Campus

Sportgek – Yvonne Wattez (ultimate frisbee, zeilen, kitesurfen)

Op de Oweemarkt van 2007 stuitte Yvonne Wattez op een kraampje van Force Elektro, beoefenaren van ultimate frisbee. Dat trof, want ze was op zoek naar een geschikte teamsport.

“Ik ben opgegroeid in Zeeland. Op het strand gooide ik graag met een frisbee. Ik kende ultimate frisbee niet, maar het leek mij wel wat. Het waren ook aardige mensen. Wat mij aansprak was de combinatie van het fanatieke met de spirit: eerlijk spelen, zonder scheidsrechter. Van scheidsrechters houd ik niet. Ik vind het vervelend als een derde partij zich ermee bemoeit.” 

Een wedstrijd wordt gespeeld tussen twee zeventallen. Een punt wordt gescoord als een medespeler achter de achterlijn de aangegooide schijf vangt. “Ultimate frisbee loopt nooit uit de hand en je kunt je energie erin kwijt. Het is een zeer fysieke sport. Er zijn verschillende werptechnieken. Daarnaast gaat het om tactisch lopen, snel zijn en spelen met de wind. Het is een mooi weer-sport die we ook op het strand spelen. Hoe harder het waait, hoe moeilijker maar interessanter.” 

Wattez heeft wat met wind. In Zeeland was ze vaak aan het zeilen. “Rond mijn zestiende haalde ik bijna het jeugd-EK. Ik ben gestopt, omdat ik de sfeer eromheen niet zo leuk vond. Al die ouders die je vertelden wat je wel en niet moest doen. En ik had vaak last van koude handen. Ik ben gaan kitesurfen, maar nu heb ik weer een bootje hoor.”

Bij alles wat ze doet wil ze winnen. “Ik ben redelijk perfectionistisch. Dat is niet altijd makkelijk, zoals bij mijn bouwkundestudie. Een ontwerp is eigenlijk nooit af, maar er is altijd een deadline.”

Dat bij ultimate frisbee de spirit-prijs bijna belangrijker is dan de wedstrijdwinst lijkt te botsen met haar winnaarsmentaliteit. “Na elke wedstrijd vul je op een formulier in hoe sportief de tegenstander was. Het is heel cool om de spirit-prijs te winnen. Moeilijk te combineren met willen winnen, maar als je beleefd bent geeft dat ook een soort geluksmomentje. Dat sociale aspect vind ik heel goed.”

Ze vindt het leuk om nieuwkomers op te leiden, net als spelen bij PUF, een soort gemengde regioselectie die in 2011 toernooien gaat spelen in Gent, Genève en Amsterdam. “PUF is echt fanatiek, daar kun je flink je ei kwijt.” Net als bij het Nederlands damesteam waarmee ze deze zomer naar het EK in Slovenië gaat. Veel minder bevalt haar de indoorvariant in de winter, met vijftallen in gymzaaltjes. “Een heel ander spelletje. Er staat geen wind en het speelveld is stukken kleiner. Je kunt alles met één hand vangen, iedereen kan de hele zaal bereiken met zijn worp. Het is ook belastend voor je gewrichten, maar het is wel lekker warm.”

De collegezaal waar de ontmoeting plaats had, was flink gevuld. Cohen sprak over hypotheekrenteaftrek en de AOW-leeftijd, maar ook over het afschaffen van de basisbeurs. En dat raakte de aanwezigen toch het meest.

Solidariteit

Lastige vragen leverde het nauwelijks op. “Straks gaan kinderen van rijke ouders helemaal geen lening afsluiten en dan betalen zij ook niets terug”, zei een studente. “Kinderen van arme ouders moeten wél lenen en terugbetalen. U pleit toch juist voor solidariteit?”

“Maar nu krijgen kinderen van rijke ouders allemaal een basisbeurs, terwijl ze die niet nodig hebben”, pareerde Cohen. “Ze hoeven de beurs niet te lenen, maar ze hoeven hem ook niet cadeau te krijgen.”

Aanvullende beurs

Ook nam hij het misverstand weg dat de aanvullende beurs zou sneuvelen: die wil de PvdA behouden, zodat kinderen van armlastige ouders geen hogere studieschuld hoeven te hebben dan kinderen van rijke ouders. “De VVD wil ook die aanvullende beurs schrappen”, voegde hij daaraan toe, “En het CDA wil van de OV-jaarkaart af.”

Een ander zei dat studeren ‘helemaal niet meer aantrekkelijk’ zou zijn, als je naderhand een lening moet aflossen en door je hogere salaris bovendien meer belasting moet betalen. Maar dat leek Cohen onwaarschijnlijk. “Je gaat ook om andere redenen studeren dan om een goed salaris.” Bovendien hebben afgestudeerden volgens hem nog altijd een beter inkomen dan anderen, ook als ze een lening moeten terugbetalen.

Toptarief

De moeilijkste vraag ging uiteindelijk niet over de basisbeurs, maar over het toptarief van zestig procent voor de hoogste inkomens. Zou Cohen dat toptarief ook invoeren als uit berekeningen zou blijken dat dit slecht uitpakt voor de economie? Kiest hij voor het principe of voor de pragmatiek? Maar dat dilemma ontdook Cohen. Hij wilde die berekening eerst eens zien en verwees naar het Centraal Planbureau, dat de dag erna de vermoedelijke effecten van de verschillende verkiezingsprogramma’s bekend zou maken.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.