Ontwikkel eens een slimme wandelstok, luidt dr.ir. Taeke van Beekums devies. In de biomedische technologie ligt de prioriteit te veel bij aids, kanker en hart- en vaatziekten, vindt de gastdocent.
/strong>
Hij is geen optimist. Dertig jaar lang al ziet hij de academische wereld aftakelen. De Europese culturele atmosfeer is ingeruild voor een rauwe Amerikaanse waar de nadruk is komen te liggen op commercie. Goed nadenken, grote vragen stellen, daar is geen tijd meer voor.
En juist van grote vragen houdt Taeke van Beekum (55), gastdocent bij de afstudeerrichting Biomedische techniek van Elektrotechniek. De vraag ‘Wat is een mens?’, deed hem bijvoorbeeld besluiten na zijn studie natuurkunde in Delft te gaan promoveren in de neurofysiologie.
Bij zijn huidige werkgever, TNO Preventie en Gezondheid, mag Van Beekum vragen stellen over het nut van nieuwe technologieën. Bijvoorbeeld over de consequenties van transplantaties van dier naar mens en over de meerwaarde van kunstharten. Hij werkt er inmiddels al meer dan twintig jaar. In zijn ogen zijn nieuwe vindingen lang niet altijd even nuttig. ,,In feite ben ik meer bezig techniek tegen te houden dan te bevorderen.”
Kleine, rake portretjes van collega’s uit al die jaren sieren zijn prikbord. ,,Tijdens vergaderingen is het afleiding en mensen boeien me. Ik teken bijna alleen mannen, vrouwen stellen het niet altijd op prijs. En het is maar een hobby, ik wil er geen gedoe om.”
Rimmetiek
Van Beekum vindt het een probleem dat de keuze voor onderzoeksonderwerpen in biomedische techniek vooral gemaakt worden in academische ziekenhuizen. ,,Wetenschappers hebben daar dagelijks te maken met levensbedreigende ziekten: kanker, hartinfarcten, aids. En dat bepaalt hun keuze. Bovendien moeten ze net als iedereen scoren in het heersende waardesysteem. Ze kiezen daarom voor onderzoek dat publicaties oplevert waar collega’s aan refereren. Je kunt tegenwoordig prachtige scans maken, elk detail in het lichaam ophelderen. Maar heeft een patiënt daar baat bij, als er nog geen therapie voor zijn aandoening is?”
De TNO’er pleit voor een utilitair beginsel in biomedisch onderzoek: dat doen wat de meeste waarde oplevert voor de maatschappij. ,,Vraag eens aan oude mensen waar ze last van hebben. Het antwoord luidt altijd rimmetiek.” Op de vraag hoe dit utilitair beginsel gerealiseerd moet worden, blijft het echter stil. ,,Dat weet ik niet. Het gaat om een cultuurverandering. Ik probeer het probleem in ieder geval onder de aandacht te brengen.”
Van Beekum is al een tijd op zoek naar een afstudeerder die zijn idee voor een wandelstok-zonder-stok wil uitwerken. Hij vermoedt dat veel ouderen hun stok niet zozeer gebruiken om op te leunen -daar hebben ze nauwelijks de kracht voor- maar meer om de ondergrond af te tasten. Daarbij struikelen ze echter vaak over hun eigen stok. Een wandelstok-zonder-stok, een soort pulserend apparaatje, waarmee de grond elektronisch afgetast kan worden, zou wellicht beter werken. ,,Misschien heb ik ongelijk, maar ik zou het graag eens onderzoeken.”
Profiteren
Hightech wandelstokken ontberen echter glamour. Van Beekum: ,,Dat is een denkfout van onderzoekers en technici. Fietsen gaat normaal gesproken moeiteloos, daarom lijkt het heel eenvoudig. Maar mensen zijn ontzettend slim geconstrueerd. Zet maar eens een robot op de fiets. Alledaagse problemen lijken vaak eenvoudig en daarom wordt een lowtech oplossing gezocht. Dat berust echter op de misvatting dat ‘moeiteloos’ hetzelfde betekent als ‘ongecompliceerd’.”
De gastdocent heeft sterk het gevoel dat zijn pleidooi voor meer aandacht voor alledaagse problemen ingaat tegen de huidige trends. ,,Ik zie tegenwoordig maar één waardesysteem: geld. De wetenschap is steeds meer aangewezen op de derde geldstroom, terwijl de tijdshorizon van het bedrijfsleven niet breder is dan een paar jaar. Onderzoekers moeten scoren. Tijd om eens goed stil te staan bij ontwikkelingen en na te denken over grote toekomstige problemen zoals de vergrijzing is er niet.”
