TU-onderwijs op het gebied van duurzame ontwikkeling is op een aantal onderdelen maar mondjesmaat van de grond gekomen, concludeert een commissie.Het project Onderwijs in Duurzame Ontwikkeling (ODO) is in 1997 op de TU van start gegaan.
Een speciale commissie % waarin naast TU’ers als bouwkundedocent dr. S.P. Tjallingii en TNW-opleidingsdirecteur dr.ir. Maurice Peereboom, ook mensen van de Universiteit van Amsterdam en de TU Eindhoven zetelen % keek hoeveel er van het project terecht is gekomen.
ODO ontwikkelde voor alle faculteiten het basisvak ’techniek in duurzame ontwikkeling’, ondersteunde secties en docenten die duurzaamheid in hun lesaanbod wilden vervlechten en organiseerde docententrainingen, lezingen en symposia. De centrale vraag: ‘Hoe maak je een Delftse ingenieur tot een milieubewuste en duurzame ingenieur?
Dat is nog niet zo makkelijk, zo bleek. Technologie in duurzame ontwikkeling is sinds bijna twee jaar een afstudeervariant op alle opleidingen, maar nog niet veel studenten maken er gebruik van. Ze moeten veel beter voorgelicht worden over deze mogelijkheid, oordeelt de commissie, en de procedure om met deze variant af te studeren moet worden versimpeld.
De commissie concludeert verder dat ODO niet bij alle faculteiten enthousiaste voortrekkers heeft gevonden. De ‘vervlechting’ in het curriculum zou soms tegenvallen en niet elke onderwijsdirecteur voelt zich er even verantwoordelijk voor.
De commissie adviseert het college van bestuur duurzame ontwikkeling tot een speerpunt van de onderwijsportfolio te maken. Binnen elke opleiding moeten enkele docenten het vak doceren.
De projectgroep ODO is nu ondergebracht bij de faculteit TBM. Geen ideale situatie, vindt de commissie. Het college zelf zal ODO wat meer armslag moeten geven. (JP)
TU-onderwijs op het gebied van duurzame ontwikkeling is op een aantal onderdelen maar mondjesmaat van de grond gekomen, concludeert een commissie.
Het project Onderwijs in Duurzame Ontwikkeling (ODO) is in 1997 op de TU van start gegaan. Een speciale commissie % waarin naast TU’ers als bouwkundedocent dr. S.P. Tjallingii en TNW-opleidingsdirecteur dr.ir. Maurice Peereboom, ook mensen van de Universiteit van Amsterdam en de TU Eindhoven zetelen % keek hoeveel er van het project terecht is gekomen.
ODO ontwikkelde voor alle faculteiten het basisvak ’techniek in duurzame ontwikkeling’, ondersteunde secties en docenten die duurzaamheid in hun lesaanbod wilden vervlechten en organiseerde docententrainingen, lezingen en symposia. De centrale vraag: ‘Hoe maak je een Delftse ingenieur tot een milieubewuste en duurzame ingenieur?
Dat is nog niet zo makkelijk, zo bleek. Technologie in duurzame ontwikkeling is sinds bijna twee jaar een afstudeervariant op alle opleidingen, maar nog niet veel studenten maken er gebruik van. Ze moeten veel beter voorgelicht worden over deze mogelijkheid, oordeelt de commissie, en de procedure om met deze variant af te studeren moet worden versimpeld.
De commissie concludeert verder dat ODO niet bij alle faculteiten enthousiaste voortrekkers heeft gevonden. De ‘vervlechting’ in het curriculum zou soms tegenvallen en niet elke onderwijsdirecteur voelt zich er even verantwoordelijk voor.
De commissie adviseert het college van bestuur duurzame ontwikkeling tot een speerpunt van de onderwijsportfolio te maken. Binnen elke opleiding moeten enkele docenten het vak doceren.
De projectgroep ODO is nu ondergebracht bij de faculteit TBM. Geen ideale situatie, vindt de commissie. Het college zelf zal ODO wat meer armslag moeten geven. (JP)
Comments are closed.