Het zal ergens in november geweest zijn dat de sponsor van mijn afstudeeronderzoek naar me toekwam. Of ik halverwege februari al wat resultaten zou hebben.
Op zo’n moment weiger je niet en dus antwoordde ik vrij nonchalant: ’tuurlijk. Thuisgekomen gooide ik het afstudeerschema overhoop en sloeg de schrik me om het hart. Het zou nog krap lastig worden en alleen met een ijzeren discipline kon het lukken.
De kerst-, ski- en wat voor vakantie dan ook, vergat ik in alle haast in mijn planning mee te nemen. Met als gevolg dat ik stoned van de oliebollen met poedersuiker op oudejaarsavond zat te typen achter de computer. Veel erger nog, was dat het helemaal niet lukte mijn schema te volgen. Ondanks het zwoegen-op-onmogelijke-tijdstippen.
Waarom lukt het me na vijfenhalf jaar studie nog steeds niet een beetje reëel studieplannetje in elkaar te klussen? Het moet nu toch duidelijk zijn dat zondagochtend % toch al zo’n dagdeel waarvan het bestaan nog vrij onbekend is – niet echt het ideale tijdstip is om vijf hoofdstukken te lezen van een rapport. Waarom plan ik dat dan toch steeds weer in?
Nieuwjaarsdag. Ook zo’n moment. Toen ik om vijf uur ’s ochtends na een iets te alcoholisch oud-en-nieuwfeest naar huis liep dacht ik nog dat ik ’s middags wat kon studeren. Zulke onzin is een duidelijk teken van een iets te hoog alcoholpromillage in het bloed. Dan zie je nog wel eens een opkomende kater % zo een die het studeren onmogelijk maakt – over het hoofd. Een hoofd vol bonkende watten is immers al genoeg gevuld.
Daarom lijkt mij een eerstejaars vak ‘schema’s maken’ wel wat. Vierpunter ofzo en een mondeling tentamen afgenomen door een huisgenoot. Die kennen immers de faalmomenten beter. ,,Zo Zwanenburg, hier staat dat je gisteravond zou blokken, maar daar kwam weinig van terecht hè?” Dat wordt wel een herretje of zes.
Het zal ergens in november geweest zijn dat de sponsor van mijn afstudeeronderzoek naar me toekwam. Of ik halverwege februari al wat resultaten zou hebben. Op zo’n moment weiger je niet en dus antwoordde ik vrij nonchalant: ’tuurlijk. Thuisgekomen gooide ik het afstudeerschema overhoop en sloeg de schrik me om het hart. Het zou nog krap lastig worden en alleen met een ijzeren discipline kon het lukken.
De kerst-, ski- en wat voor vakantie dan ook, vergat ik in alle haast in mijn planning mee te nemen. Met als gevolg dat ik stoned van de oliebollen met poedersuiker op oudejaarsavond zat te typen achter de computer. Veel erger nog, was dat het helemaal niet lukte mijn schema te volgen. Ondanks het zwoegen-op-onmogelijke-tijdstippen.
Waarom lukt het me na vijfenhalf jaar studie nog steeds niet een beetje reëel studieplannetje in elkaar te klussen? Het moet nu toch duidelijk zijn dat zondagochtend % toch al zo’n dagdeel waarvan het bestaan nog vrij onbekend is – niet echt het ideale tijdstip is om vijf hoofdstukken te lezen van een rapport. Waarom plan ik dat dan toch steeds weer in?
Nieuwjaarsdag. Ook zo’n moment. Toen ik om vijf uur ’s ochtends na een iets te alcoholisch oud-en-nieuwfeest naar huis liep dacht ik nog dat ik ’s middags wat kon studeren. Zulke onzin is een duidelijk teken van een iets te hoog alcoholpromillage in het bloed. Dan zie je nog wel eens een opkomende kater % zo een die het studeren onmogelijk maakt – over het hoofd. Een hoofd vol bonkende watten is immers al genoeg gevuld.
Daarom lijkt mij een eerstejaars vak ‘schema’s maken’ wel wat. Vierpunter ofzo en een mondeling tentamen afgenomen door een huisgenoot. Die kennen immers de faalmomenten beter. ,,Zo Zwanenburg, hier staat dat je gisteravond zou blokken, maar daar kwam weinig van terecht hè?” Dat wordt wel een herretje of zes.
Comments are closed.