De gastdocent probeert tegengas te geven. Door een ander geluid te laten horen en trouw aan zichzelf te blijven. En door te werken bij een organisatie die wel een gezonde bedrijfsvoering nastreeft, maar waar niet alles om winst draait. ,,Eigenlijk vind ik dat er op gezondheidszorg geen winst gemaakt zou mogen worden. Dat farmaceutische bedrijven processen voeren over goedkope aidsmedicatie voor Afrika vind ik schandalig. Daar kan ik me kwaad over maken.”
Maar werkt gezondheidszorg zonder kapitalisme? ,,Natuurlijk kost het veel geld om nieuwe geneesmiddelen te maken. Maar als je daarbij alleen kiest voor middelen waarmee winst valt te behalen, dan vallen er mensen buiten de boot. Daarom produceert het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu veel vaccines die voor de industrie niet genoeg geld opleveren. Er moet natuurlijk ook bij dit soort instanties een gezonde bedrijfsvoering bestaan. Maar dat aandeelhouders miljoenen verdienen … Ze mensen profiteren dan toch van de ellende van anderen.”
Depressief wordt Van Beekum niet van zijn sombere wereldbeeld. Er zijn genoeg kleine, lieve dingen om van te genieten in het leven. De hele wereld op je schouders nemen, kan niemand. Bij het onderwerp moleculaire biologie is Van Beekum zelfs te betrappen op een beetje optimisme.
De behandeling van kanker is nu eigenlijk primitief. De keuze bestaat uit tumoren wegsnijden, vergiftigen of doodstralen. ,,Met moleculaire biologie komen we dichter bij de werkelijke oorzaak, een paar ontspoorde moleculen.” Hij wil echter niet te vroeg juichen. De meeste mensen zijn veel te optimistisch, het zal nog jaren duren eer er daadwerkelijk medicaties zijn, als ze er al komen.
Nee, zelf heeft hij gelukkig nog nooit een ernstige ziekte onder de leden gehad. Hij verwacht niet dat het zijn pleidooi voor meer alledaagse problemen zou beïnvloeden, maar vindt het een heel terechte vraag. ,,Iedereen praat vanuit zijn eigen opvoeding en ervaringen. Ik zie natuurlijk ook wel de andere kant. Aids-onderzoek heeft ons enorm veel geleerd over het immuunsysteem. Maar een goede wandelstok, de kwaliteit van het dagelijks leven, is in mijn ogen zeker zo belangrijk.”
Ontwikkel eens een slimme wandelstok, luidt dr.ir. Taeke van Beekums devies. In de biomedische technologie ligt de prioriteit te veel bij aids, kanker en hart- en vaatziekten, vindt de gastdocent.
Hij is geen optimist. Dertig jaar lang al ziet hij de academische wereld aftakelen. De Europese culturele atmosfeer is ingeruild voor een rauwe Amerikaanse waar de nadruk is komen te liggen op commercie. Goed nadenken, grote vragen stellen, daar is geen tijd meer voor.
En juist van grote vragen houdt Taeke van Beekum (55), gastdocent bij de afstudeerrichting Biomedische techniek van Elektrotechniek. De vraag ‘Wat is een mens?’, deed hem bijvoorbeeld besluiten na zijn studie natuurkunde in Delft te gaan promoveren in de neurofysiologie.
Bij zijn huidige werkgever, TNO Preventie en Gezondheid, mag Van Beekum vragen stellen over het nut van nieuwe technologieën. Bijvoorbeeld over de consequenties van transplantaties van dier naar mens en over de meerwaarde van kunstharten. Hij werkt er inmiddels al meer dan twintig jaar. In zijn ogen zijn nieuwe vindingen lang niet altijd even nuttig. ,,In feite ben ik meer bezig techniek tegen te houden dan te bevorderen.”
Kleine, rake portretjes van collega’s uit al die jaren sieren zijn prikbord. ,,Tijdens vergaderingen is het afleiding en mensen boeien me. Ik teken bijna alleen mannen, vrouwen stellen het niet altijd op prijs. En het is maar een hobby, ik wil er geen gedoe om.”
Rimmetiek
Van Beekum vindt het een probleem dat de keuze voor onderzoeksonderwerpen in biomedische techniek vooral gemaakt worden in academische ziekenhuizen. ,,Wetenschappers hebben daar dagelijks te maken met levensbedreigende ziekten: kanker, hartinfarcten, aids. En dat bepaalt hun keuze. Bovendien moeten ze net als iedereen scoren in het heersende waardesysteem. Ze kiezen daarom voor onderzoek dat publicaties oplevert waar collega’s aan refereren. Je kunt tegenwoordig prachtige scans maken, elk detail in het lichaam ophelderen. Maar heeft een patiënt daar baat bij, als er nog geen therapie voor zijn aandoening is?”
