht. Margreeth de Boer, de inmiddels gepensioneerde PvdA-burgemeester van Leeuwarden, is voorzitter.

Volgens Van Loosdrecht moet het instituut gebruikmaken van de drie verschillende benaderingen die de drie universiteiten aan het vakgebied geven. “De Wageningers kijken vanuit een procesbenadering”, zegt hij. “De Twentenaren zijn sterk bezig op het gebied van de membraamproductie en wij brengen onze expertise in op bijvoorbeeld het gebied van biofilms. De bedoeling is dat we in Europa een leidend toptechinstituut worden.”

Het is daarom volgens hem belangrijk dat de promovendi van de verschillende disciplines bij elkaar in het Friese instituut plaatsnemen. “De bedoeling is dat je naast een goede wetenschapsbeoefening ook voor de praktijk goede oplossingen krijgt, door de onderzoekers vanuit verschillende invalshoeken naar hetzelfde probleem te laten kijken. Daarom moeten ze ook echt bij elkaar in een ruimte werken en ideeën uitwisselen.”

De naam Wetsus is samengesteld uit het Friese woord ‘wetter’, de overeenkomst met het Engelse wet voor ‘nat’ en ‘sus’ voor sustainable. Het duurzaam-waterinstituut is een stichting waarbij deelnemende bedrijven een lidmaatschap betalen. Vijfentwintig procent van de financiering van Wetsus komt uit het bedrijfsleven en een kwart komt van de deelnemende universiteiten. De overige helft van Wetsus wordt met middelen uit het Samenwerkingsverband Noord Nederland en EU-subsidie gefinancierd. Zakelijk directeur Boonstra hoopt in de toekomst voor Wetsus een andere potje bij het ministerie van economische zaken te kunnen aanspreken, nu het kabinet dit ontwikkelingsgeld wil afschaffen. “Voor de start van dit project hebben we nog net geluk gehad”, zegt hij.

Het geld uit het ontwikkelingspotje voor Noord Nederland is ook de voornaamste reden dat het centrum in Friesland komt.

Het centrum moet volgens Delfts milieubiotechnoloog Mark van Loosdrecht het belangrijkste instituut in de EU worden op het gebied van duurzame watertechnologie. Het onderzoek in het instituut wordt gecoördineerd door groepen uit Wageningen, Twente en Delft. Behalve universiteiten verbinden ook bedrijven als Unilever, Shell en Nuon hun naam en geld aan het instituut.

In totaal moet jaarlijks voor vier miljoen euro aan onderzoek uitgevoerd worden. In Wetsus komt in totaal ruimte voor 20 tot 25 promovendi. Het onderzoek binnen Wetsus is verdeeld in vijf thema’s op het gebied van duurzaam waterbeheer. Hieronder vallen onder andere kleinschalige (lokale) bereiding van drinkwater en zuivering van afvalwater, membraamtechnologie en het opwekken van energie uit afvalwater met bacteriën.

Vanuit Delft is Mark van Loosdrecht van de sectie milieubiotechnologie de wetenschappelijke kartrekker. Rector magnificus Jacob Fokkema neemt samen met de twee rectoren van de overige deelnemende universiteiten plaats in de raad van toezicht. Margreeth de Boer, de inmiddels gepensioneerde PvdA-burgemeester van Leeuwarden, is voorzitter.

Volgens Van Loosdrecht moet het instituut gebruikmaken van de drie verschillende benaderingen die de drie universiteiten aan het vakgebied geven. “De Wageningers kijken vanuit een procesbenadering”, zegt hij. “De Twentenaren zijn sterk bezig op het gebied van de membraamproductie en wij brengen onze expertise in op bijvoorbeeld het gebied van biofilms. De bedoeling is dat we in Europa een leidend toptechinstituut worden.”

Het is daarom volgens hem belangrijk dat de promovendi van de verschillende disciplines bij elkaar in het Friese instituut plaatsnemen. “De bedoeling is dat je naast een goede wetenschapsbeoefening ook voor de praktijk goede oplossingen krijgt, door de onderzoekers vanuit verschillende invalshoeken naar hetzelfde probleem te laten kijken. Daarom moeten ze ook echt bij elkaar in een ruimte werken en ideeën uitwisselen.”

De naam Wetsus is samengesteld uit het Friese woord ‘wetter’, de overeenkomst met het Engelse wet voor ‘nat’ en ‘sus’ voor sustainable. Het duurzaam-waterinstituut is een stichting waarbij deelnemende bedrijven een lidmaatschap betalen. Vijfentwintig procent van de financiering van Wetsus komt uit het bedrijfsleven en een kwart komt van de deelnemende universiteiten. De overige helft van Wetsus wordt met middelen uit het Samenwerkingsverband Noord Nederland en EU-subsidie gefinancierd. Zakelijk directeur Boonstra hoopt in de toekomst voor Wetsus een andere potje bij het ministerie van economische zaken te kunnen aanspreken, nu het kabinet dit ontwikkelingsgeld wil afschaffen. “Voor de start van dit project hebben we nog net geluk gehad”, zegt hij.

Het geld uit het ontwikkelingspotje voor Noord Nederland is ook de voornaamste reden dat het centrum in Friesland komt.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.