Onderwijsbestuurders gaan minder verdienen dan andere bestuurders in de (semi)publieke sector: aan de universiteit krijgen ze straks niet meer dan 217 duizend euro, in het hbo hooguit 194 duizend euro.
Dat schrijven
minister
Van Bijsterveldt en staatssecretaris Zijlstra in een brief
aan de instellingen. Eerder maakte het kabinet bekend dat bestuurders in de
(semi)publieke sector maximaal 223.666 euro mochten gaan verdienen: dat bedrag
wordt opgenomen in de Wet normering topinkomens. Maar in die wet staat ook dat
voor bepaalde sectoren lagere bedragen mogen worden vastgesteld, en dat doet het
ministerie van OCW nu voor het onderwijs. Besloten is dat het maximumsalaris van
hbo-bestuurders 23 duizend euro lager komt te liggen dan dat van hun
universitaire collega’s.
Het gaat om
maximumbedragen inclusief pensioenbijdrage en onkostenvergoeding, benadrukken de
bewindslieden. De instellingen moeten zelf overeenstemming bereiken over een
indeling in salarisklassen, zodat “de
opwaartse druk van beloningen naar het nieuwe sectorale maximum” wordt
voorkomen. Uiterlijk 1 november moeten ze die af hebben.
Het ministerie
maakt een uitzondering voor bestuurders die minder risico willen lopen. Wie
kiest voor een aanstelling voor onbepaalde tijd en dezelfde rechtspositie als
het overige personeel moet met minder salaris genoegen nemen. Zij verdienen
straks – exclusief onkostenvergoeding
en pensioenbijdrage – maximaal 131 duizend euro (hbo) of 146 duizend euro (wo).
De
salarisplafonds moeten gaan gelden voor nieuwe bestuurders en na herbenoemingen.
Het ministerie van OCW heeft zich laten adviseren
door een consultancybureau.
Het
wetsvoorstel
“Normering van bezoldigingen van topfunctionarissen in de publieke en
semipublieke sector” wordt binnenkort door de Tweede Kamer behandeld. Daarin
staat ook dat een ontslagvergoeding niet meer dan 75 duizend euro mag
bedragen.
Op de hoeken van het Oost-Berlijnse terrein staan nog overblijfselen van gebouwen, soms niet veel meer dan ruïnes. Een ervan, Tacheles genaamd, biedt ruimte aan krakers en kunstenaars. Ooit was het binnengebied een luxe winkelpassage, maar na de bombardementen aan het eind van de Tweede Wereldoorlog is het een kale vlakte. Maar wel één waar, na de val van de muur, een levendige kunstenaarskolonie is ontstaan met een wereldwijde aantrekkingskracht. Afstudeerder Douwe Kelderman (Bouwkunde) ontwierp een plan voor deze kolonie en verdiende hiermee een nominatie voor de Archiprix.
Hij herinnert zich nog de eerste indruk: “Ons hotel zat er vlak om de hoek. We hadden al wat terrasjes bezocht toen we bedachten alvast eens naar Tacheles te gaan kijken.” Ze waren er om als afstudeerproject een ontwerp voor die plek te maken. Kelderman vertelt: “Het was een bruisend geheel. Toeristen en kunstenaars liepen er door elkaar. Op de binnenplaats werden installaties in elkaar gelast en in hoekjes van het gebouw maakten mensen muziek. Verschillende activiteiten gaan dag en nacht door.” De anarchistische kunstenaarscultuur is er spontaan ontstaan zonder dat iemand dat heeft gepland. Het lijkt daarom paradoxaal om een gebouw te ontwerpen dat aansluit bij die spontaan ontstane cultuur.
Douwe Kelderman, die voor zijn ontwerp samenwerkte met medestudent Yannis Tsoukalas, heeft het over ‘de invloed van flexibiliteit op collectiviteit’. Met andere woorden: hoe kun je de bouw en inrichting van de ruimte zo goed mogelijk afstemmen op de sociale functie? De twee afstudeerders kozen voor een ontwerp van vier woonlagen, waarbij de ruimten qua inrichting en gebruik beneden het meest open en flexibel zijn en naar boven toe steeds meer gesloten en privé. Beneden heeft het gebouw een publieke functie met winkels en kantoren. Bovenin zitten woningen. “Het is een privéplek in het meest bruisende gedeelte van de stad”, aldus Kelderman. Opvallend in het ontwerp is verder de driehonderd meter lange brug over het gebouw waarin woningen zijn aangebracht met minimale voorzieningen voor mensen die de stad bezoeken.
Het ontwerp leverde Kelderman een negen op als afstudeercijfer en een voordracht voor de Archiprix Nederland. Architectuuropleidingen kunnen hun beste afstudeerders voordragen. Meestal zijn dat er veertig tot vijftig per jaar. Uit een voorselectie van maximaal 27 plannen wijst de jury dan in juni 2011 drie tot vijf prijswinnaars aan.
De voordracht hielp Kelderman al wel aan zijn eerste baantje: op 1 september begint hij op een vervangingscontract van drie maanden bij een Rotterdams architectenbureau. Daarna wil hij graag een jaar in Oost-Afrika werken bij een architectenbureau. Hij wil Kenia graag zien, Oeganda of Tanzania, en dan het liefst door er te werken.
Comments are closed.