Campus

Si fractum non sit, noli id reficere

In de eerste weken van september bestaat er binnen de TU-campus een autonoom grondgebied. Een soort stadstaatje, met een eigen gemeenschap, cultuur, ‘waarden en normen’ en een keiharde grondwet.

Dit gebied ligt niet altijd op dezelfde plek, het reist mee met elke bestuurswissel. Het herbergt feestende, drinkende en brassende aankomende studieverenigingsbesturen. En hun pedels.

Het is een volkje apart, die pedels – de beschermheren van de vereniging. Feitelijk is de pedel een soort luidruchtige, maar vrolijke bodyguard, die niet alleen zijn bestuur voor alle kwaad behoedt. Hij wordt geflankeerd door een symbolische pedelstaf die ontdaan is van alle esthetische meerwaarde: een gewild object voor andere verenigingen en daardoor zeer beschermingswaardig.

Sociale status en etiquette doen de pedel geen goed. Louter het gebruik van de stembanden en brasbekwaamheid houden de pedel op de been en de staf in zijn bezit. Is dit gelukt, dan is het zaak om zo snel mogelijk het eigen bestuur te laten recipiëren, ondanks de rij die zich al gevormd had vóór aankomst. Dit vereist doordachte en aan corruptheid grenzende onderhandelingsvaardigheden. Ook het vormen van gelegenheidsallianties met andere besturen – om vervolgens het recipiërende bestuur hun pedelstaf of gastenboek afhandig te maken – staat op het cv van een goede pedel.

Maar na de twee à drie weken wacht de pedel een zachter lot, wellicht te zacht voor een kerel van staal. De rest van de bestuursjaarkalender zetelt de pedel op de pedelbank bij de onschuldige algemene ledenvergaderingen.

Daar doet hij, vergezeld door de vice-pedel en een krat bier, de vergadering af en toe een onverhulde oprisping of een niet te herhalen opmerking toekomen. De pedel zakt een beetje ineen. En tijdens het bespreken van de notulen dringen zich de herinneringen van die drie weken aan het begin van het collegejaar weer op: de sloopgrage pedel van Leeghwater die met zijn pedelstaf kinderlijk eenvoudig een groot bureau, een gift, doorboorde. De te vriendelijke pedel van IO die door een horde van besturen uit zijn eigen i.d.-café werd gebonjourd. En de buitenborrel van Curius, waar menigeen de sloot in verdween. Even slikt de pedel de brok in zijn keel weg en denkt aan zijn eigen zinspreuk: ‘Si fractum non sit, noli id reficere’. Als het niet kapot is, moet je het niet maken. De lijfspreuk van het Gezelschap Praktische Studie en zó toepasselijk voor de decennia oude traditie. Laat het alsjeblieft zo blijven.

In de eerste weken van september bestaat er binnen de TU-campus een autonoom grondgebied. Een soort stadstaatje, met een eigen gemeenschap, cultuur, ‘waarden en normen’ en een keiharde grondwet. Dit gebied ligt niet altijd op dezelfde plek, het reist mee met elke bestuurswissel. Het herbergt feestende, drinkende en brassende aankomende studieverenigingsbesturen. En hun pedels.

Het is een volkje apart, die pedels – de beschermheren van de vereniging. Feitelijk is de pedel een soort luidruchtige, maar vrolijke bodyguard, die niet alleen zijn bestuur voor alle kwaad behoedt. Hij wordt geflankeerd door een symbolische pedelstaf die ontdaan is van alle esthetische meerwaarde: een gewild object voor andere verenigingen en daardoor zeer beschermingswaardig.

Sociale status en etiquette doen de pedel geen goed. Louter het gebruik van de stembanden en brasbekwaamheid houden de pedel op de been en de staf in zijn bezit. Is dit gelukt, dan is het zaak om zo snel mogelijk het eigen bestuur te laten recipiëren, ondanks de rij die zich al gevormd had vóór aankomst. Dit vereist doordachte en aan corruptheid grenzende onderhandelingsvaardigheden. Ook het vormen van gelegenheidsallianties met andere besturen – om vervolgens het recipiërende bestuur hun pedelstaf of gastenboek afhandig te maken – staat op het cv van een goede pedel.

Maar na de twee à drie weken wacht de pedel een zachter lot, wellicht te zacht voor een kerel van staal. De rest van de bestuursjaarkalender zetelt de pedel op de pedelbank bij de onschuldige algemene ledenvergaderingen.

Daar doet hij, vergezeld door de vice-pedel en een krat bier, de vergadering af en toe een onverhulde oprisping of een niet te herhalen opmerking toekomen. De pedel zakt een beetje ineen. En tijdens het bespreken van de notulen dringen zich de herinneringen van die drie weken aan het begin van het collegejaar weer op: de sloopgrage pedel van Leeghwater die met zijn pedelstaf kinderlijk eenvoudig een groot bureau, een gift, doorboorde. De te vriendelijke pedel van IO die door een horde van besturen uit zijn eigen i.d.-café werd gebonjourd. En de buitenborrel van Curius, waar menigeen de sloot in verdween. Even slikt de pedel de brok in zijn keel weg en denkt aan zijn eigen zinspreuk: ‘Si fractum non sit, noli id reficere’. Als het niet kapot is, moet je het niet maken. De lijfspreuk van het Gezelschap Praktische Studie en zó toepasselijk voor de decennia oude traditie. Laat het alsjeblieft zo blijven.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.