Campus

Tempo strategiebepaling ter discussie

Vele TU’ers vinden dat de faculteiten door moeten gaan met hun strategiebepaling, ook nu er begin volgend jaar een nieuw college van bestuur komt.

Maar over het tempo bestaat verschil van mening.

Begin dit jaar huurde collegevoorzitter De Voogd consultants van McKinsey om de discussie over de onderzoeksstrategie op de faculteiten van de grond te krijgen. Volgens Van Leeuwenhoekhoogleraar dr. Henny Zandbergen werken de faculteiten nu aan een plan waarin ze 25 procent van hun onderzoek schrappen en in plaats daarvan nieuwe onderzoeksterreinen opzetten.

De faculteiten gaan door met die discussie, ook nu het college dat de discussie aanzwengelde op het punt staat te vertrekken. Maar moet het huidige college deze discussie nog afronden of maait ze dan te veel gras voor de voeten van een nieuw college weg?

Voormalig ondernemingsraadlid ir. Bert van Zomeren heeft een duidelijk antwoord: ,,Tot 1 november is De Voogd wat mij betreft de baas. Het is goed als hij in die periode dingen afmaakt, zoals de strategiediscussie.” Zandbergen: ,,Het is goed dat het huidige college nog veranderingen probeert af te dwingen. Ik vond het idee om uit te zoeken met welke 25 procent een faculteit kan stoppen heel aardig. Daardoor ontstaat meer dynamiek.”

ITS-decaan prof.dr.ir. Jan van Katwijk vindt zelfs dat de strategiediscussie in het huidige tempo zou moeten doorgaan als er helemaal geen college was. ,,Het is een hulpmiddel voor de faculteiten. Het college heeft er vooral voor gezorgd dat de faculteiten die discussie nu gezamenlijk voeren.” Afgelopen maandag en dinsdag deden de decanen dat tijdens een workshop in Noordwijk.

Ook prof.ir. Cor van Kruijsdijk vindt dat het tempo in de strategiediscussie moet blijven. ,,Het college heeft een ambitieuze strategie neergelegd en de bal ligt nu bij de faculteiten. Er moet druk blijven op dat proces. De komende jaren gaan veel wetenschappers met pensioen en dat is hét moment voor strategische keuzes. Mis je die kans voor verandering, dan leg je zaken weer voor een lange periode vast. Als je te laat begint met het werven van nieuw personeel, vis je bovendien achter het net. We moeten de zaak op tijd op orde hebben, op tijd weten wat we willen, want ook andere Europese universiteiten azen op het schaarse talent.”

Werkvloer

,,Een universitaire gemeenschap moet altijd discussiëren over haar strategie”, meent ook prof.dr. Sybren van der Zwaag. ,,Het is goed om eens extra kritisch naar de onderzoeksportfolio te kijken: doen we dingen omdat we ze altijd doen of durven we ook nieuwe dingen te doen. Maar misschien kan de discussie wel wat langzamer gevoerd zodat een nieuw college de discussie kan afronden.”

Prof.dr. Gijs Kuenen vindt sowieso dat de discussie te snel gevoerd moest worden. ,,Je kan een nieuwe strategie niet binnen een paar maanden uit de grond stampen.” Wat dat betreft kan het dus bestdoor een nieuw college worden afgerond. Maar hij vindt niet dat een nieuw college er perse een stempel hoeft te drukken op de strategie als de faculteiten het met elkaar eens zijn.

Met de aanpak van het college en de decanen is niet iedereen het eens. ,,Over de strategiediscussie heb ik ambivalente gevoelens”, vertelt IRI-directeur prof.dr.ir. Ad Verkooijen. ,,Het is belangrijk om een goede onderzoeksstrategie te bepalen. Maar het college voert die discussie slechts met een gedeelte van de universiteit. Het IRI wordt er bijvoorbeeld helemaal buiten gehouden. In een organisatie van professionals moet juist ook de werkvloer bij zo’n discussie betrekken.”

Ook bibliothecaris dr. Leo Waaijers vindt dat de discussie opener moet worden. ,,Nu is het een onderonsje van het college en een klein clubje mensen waarvan ik de namen niet eens weet.”

