Onderwijs

TUs gaan samenwerken

De colleges van bestuur van de drie universiteiten hebben staatssecretaris Nijs een subsidie gevraagd van drie miljoen euro om de afstemming en taakverdeling in twee jaar vorm te geven.

br />
Zij doen dit om het hoofd te bieden aan de teruglopende studenteninstroom, de afnemende overheidsfinanciering en de toenemende internationale concurrentie om studenten en wetenschappers.

De universiteiten hebben drie hoofddoelstellingen geformuleerd. Zo willen ze een volledig en landelijk gespreid aanbod tot stand brengen van technische bacheloropleidingen. Ook moeten maximale wederzijdse doorstroommogelijkheden gegarandeerd worden, tussen alle bachelor- en masteropleidingen van de drie TU’s. Het onderling afstemmen en doelmatig organiseren van de masteropleidingen en de zwaartepunten in het universitaire onderzoek vormen de laatste doelstelling. De subsidie hebben de universiteiten nodig om personeel vrij te maken om hun plannen nader uit te werken.

De drie bestuurscolleges luiden bij de overheid op dramatische wijze de alarmklok. Minder studenten betekent op termijn minder onderzoek, en uiteindelijk ook ‘een ernstig probleem voor het innovatief vermogen van de Nederlandse kenniseconomie’.

Maar de drie colleges geven ook aan dat zij willen proberen zo creatief mogelijk met de geldmiddelen om te gaan. De staatssecretaris had daar in september bij de opening van het academisch jaar, in een pleidooi voor meer efficiency, ook om gevraagd.

Alle drie moeten grote investeringen doen in de onderwijsvoorzieningen, de gebouwen en de laboratoria. De TU’s zien zich geconfronteerd met een ‘grote financiële aderlating’ en willen door samenwerking en afstemming proberen deze uitgaven ‘beheersbaar’ te maken.

De subsidieaanvraag hebben de universiteiten laten vergezellen van een intentieverklaring, die ‘de politiek’ moet duidelijk maken dat de tijd van concurrentie tussen de TU’s in Nederland voorbij is. Zij zeggen dat hun instellingen tot de internationale top behoren dankzij decennialange investeringen, en erkennen dat bundeling van krachten nu nodig is om die posities te behouden of te versterken. Die krachtenbundeling zal dan niet alleen het onderwijs en onderzoek betreffen, maar ook de infrastructuur en het personeel.

De colleges van bestuur van de drie universiteiten hebben staatssecretaris Nijs een subsidie gevraagd van drie miljoen euro om de afstemming en taakverdeling in twee jaar vorm te geven.

Zij doen dit om het hoofd te bieden aan de teruglopende studenteninstroom, de afnemende overheidsfinanciering en de toenemende internationale concurrentie om studenten en wetenschappers.

De universiteiten hebben drie hoofddoelstellingen geformuleerd. Zo willen ze een volledig en landelijk gespreid aanbod tot stand brengen van technische bacheloropleidingen. Ook moeten maximale wederzijdse doorstroommogelijkheden gegarandeerd worden, tussen alle bachelor- en masteropleidingen van de drie TU’s. Het onderling afstemmen en doelmatig organiseren van de masteropleidingen en de zwaartepunten in het universitaire onderzoek vormen de laatste doelstelling. De subsidie hebben de universiteiten nodig om personeel vrij te maken om hun plannen nader uit te werken.

De drie bestuurscolleges luiden bij de overheid op dramatische wijze de alarmklok. Minder studenten betekent op termijn minder onderzoek, en uiteindelijk ook ‘een ernstig probleem voor het innovatief vermogen van de Nederlandse kenniseconomie’.

Maar de drie colleges geven ook aan dat zij willen proberen zo creatief mogelijk met de geldmiddelen om te gaan. De staatssecretaris had daar in september bij de opening van het academisch jaar, in een pleidooi voor meer efficiency, ook om gevraagd.

Alle drie moeten grote investeringen doen in de onderwijsvoorzieningen, de gebouwen en de laboratoria. De TU’s zien zich geconfronteerd met een ‘grote financiële aderlating’ en willen door samenwerking en afstemming proberen deze uitgaven ‘beheersbaar’ te maken.

De subsidieaanvraag hebben de universiteiten laten vergezellen van een intentieverklaring, die ‘de politiek’ moet duidelijk maken dat de tijd van concurrentie tussen de TU’s in Nederland voorbij is. Zij zeggen dat hun instellingen tot de internationale top behoren dankzij decennialange investeringen, en erkennen dat bundeling van krachten nu nodig is om die posities te behouden of te versterken. Die krachtenbundeling zal dan niet alleen het onderwijs en onderzoek betreffen, maar ook de infrastructuur en het personeel.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.