Campus

Relatief veel Delftse studenten omgekomen

Behalve veel corpsleden, sneuvelden in de Tweede Wereldoorlog veel leden van SSR-Delft, de huidige Koornbeurs. Annie Huisman-Van Bergen onderzocht hun oorlogsactiviteiten en ontmoette een oude bekende.

br />
’14 mei 1941 Jan Woltjer, student werktuigbouwkunde’, staat er in Annie Huisman-Van Bergens boek ‘De Vervolgden’. Twee jaar geleden werd dit boek in de aula gepresenteerd over de jacht op de twee Delftse studenten die de eerste liquidatie op een verrader uitvoerden in de Tweede Wereldoorlog.

,,Tot ik een telefoontje kreeg van ene Frits Busser. Die vroeg waarom er niet meer in het boek stond over Woltjer. Want hij was erbij geweest toen hij gearresteerd werd”, vertelt de schrijfster. Busser was een huisgenoot van Woltjer in het gereformeerde studentenhuis aan Van Leeuwenhoeksingel 26. Huisman-Van Bergen was geïnteresseerd en boog zich over de oorlogsactiviteiten van studenten die lid waren geweest van de gereformeerde studentenvereniging Societas Studiosorum Reformatorum in Delft (SSR-D).

SSR-D bleek te zijn getransformeerd in De Koornbeurs. Het Delftse SSR-archief was verdwenen. Huisman-Van Bergen: ,,’We hebben wel wat oude zooi op zolder gevonden, maar dat hebben we weggegooid’, vertelden ze me. Maar SSR-Amsterdam of Leiden konden me misschien wel helpen.”

Van SSR-Leiden kon ze het gedenkboek 1940-1945 lenen: ,,Aangezien de SSR-afdelingen in de verschillende studentensteden toen niet zo groot waren, hadden ze een gezamenlijk boek uitgebracht, dus ook met alle Delftse SSR-oorlogsslachtoffers.”

Trytol

Tot haar verbazing bleken nogal wat leden van SSR-D te zijn gesneuveld. ,,Professor Schermerhorn had er na de bevrijding op gewezen dat vooral het corps veel verliezen had geleden, maar uit het gedenkboek bleek dat SSR-D verhoudingsgewijs ongeveer even gevoelig was getroffen.”

Huisman-Van Bergen onderzocht de oorlogsgeschiedenis van alle veertien omgekomen Delftse SSR-leden. ,,Als ze zijn omgekomen in de oorlog, weet je zeker dat ze iets in de oorlog hebben gedaan of dat er iets is gebeurd. Anders weet je het gewoon niet.”

Opvallend vindt ze de grote verscheidenheid van verzetsactiviteiten waarmee ze te maken hebben gehad. ‘Er werden wapens en springstoffen verborgen, persoonsbewijzen en Ausweise vervalst, overvallen gepleegd op gemeentehuizen, distributiekantoren en wapentransporten, en illegale bladen geredigeerd en verspreid. Voorts werd er gespioneerd en gesaboteerd, ondergedoken, hulp verleend aan joodse kinderen, piloten, een geheim agent en aan studenten-dwangarbeiders in Duitsland, en gepoogd naar Engeland te ontkomen. Ten slotte waren sommigen in vuurgevechten verwikkeld of hadden te kampen met verraad’, zo schrijft ze in haar artikel datdeze maand verschijnt in het Derde Bulletin van de Tweede Wereldoorlog.

Ze ontdekte dat Jan Woltjer in de verzetsgroep rond professor Schoemaker, samen met een huisgenoot en een vriend wapens en explosieven inzamelden. Zo bewaarde hij trotyl in een koffertje waarmee hoogspanningsleidingen opgeblazen hadden moeten worden. Het verzetswerk was geen lang leven beschoren, want in het voorjaar van 1941 werden de leden van de Schoemakergroep een voor een opgepakt. Toch had Woltjer niet willen onderduiken, omdat hij bang was zijn verloofde daarmee in gevaar te brengen. Op de ochtend van 14 mei haalde Woltjer nog een tentamen, ’s middags werd hij thuis gearresteerd en naar de Scheveningse gevangenis (het Oranjehotel) gebracht. Daar heeft zijn verloofde hem nog vaak via handige trucs kunnen bezoeken, maar uiteindelijk werd hij op 3 mei 1942 in het concentratiekamp Sachsenhausen met 71 andere verzetsleden gefusilleerd.