Vele TU’ers vinden dat de faculteiten door moeten gaan met hun strategiebepaling, ook nu er begin volgend jaar een nieuw college van bestuur komt. Maar over het tempo bestaat verschil van mening.

Begin dit jaar huurde collegevoorzitter De Voogd consultants van McKinsey om de discussie over de onderzoeksstrategie op de faculteiten van de grond te krijgen. Volgens Van Leeuwenhoekhoogleraar dr. Henny Zandbergen werken de faculteiten nu aan een plan waarin ze 25 procent van hun onderzoek schrappen en in plaats daarvan nieuwe onderzoeksterreinen opzetten.

De faculteiten gaan door met die discussie, ook nu het college dat de discussie aanzwengelde op het punt staat te vertrekken. Maar moet het huidige college deze discussie nog afronden of maait ze dan te veel gras voor de voeten van een nieuw college weg?

Voormalig ondernemingsraadlid ir. Bert van Zomeren heeft een duidelijk antwoord: ,,Tot 1 november is De Voogd wat mij betreft de baas. Het is goed als hij in die periode dingen afmaakt, zoals de strategiediscussie.” Zandbergen: ,,Het is goed dat het huidige college nog veranderingen probeert af te dwingen. Ik vond het idee om uit te zoeken met welke 25 procent een faculteit kan stoppen heel aardig. Daardoor ontstaat meer dynamiek.”

ITS-decaan prof.dr.ir. Jan van Katwijk vindt zelfs dat de strategiediscussie in het huidige tempo zou moeten doorgaan als er helemaal geen college was. ,,Het is een hulpmiddel voor de faculteiten. Het college heeft er vooral voor gezorgd dat de faculteiten die discussie nu gezamenlijk voeren.” Afgelopen maandag en dinsdag deden de decanen dat tijdens een workshop in Noordwijk.

Ook prof.ir. Cor van Kruijsdijk vindt dat het tempo in de strategiediscussie moet blijven. ,,Het college heeft een ambitieuze strategie neergelegd en de bal ligt nu bij de faculteiten. Er moet druk blijven op dat proces. De komende jaren gaan veel wetenschappers met pensioen en dat is hét moment voor strategische keuzes. Mis je die kans voor verandering, dan leg je zaken weer voor een lange periode vast. Als je te laat begint met het werven van nieuw personeel, vis je bovendien achter het net. We moeten de zaak op tijd op orde hebben, op tijd weten wat we willen, want ook andere Europese universiteiten azen op het schaarse talent.”

Werkvloer

,,Een universitaire gemeenschap moet altijd discussiëren over haar strategie”, meent ook prof.dr. Sybren van der Zwaag. ,,Het is goed om eens extra kritisch naar de onderzoeksportfolio te kijken: doen we dingen omdat we ze altijd doen of durven we ook nieuwe dingen te doen. Maar misschien kan de discussie wel wat langzamer gevoerd zodat een nieuw college de discussie kan afronden.”

Prof.dr. Gijs Kuenen vindt sowieso dat de discussie te snel gevoerd moest worden. ,,Je kan een nieuwe strategie niet binnen een paar maanden uit de grond stampen.” Wat dat betreft kan het dus bestdoor een nieuw college worden afgerond. Maar hij vindt niet dat een nieuw college er perse een stempel hoeft te drukken op de strategie als de faculteiten het met elkaar eens zijn.

Met de aanpak van het college en de decanen is niet iedereen het eens. ,,Over de strategiediscussie heb ik ambivalente gevoelens”, vertelt IRI-directeur prof.dr.ir. Ad Verkooijen. ,,Het is belangrijk om een goede onderzoeksstrategie te bepalen. Maar het college voert die discussie slechts met een gedeelte van de universiteit. Het IRI wordt er bijvoorbeeld helemaal buiten gehouden. In een organisatie van professionals moet juist ook de werkvloer bij zo’n discussie betrekken.”

Ook bibliothecaris dr. Leo Waaijers vindt dat de discussie opener moet worden. ,,Nu is het een onderonsje van het college en een klein clubje mensen waarvan ik de namen niet eens weet.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.