Campus

Scripting

Lastig van afstuderen is dat je in je eentje werk doet waar je eigenlijk een multidisciplinair team op zou willen zetten. Daarom ga ik, als programmeur die nog nooit een regel heeft geschreven, maar eens bij iemand langs om advies te vragen.

br />
De deskundige heeft duidelijk geen last van rsi, want zijn cursor vliegt zo snel als een mug over het scherm. ,,Kun je me volgen?” vraagt hij ironisch genoeg. Ik durf hem te bekennen dat hij mijn basisniveau iets te optimistisch heeft ingeschat. We gaan terug naar level één.

Naderhand denk ik terug aan mijn enige eerdere contact met programmeren: digitale elektronica in dat hoge gebouw. Ik herinner me weer hoe de ellende al begon toen bleek dat je een computertje uit een eerder practicum nodig had. Aangezien mijn printplaat door scheutige toevoeging van soldeer aan de onderkant één glimmende plak was geworden, had het me beter geleken deze diep onderin een bureaula ‘kwijt’ te raken.

Vervolgens wilde het supersimpele ’tel-en-reset’-script voor mijn geleende exemplaar niet zo vlotten zonder voorbereiding van de prehistorische code. Toen ik voor de zoveelste keer mijn hand in de lucht stak, zag ik net hoe de begeleider naar zijn elektrovriendje zuchtte met een blik van: hoe dóm kan je zijn? Mijn beledigde gezicht maakte dat van hem, gelukkig, een beetje rood.

Nu begrijp ik dat practicumassistenten moe worden van puppyogen die ze vragen een flink stuk script te schrijven om, na hun pauze van een uur, weer die hand de lucht in te zien gaan en te merken dat de hulpbehoevende nog geen letter zelf heeft bijgeschreven. Ze zouden vaker gemotiveerde afstudeerders langs moeten krijgen.

Eenzaam achter de computer doe ik mijn best de tips van mijn adviseur te gebruiken. Ik start Google en typ: ‘help mij’. Tussen de honderden hits vind ik een aanmoedigend stuk van iemand die laat zien hoe makkelijk programmeren is door zijn dagelijkse ochtendroutine als algoritme te beschrijven. (‘Mate willing? Make love. Else: Later!’) En leer dat het, met alle scripts die je kunt downloaden, voornamelijk een kwestie is van collages maken.

Na wat knip-en-plakwerk, een sterk ontwikkelde vaardigheid van IO’ers, krijg ik er zelfs verontrustend veel lol in. Zeker als mijn script moeiteloos door de compiler vloeit.

Wat blijkt: Als je het echt wil, dan kan je zo leren programmeren en anders?

Tja, dan zul je moeten wachten tot een begeleider zijn koffie op heeft.

Lastig van afstuderen is dat je in je eentje werk doet waar je eigenlijk een multidisciplinair team op zou willen zetten. Daarom ga ik, als programmeur die nog nooit een regel heeft geschreven, maar eens bij iemand langs om advies te vragen.

De deskundige heeft duidelijk geen last van rsi, want zijn cursor vliegt zo snel als een mug over het scherm. ,,Kun je me volgen?” vraagt hij ironisch genoeg. Ik durf hem te bekennen dat hij mijn basisniveau iets te optimistisch heeft ingeschat. We gaan terug naar level één.

Naderhand denk ik terug aan mijn enige eerdere contact met programmeren: digitale elektronica in dat hoge gebouw. Ik herinner me weer hoe de ellende al begon toen bleek dat je een computertje uit een eerder practicum nodig had. Aangezien mijn printplaat door scheutige toevoeging van soldeer aan de onderkant één glimmende plak was geworden, had het me beter geleken deze diep onderin een bureaula ‘kwijt’ te raken.

Vervolgens wilde het supersimpele ’tel-en-reset’-script voor mijn geleende exemplaar niet zo vlotten zonder voorbereiding van de prehistorische code. Toen ik voor de zoveelste keer mijn hand in de lucht stak, zag ik net hoe de begeleider naar zijn elektrovriendje zuchtte met een blik van: hoe dóm kan je zijn? Mijn beledigde gezicht maakte dat van hem, gelukkig, een beetje rood.

Nu begrijp ik dat practicumassistenten moe worden van puppyogen die ze vragen een flink stuk script te schrijven om, na hun pauze van een uur, weer die hand de lucht in te zien gaan en te merken dat de hulpbehoevende nog geen letter zelf heeft bijgeschreven. Ze zouden vaker gemotiveerde afstudeerders langs moeten krijgen.

Eenzaam achter de computer doe ik mijn best de tips van mijn adviseur te gebruiken. Ik start Google en typ: ‘help mij’. Tussen de honderden hits vind ik een aanmoedigend stuk van iemand die laat zien hoe makkelijk programmeren is door zijn dagelijkse ochtendroutine als algoritme te beschrijven. (‘Mate willing? Make love. Else: Later!’) En leer dat het, met alle scripts die je kunt downloaden, voornamelijk een kwestie is van collages maken.

Na wat knip-en-plakwerk, een sterk ontwikkelde vaardigheid van IO’ers, krijg ik er zelfs verontrustend veel lol in. Zeker als mijn script moeiteloos door de compiler vloeit.

Wat blijkt: Als je het echt wil, dan kan je zo leren programmeren en anders?

Tja, dan zul je moeten wachten tot een begeleider zijn koffie op heeft.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.