De TNO’er pleit voor een utilitair beginsel in biomedisch onderzoek: dat doen wat de meeste waarde oplevert voor de maatschappij. ,,Vraag eens aan oude mensen waar ze last van hebben. Het antwoord luidt altijd rimmetiek.” Op de vraag hoe dit utilitair beginsel gerealiseerd moet worden, blijft het echter stil. ,,Dat weet ik niet. Het gaat om een cultuurverandering. Ik probeer het probleem in ieder geval onder de aandacht te brengen.”
Van Beekum is al een tijd op zoek naar een afstudeerder die zijn idee voor een wandelstok-zonder-stok wil uitwerken. Hij vermoedt dat veel ouderen hun stok niet zozeer gebruiken om op te leunen -daar hebben ze nauwelijks de kracht voor- maar meer om de ondergrond af te tasten. Daarbij struikelen ze echter vaak over hun eigen stok. Een wandelstok-zonder-stok, een soort pulserend apparaatje, waarmee de grond elektronisch afgetast kan worden, zou wellicht beter werken. ,,Misschien heb ik ongelijk, maar ik zou het graag eens onderzoeken.”
Profiteren
Hightech wandelstokken ontberen echter glamour. Van Beekum: ,,Dat is een denkfout van onderzoekers en technici. Fietsen gaat normaal gesproken moeiteloos, daarom lijkt het heel eenvoudig. Maar mensen zijn ontzettend slim geconstrueerd. Zet maar eens een robot op de fiets. Alledaagse problemen lijken vaak eenvoudig en daarom wordt een lowtech oplossing gezocht. Dat berust echter op de misvatting dat ‘moeiteloos’ hetzelfde betekent als ‘ongecompliceerd’.”
De gastdocent heeft sterk het gevoel dat zijn pleidooi voor meer aandacht voor alledaagse problemen ingaat tegen de huidige trends. ,,Ik zie tegenwoordig maar één waardesysteem: geld. De wetenschap is steeds meer aangewezen op de derde geldstroom, terwijl de tijdshorizon van het bedrijfsleven niet breder is dan een paar jaar. Onderzoekers moeten scoren. Tijd om eens goed stil te staan bij ontwikkelingen en na te denken over grote toekomstige problemen zoals de vergrijzing is er niet.”
De gastdocent probeert tegengas te geven. Door een ander geluid te laten horen en trouw aan zichzelf te blijven. En door te werken bij een organisatie die wel een gezonde bedrijfsvoering nastreeft, maar waar niet alles om winst draait. ,,Eigenlijk vind ik dat er op gezondheidszorg geen winst gemaakt zou mogen worden. Dat farmaceutische bedrijven processen voeren over goedkope aidsmedicatie voor Afrika vind ik schandalig. Daar kan ik me kwaad over maken.”
Maar werkt gezondheidszorg zonder kapitalisme? ,,Natuurlijk kost het veel geld om nieuwe geneesmiddelen te maken. Maar als je daarbij alleen kiest voor middelen waarmee winst valt te behalen, dan vallen er mensen buiten de boot. Daarom produceert het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu veel vaccines die voor de industrie niet genoeg geld opleveren. Er moet natuurlijk ook bij dit soort instanties een gezonde bedrijfsvoering bestaan. Maar dat aandeelhouders miljoenen verdienen … Ze mensen profiteren dan toch van de ellende van anderen.”
Depressief wordt Van Beekum niet van zijn sombere wereldbeeld. Er zijn genoeg kleine, lieve dingen om van te genieten in het leven. De hele wereld op je schouders nemen, kan niemand. Bij het onderwerp moleculaire biologie is Van Beekum zelfs te betrappen op een beetje optimisme.
De behandeling van kanker is nu eigenlijk primitief. De keuze bestaat uit tumoren wegsnijden, vergiftigen of doodstralen. ,,Met moleculaire biologie komen we dichter bij de werkelijke oorzaak, een paar ontspoorde moleculen.” Hij wil echter niet te vroeg juichen. De meeste mensen zijn veel te optimistisch, het zal nog jaren duren eer er daadwerkelijk medicaties zijn, als ze er al komen.
Nee, zelf heeft hij gelukkig nog nooit een ernstige ziekte onder de leden gehad. Hij verwacht niet dat het zijn pleidooi voor meer alledaagse problemen zou beïnvloeden, maar vindt het een heel terechte vraag. ,,Iedereen praat vanuit zijn eigen opvoeding en ervaringen. Ik zie natuurlijk ook wel de andere kant. Aids-onderzoek heeft ons enorm veel geleerd over het immuunsysteem. Maar een goede wandelstok, de kwaliteit van het dagelijks leven, is in mijn ogen zeker zo belangrijk.”
Comments are closed.