Onderwijs

Salaris bestuurders maximaal 187.340 euro

Topfunctionarissen van hogescholen en universiteiten mogen straks niet meer dan 187.340 euro per jaar verdienen. Doen ze dat toch, dan kan de minister het te veel verdiende geld bij hen terugvorderen.

Dat staat in het wetsvoorstel ‘normering bezoldiging topfunctionarissen
publieke en semipublieke sector’ dat minister Donner van binnenlandse zaken vrijdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Hoogleraren vallen niet onder de regeling.

Onkosten
Volgens de wet mogen bestuurders bovenop de maximaal 187.340 euro (130 procent van het ministerssalaris) per jaar nog een onkostenvergoeding van 7559 euro ontvangen (de onkostenvergoeding van de minister-president), en maximaal 28.767 euro aan pensioenpremie. Een ontslagvergoeding mag niet meer dan 75 duizend euro bedragen.

Publieke en semipublieke sector
De maximumbedragen worden jaarlijks vastgesteld door de minister en stijgt mee met het percentage loonsverhoging van rijksambtenaren. De regeling geldt voor de pubieke en semipublieke sector, waar behalve het onderwijs onder meer de publieke omroep en woningcorporaties onder vallen. Voor de zorgsector en de academische ziekenhuizen gaan andere regels gelden.

Openbaarmaking
Tot nu toe gold er alleen een openbaarmakingsnorm voor salarissen in de semipublieke sector die boven de 188 duizend euro uitstegen. In 2009 verdienden 55 bestuurders in het hoger onderwijs meer dan 188 duizend euro.

Geen enkel ander Europees land subsidieert zijn studentenpopulatie zo ruimhartig als Nederland. Studenten die bij hun ouders wonen, hebben gemiddeld 750 euro per maand te besteden. Wie op kamers woont gemiddeld 1130 euro.

Alleen studenten in Zwitserland en Engeland hebben een hoger maandinkomen, blijkt uit cijfers uit het in 2008 verschenen Europees vergelijkende onderzoek Eurostudent. Maar van het geld dat zij van de overheid krijgen, moeten de Britten en Zwitsers een veel groter deel terugbetalen.

Nederlandse studenten krijgen uit de in een gift om te zetten prestatiebeurs gemiddeld 327 euro per maand ‘cadeau’. Daarmee zijn ze koploper in Europa. De gemiddelde Finse student mag 262 euro per maand van zijn beurs houden, in Zweden is dat 211 euro.

Duitse studenten krijgen gemiddeld maar 44 euro als gift. Veel meer dan in Nederland zijn Duitse studenten voor hun studie afhankelijk van hun ouders.

Daar staat tegenover dat studeren in Nederland niet goedkoop is. Alleen in Zweden en Finland zijn studenten een groter deel van hun inkomen kwijt aan huur.

Ook het collegegeld is een substantiële kostenpost voor Nederlandse studenten, terwijl het onderwijs in sommige andere landen gratis is. De OV-jaarkaart zorgt ervoor dat Nederlandse studenten aan vervoer gemiddeld minder geld kwijt zijn dan studenten in andere Europese landen.

De angst dat afgestudeerden met een torenhoge studieschuld blijven zitten, lijkt in internationaal perspectief niet gegrond. Volgens cijfers uit 2006 van het Educational Policy Institute heeft een Nederlandse student een studieschuld van gemiddeld 8700 euro.

Dat bedrag is de afgelopen jaren hoger geworden, rond de twaalfduizend euro, maar dat is lang niet zoveel als de 23 duizend euro die een Zweedse student na het halen van zijn bul moet terugbetalen aan de overheid.

De voorwaarden van het Nederlandse leenstelsel zijn al erg sociaal. Het bedrag dat afgestudeerden moeten aflossen, is afhankelijk van het inkomen. En van bachelors en masters die na vijftien jaar nog niet klaar zijn met afbetalen, wordt de schuld kwijtgescholden.

In veel andere landen blijven studenten tot zeker hun vijfenzestigste doorbetalen aan een studieschuld.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.