Navel

Nauwgezet wordt van elk lid een korte voorgeschiedenis, de studieverrichtingen op de toenmalige Technische Hogeschool (TH) en de oorlogsactiviteiten beschreven. Frustrerend voor de lezer is het dat elk verhaal slecht afloopt. Het is slechts wachten op het verraad, de arrestatie, het concentratiekamp, de kogel of de bom.

Na de negende slechte afloop gebeurt er iets vreemds. Plotseling komt er een ik-figuur het verhaal binnenwandelen: ‘Vilmos Obermeyer was een uitzonderlijk kleine man, hij zal beslist de 1,50 meter niet hebben gehaald. Als grapje zei ik wel eens: ‘Vic komt tot mijn navel.’ Ik was in het voorjaar van 1944 koerierster bij hem geworden’, schrijft Huisman-Van Bergen. Zelf was ze in die tijd ‘krankzinnig lang’ met haar 1,81 meter. Ze had er geen idee van gehad dat ‘kleine Vic’ gereformeerd was.

Onvermijdelijk loopt het ook met Obermeyer, die hoofd was van een Haagse knokploeg, slecht af. Hij had zich beziggehouden ‘op allerlei terreinen van het illegale werk’, variërend van spionage tot hulp aan onderduiker. Totdat een contactadres werd verraden en hij op 12 oktober 1944 regelrecht in de handen van Sicherheitspolizei liep. Zestien dagen later werd hij met zijn strijdmakkers op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd.

Huisman-Van Bergen zoekt nu uit of er zoiets als een Delfts klimaat is geweest in de oorlog: ,,Er zijn relatief veel Delftenaren omgekomen, vergeleken met de zusterverenigingen van het corps en SSR. Daarom kijk ik nu hoe het de DSB- en Virgiel-jongens is vergaan. Maar ik vrees dat er niets uitkomt, anders wordt het maar geklets.”

Annie Huisman-Van Bergen, Omgekomen Delftse SSR-leden, Derde Bulletin van de Tweede Wereldoorlog, ISDN 90-5911-006-4, Uitgeverij Aspekt.

Behalve veel corpsleden, sneuvelden in de Tweede Wereldoorlog veel leden van SSR-Delft, de huidige Koornbeurs. Annie Huisman-Van Bergen onderzocht hun oorlogsactiviteiten en ontmoette een oude bekende.

’14 mei 1941 Jan Woltjer, student werktuigbouwkunde’, staat er in Annie Huisman-Van Bergens boek ‘De Vervolgden’. Twee jaar geleden werd dit boek in de aula gepresenteerd over de jacht op de twee Delftse studenten die de eerste liquidatie op een verrader uitvoerden in de Tweede Wereldoorlog.

,,Tot ik een telefoontje kreeg van ene Frits Busser. Die vroeg waarom er niet meer in het boek stond over Woltjer. Want hij was erbij geweest toen hij gearresteerd werd”, vertelt de schrijfster. Busser was een huisgenoot van Woltjer in het gereformeerde studentenhuis aan Van Leeuwenhoeksingel 26. Huisman-Van Bergen was geïnteresseerd en boog zich over de oorlogsactiviteiten van studenten die lid waren geweest van de gereformeerde studentenvereniging Societas Studiosorum Reformatorum in Delft (SSR-D).

SSR-D bleek te zijn getransformeerd in De Koornbeurs. Het Delftse SSR-archief was verdwenen. Huisman-Van Bergen: ,,’We hebben wel wat oude zooi op zolder gevonden, maar dat hebben we weggegooid’, vertelden ze me. Maar SSR-Amsterdam of Leiden konden me misschien wel helpen.”

Van SSR-Leiden kon ze het gedenkboek 1940-1945 lenen: ,,Aangezien de SSR-afdelingen in de verschillende studentensteden toen niet zo groot waren, hadden ze een gezamenlijk boek uitgebracht, dus ook met alle Delftse SSR-oorlogsslachtoffers.”

Trytol

Tot haar verbazing bleken nogal wat leden van SSR-D te zijn gesneuveld. ,,Professor Schermerhorn had er na de bevrijding op gewezen dat vooral het corps veel verliezen had geleden, maar uit het gedenkboek bleek dat SSR-D verhoudingsgewijs ongeveer even gevoelig was getroffen.”

