Onderwijs

Studentenadviseurs: student wordt de dupe van schetsontwerp

Wordt de kerntaak van studieadviseurs straks teruggebracht tot ‘simpele advisering en, als het moeilijk wordt, verwijzen naar specialisten’? Dan moet de TU Delft zich voorbereiden op ‘een forse toename van de studievertraging’ onder studenten.

Deze sombere voorspelling staat in een eerste reactie van het Platform van Studentenadviseurs op het schetsontwerp voor de onderwijs- en studentenfaciliteiten. Ook in een latere reactie toont het platform, waarin studentenadviseurs samenwerken met studentendecanen en studentenpsychologen, zich bezorgd.

De 21 studieadviseurs (samen goed voor zeventien fte) moeten volgens het schetsontwerp 25 procent fte inleveren. Ze dienen zich te concentreren op hun ‘kerntaken’ en moeten zorgen voor een ‘betere coördinatie van de studieadvisering’.

“Die goede coördinatie is er al”, zegt studentendecaan drs. Caroline Scheepmaker. Zo’n negen maal per jaar zitten studieadviseurs, studentendecanen en studiepsychologen met elkaar om tafel om expertise uit te wisselen en het beleid op de verschillende faculteiten goed af te stemmen. De integrale aanpak vormt de kracht van de studentenadvisering, meent Scheepmaker. “De student met psychosociale problemen die door de studieadviseur wordt doorverwezen naar de studentenpsycholoog, heeft vaak nog hulp nodig van diezelfde studieadviseur.” Bij een reductie wordt die samenhang uit het oog verloren, vreest Scheepmaker. “Studieadviseurs kunnen dan nauwelijks méér doen dan spreekuren draaien en planningen maken met studenten.”

Het platform vreest ook dat studieadviseurs belangrijke taken moeten afstoten. Studieadviseurs doen meer dan studenten adviseren over de voortzetting van hun studie: sommige studenten hebben bijvoorbeeld van het eerste tot het laatste studiejaar advies nodig om hun studie ‘op de rails te houden’. En het platform ziet nog meer essentiële taken weggelegd voor de studieadviseur: studenten een keuze helpen maken in een labyrint van masteropleidingen, tijdig studievertraging opsporen, en een intensievere begeleiding bieden, ook aan buitenlandse studenten.

“Bij een reductie hebben we niet langer de capaciteit om individuele studenten goed te volgen”, voorspelt Caroline Scheepmaker. “Studenten zullen ook langer moeten wachten voor ze geholpen worden.”

De reductie valt volgens Scheepmaker moeilijk te rijmen met de in 2003 ingezette onderwijsvernieuwing. Door de studentenadviseurs geïnitieerde projecten om de doelstellingen van de onderwijsvernieuwing te helpen realiseren, zouden niet langer levensvatbaar zijn.

De studieadviseurs zelf zijn niet de enige die zich zorgen maken over de toekomst. Ook de studentenraad heeft haar bezorgdheid al in een brief geuit. Tijdens de studentenraadvergadering vorige week donderdag reageerde collegelid Paul Rullmann op die bezorgdheid. Hij is ervan overtuigd dat ‘we met minder ondersteuning tenminste hetzelfde effect kunnen bereiken’. “Is de vanzelfsprekende capaciteit ook echt nodig?” vroeg hij zich hardop af. Als argument voerde hij aan dat ‘de ene faculteit toe kan met veel minder middelen dan de andere, met hetzelfde resultaat’.

“Op het eerste gezicht lijkt het misschien een verschraling”, zei hij, doelende op het ontslag van studieadviseurs. “Maar het gaat wel samen met een herordening van de activiteiten.”

Deze sombere voorspelling staat in een eerste reactie van het Platform van Studentenadviseurs op het schetsontwerp voor de onderwijs- en studentenfaciliteiten. Ook in een latere reactie toont het platform, waarin studentenadviseurs samenwerken met studentendecanen en studentenpsychologen, zich bezorgd.

De 21 studieadviseurs (samen goed voor zeventien fte) moeten volgens het schetsontwerp 25 procent fte inleveren. Ze dienen zich te concentreren op hun ‘kerntaken’ en moeten zorgen voor een ‘betere coördinatie van de studieadvisering’.

“Die goede coördinatie is er al”, zegt studentendecaan drs. Caroline Scheepmaker. Zo’n negen maal per jaar zitten studieadviseurs, studentendecanen en studiepsychologen met elkaar om tafel om expertise uit te wisselen en het beleid op de verschillende faculteiten goed af te stemmen. De integrale aanpak vormt de kracht van de studentenadvisering, meent Scheepmaker. “De student met psychosociale problemen die door de studieadviseur wordt doorverwezen naar de studentenpsycholoog, heeft vaak nog hulp nodig van diezelfde studieadviseur.” Bij een reductie wordt die samenhang uit het oog verloren, vreest Scheepmaker. “Studieadviseurs kunnen dan nauwelijks méér doen dan spreekuren draaien en planningen maken met studenten.”

Het platform vreest ook dat studieadviseurs belangrijke taken moeten afstoten. Studieadviseurs doen meer dan studenten adviseren over de voortzetting van hun studie: sommige studenten hebben bijvoorbeeld van het eerste tot het laatste studiejaar advies nodig om hun studie ‘op de rails te houden’. En het platform ziet nog meer essentiële taken weggelegd voor de studieadviseur: studenten een keuze helpen maken in een labyrint van masteropleidingen, tijdig studievertraging opsporen, en een intensievere begeleiding bieden, ook aan buitenlandse studenten.

“Bij een reductie hebben we niet langer de capaciteit om individuele studenten goed te volgen”, voorspelt Caroline Scheepmaker. “Studenten zullen ook langer moeten wachten voor ze geholpen worden.”

De reductie valt volgens Scheepmaker moeilijk te rijmen met de in 2003 ingezette onderwijsvernieuwing. Door de studentenadviseurs geïnitieerde projecten om de doelstellingen van de onderwijsvernieuwing te helpen realiseren, zouden niet langer levensvatbaar zijn.

De studieadviseurs zelf zijn niet de enige die zich zorgen maken over de toekomst. Ook de studentenraad heeft haar bezorgdheid al in een brief geuit. Tijdens de studentenraadvergadering vorige week donderdag reageerde collegelid Paul Rullmann op die bezorgdheid. Hij is ervan overtuigd dat ‘we met minder ondersteuning tenminste hetzelfde effect kunnen bereiken’. “Is de vanzelfsprekende capaciteit ook echt nodig?” vroeg hij zich hardop af. Als argument voerde hij aan dat ‘de ene faculteit toe kan met veel minder middelen dan de andere, met hetzelfde resultaat’.

“Op het eerste gezicht lijkt het misschien een verschraling”, zei hij, doelende op het ontslag van studieadviseurs. “Maar het gaat wel samen met een herordening van de activiteiten.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.