De TU onderhandelt met Shell en TNO over het opzetten van een nieuw expertisecentrum. Hier moeten veertig nieuwe promovendi onderzoeken hoe moeilijk winbare olie makkelijker uit een reservoir gepompt kan worden.
/strong>
Het nieuwe centrum, Isapp genaamd, moet al voor de zomer gevestigd worden in een deel van de faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen. De drie partijen, Shell, de TU en TNO, gaan voor vijf jaar een partnerschap aan. Daarbij komt ruimte voor tenminste veertig promovendi, om onderzoek te doen aan methodes om moeilijk winbare olie bovengronds te krijgen.
Alle drie partijen investeren enkele miljoenen euro’s in het project. Als het onderzoek aan het centrum na vijf jaar succesvol blijkt, wordt het initiatief voortgezet in een permanent onderzoekscentrum, dat zelfvoorzienend moet gaan draaien, voor opdrachtgevers als Shell.
Na het schandaal rond onbewezen oliereserves bij Shell lijkt het onderzoek goed aan te sluiten op de actualiteit. “Wanneer ons onderzoek wordt toegepast, kan Shell jaarlijks voor een half miljard aan olie extra oppompen”, zegt prof.ir. Cor van Kruisdijk van de sectie petroleumwinning. “Normaal gesproken wordt maar veertig procent van een oliereservoir benut. Wij proberen daar vijftig procent van te maken en dan praat je over miljardenopbrengsten.”
Veel olie wordt gewonnen door water of gas in het oliereservoir te injecteren, zodat de olie naar de productieputten wordt geduwd. Het onderzoek zal zich nu richten op hoe dit water op een slimmere manier geïnjecteerd kan worden, zodat meer olie mee naar boven kan worden genomen.
Hierbij wordt gebruik gemaakt van sensoren en kleppen in zogeheten ‘slimme putten’.
Shell is al langer bezig met onderzoek naar deze smart fields, en Isapp ligt in het verlengde hiervan.
De rol van de TU bestaat uit het inbrengen van kennis op het gebied van meet- en regeltechniek. Ook worden wiskundige methodes gebruikt voor het optimaliseren van productie. Daarnaast richt het onderzoek zich op ondergrondse scheidingsprocessen, zodat het mogelijk wordt om bijvoorbeeld olie te produceren en het geïnjecteerde water achter te laten.
Inmiddels werken elf promovendi aan onderzoek dat het centrum zal huisvesten. De overige dertig promovendi zullen in de loop van anderhalf jaar worden aangetrokken. Wereldwijd bestaan nog enkele groepen die zich bezighouden met meet- en regeltechniek bij oliewinning (Stanford), maar niet op de geplande schaal bij de TU.
Volgens Van Kruisdijk is het aangaan van een groter partnerschap een logisch gevolg van het overheidsbeleid ten aanzien van wetenschappelijk onderzoek. “Wij worden steeds meer gedwongen zelfvoorzienend te worden en dan is dit een mooie gelegenheid om geld en onderzoek binnen te halen.” (RZ)
De TU onderhandelt met Shell en TNO over het opzetten van een nieuw expertisecentrum. Hier moeten veertig nieuwe promovendi onderzoeken hoe moeilijk winbare olie makkelijker uit een reservoir gepompt kan worden.
Het nieuwe centrum, Isapp genaamd, moet al voor de zomer gevestigd worden in een deel van de faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen. De drie partijen, Shell, de TU en TNO, gaan voor vijf jaar een partnerschap aan. Daarbij komt ruimte voor tenminste veertig promovendi, om onderzoek te doen aan methodes om moeilijk winbare olie bovengronds te krijgen.
Alle drie partijen investeren enkele miljoenen euro’s in het project. Als het onderzoek aan het centrum na vijf jaar succesvol blijkt, wordt het initiatief voortgezet in een permanent onderzoekscentrum, dat zelfvoorzienend moet gaan draaien, voor opdrachtgevers als Shell.
Na het schandaal rond onbewezen oliereserves bij Shell lijkt het onderzoek goed aan te sluiten op de actualiteit. “Wanneer ons onderzoek wordt toegepast, kan Shell jaarlijks voor een half miljard aan olie extra oppompen”, zegt prof.ir. Cor van Kruisdijk van de sectie petroleumwinning. “Normaal gesproken wordt maar veertig procent van een oliereservoir benut. Wij proberen daar vijftig procent van te maken en dan praat je over miljardenopbrengsten.”
Veel olie wordt gewonnen door water of gas in het oliereservoir te injecteren, zodat de olie naar de productieputten wordt geduwd. Het onderzoek zal zich nu richten op hoe dit water op een slimmere manier geïnjecteerd kan worden, zodat meer olie mee naar boven kan worden genomen.
Hierbij wordt gebruik gemaakt van sensoren en kleppen in zogeheten ‘slimme putten’.
Shell is al langer bezig met onderzoek naar deze smart fields, en Isapp ligt in het verlengde hiervan.
De rol van de TU bestaat uit het inbrengen van kennis op het gebied van meet- en regeltechniek. Ook worden wiskundige methodes gebruikt voor het optimaliseren van productie. Daarnaast richt het onderzoek zich op ondergrondse scheidingsprocessen, zodat het mogelijk wordt om bijvoorbeeld olie te produceren en het geïnjecteerde water achter te laten.
Inmiddels werken elf promovendi aan onderzoek dat het centrum zal huisvesten. De overige dertig promovendi zullen in de loop van anderhalf jaar worden aangetrokken. Wereldwijd bestaan nog enkele groepen die zich bezighouden met meet- en regeltechniek bij oliewinning (Stanford), maar niet op de geplande schaal bij de TU.
Volgens Van Kruisdijk is het aangaan van een groter partnerschap een logisch gevolg van het overheidsbeleid ten aanzien van wetenschappelijk onderzoek. “Wij worden steeds meer gedwongen zelfvoorzienend te worden en dan is dit een mooie gelegenheid om geld en onderzoek binnen te halen.” (RZ)
Comments are closed.