Huisman-Van Bergen onderzocht de oorlogsgeschiedenis van alle veertien omgekomen Delftse SSR-leden. ,,Als ze zijn omgekomen in de oorlog, weet je zeker dat ze iets in de oorlog hebben gedaan of dat er iets is gebeurd. Anders weet je het gewoon niet.”

Opvallend vindt ze de grote verscheidenheid van verzetsactiviteiten waarmee ze te maken hebben gehad. ‘Er werden wapens en springstoffen verborgen, persoonsbewijzen en Ausweise vervalst, overvallen gepleegd op gemeentehuizen, distributiekantoren en wapentransporten, en illegale bladen geredigeerd en verspreid. Voorts werd er gespioneerd en gesaboteerd, ondergedoken, hulp verleend aan joodse kinderen, piloten, een geheim agent en aan studenten-dwangarbeiders in Duitsland, en gepoogd naar Engeland te ontkomen. Ten slotte waren sommigen in vuurgevechten verwikkeld of hadden te kampen met verraad’, zo schrijft ze in haar artikel datdeze maand verschijnt in het Derde Bulletin van de Tweede Wereldoorlog.

Ze ontdekte dat Jan Woltjer in de verzetsgroep rond professor Schoemaker, samen met een huisgenoot en een vriend wapens en explosieven inzamelden. Zo bewaarde hij trotyl in een koffertje waarmee hoogspanningsleidingen opgeblazen hadden moeten worden. Het verzetswerk was geen lang leven beschoren, want in het voorjaar van 1941 werden de leden van de Schoemakergroep een voor een opgepakt. Toch had Woltjer niet willen onderduiken, omdat hij bang was zijn verloofde daarmee in gevaar te brengen. Op de ochtend van 14 mei haalde Woltjer nog een tentamen, ’s middags werd hij thuis gearresteerd en naar de Scheveningse gevangenis (het Oranjehotel) gebracht. Daar heeft zijn verloofde hem nog vaak via handige trucs kunnen bezoeken, maar uiteindelijk werd hij op 3 mei 1942 in het concentratiekamp Sachsenhausen met 71 andere verzetsleden gefusilleerd.

Navel

Nauwgezet wordt van elk lid een korte voorgeschiedenis, de studieverrichtingen op de toenmalige Technische Hogeschool (TH) en de oorlogsactiviteiten beschreven. Frustrerend voor de lezer is het dat elk verhaal slecht afloopt. Het is slechts wachten op het verraad, de arrestatie, het concentratiekamp, de kogel of de bom.

Na de negende slechte afloop gebeurt er iets vreemds. Plotseling komt er een ik-figuur het verhaal binnenwandelen: ‘Vilmos Obermeyer was een uitzonderlijk kleine man, hij zal beslist de 1,50 meter niet hebben gehaald. Als grapje zei ik wel eens: ‘Vic komt tot mijn navel.’ Ik was in het voorjaar van 1944 koerierster bij hem geworden’, schrijft Huisman-Van Bergen. Zelf was ze in die tijd ‘krankzinnig lang’ met haar 1,81 meter. Ze had er geen idee van gehad dat ‘kleine Vic’ gereformeerd was.

Onvermijdelijk loopt het ook met Obermeyer, die hoofd was van een Haagse knokploeg, slecht af. Hij had zich beziggehouden ‘op allerlei terreinen van het illegale werk’, variërend van spionage tot hulp aan onderduiker. Totdat een contactadres werd verraden en hij op 12 oktober 1944 regelrecht in de handen van Sicherheitspolizei liep. Zestien dagen later werd hij met zijn strijdmakkers op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd.

Huisman-Van Bergen zoekt nu uit of er zoiets als een Delfts klimaat is geweest in de oorlog: ,,Er zijn relatief veel Delftenaren omgekomen, vergeleken met de zusterverenigingen van het corps en SSR. Daarom kijk ik nu hoe het de DSB- en Virgiel-jongens is vergaan. Maar ik vrees dat er niets uitkomt, anders wordt het maar geklets.”

Annie Huisman-Van Bergen, Omgekomen Delftse SSR-leden, Derde Bulletin van de Tweede Wereldoorlog, ISDN 90-5911-006-4, Uitgeverij Aspekt.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.