Onderwijs

Universiteiten en bedrijfsleven moeten samenwerken en niet elkaar negeren

Sinds 13 mei 2002 is Bart Ronteltap voorzitter van Delft Kennisstad. Hij heeft ambitieuze plannen met de stichting. Ronteltap wil deze een brugfunctie creëren tussen kennisinstellingen als TNO en de TU Delft en het regionale bedrijfsleven.

br />
Delft Kennisstad lijkt met de komst van de nieuwe voorzitter een andere koers te gaan varen. Jarenlang had de stichting als voornaamste functie het promoten van het imago van de stad Delft – en is daar volgens Ronteltap ook goed in geslaagd % maar nu wil Delft Kennisstad een brugfunctie gaan vervullen tussen kennisinstellingen en het bedrijfsleven.

Volgens de kersverse directeur is tussen deze twee groepen sprake van een kenniskloof. Tot vorig jaar was Ronteltap directeur van Van Essen Instruments en daarom kent hij die kloof uit eigen ervaring. ,,Mijn vroegere bedrijf specialiseerde zich in sensoren voor het meten van water in kwalitatieve en kwantitatieve zin. Ofwel: hoe hoog of laag staat het water en is het vervuild of niet. Als directeur nam ik deel in het marktcluster Netherlands Water Partnership, een samenwerkingverband tussen bedrijven die allemaal met water te maken hebben. Aan de andere kant is er het Delft Cluster (een kenniscluster) waarin de TU Delft (civiele techniek en geotechniek), TNO, Delft Hydraulics en het IHE samenwerken.”

,,In Nederland zijn de horizontale verbanden goed geregeld; bedrijven ontmoeten elkaar in brancheorganisaties en wetenschappers in andere netwerken”, vindt Ronteltap. ,,De verticale verbinding tussen het bedrijfsleven en de wetenschap ontbreekt echter. En dat wil Delft Kennisstad doorbreken. In het voorbeeld van het water neemt Nederland slechts één procent van de wereldmarkt voor zijn rekening. Door een betere verticale samenwerking tussen kennis en marktcluster moet het mogelijk zijn om twee procent te halen.”

Technische campus

In het bruggen bouwen tussen ondernemers en wetenschappen ziet Ronteltap ook een belangrijke rol voor de TU Delft weggelegd. ,,Natuurlijk vinden veel wetenschappers al de weg naar de grote bedrijven, maar het bereiken van het midden- en kleinbedrijf (MKB) is heel lastig.” Positief is Ronteltap daarom over het streven van de universiteit om het hoger technisch onderwijs (hto) binnen de campusgrenzen te halen. ,,Wat mij betreft komt het middelbare technische onderwijs (mto) daar ook bij. Het bij elkaar brengen van de diverse typen technisch onderwijs is een eerste stap naar het integreren van kennis. Diverse soorten technici ontmoeten elkaar dan eens en zien wat van elkaars werkzaamheden. Hto’ers en mto’ers komen vaak in het MKB terecht en kunnen dan die kennis meenemen. Dat kun je zien als een begin van een kennisoverdracht naar het MKB”, aldus de directeur. ,,Bovendien kunnen TU’ers bij het uitwerken van ideeën iets aan hto’ers of mto’ers hebben.”

Een andere positieve ontwikkeling vindt Ronteltap de TU-plannen met zowel het noorden als het zuiden van de campus. Voor het noordelijke gebied ligt het ontwerp klaar voor een conferentieoord. ,,In Delft is het lastig om hotelaccommodatie te vinden en dat remt het organiseren van grote conferenties. Dat is jammer, want die spelen ook een rol in de overdracht van kennis tussen bedrijven en wetenschappers. Als de plannen voor het TU-conferentieoord uitgevoerd worden, is accommodatie geen belemmering meer.”

Volgens Ronteltap ligt het voor de hand waarom hij ontwikkelingen in TU-Zuid % de vestiging van technisch hoogwaardige bedrijven – toejuicht. ,,Als bedrijven zich vlakbij de TU Delft (maar ook TNO) kunnen vestigen, is de kennisoverdracht in ieder geval logistiek eenvoudiger te realiseren.”

Technostarters vormen volgens Ronteltap een belangrijke schakel in het overbrengen van wetenschappelijke kennis naar de markt. ,,Deze regio kent een groot aantal technostarters. Er zijn alleen in Delft al negen bedrijfsverzamelgebouwen waar veel van hen gevestigd zijn.”

Ronteltap zou graag zien dat de begeleiding van deze groep geïntensiveerd wordt. ,,Ik ben er een voorstander van dat een technostarter een goede begeleiding krijgt vanaf het businessplan, gedurende de groei en tot aan het punt dat massafabricage mogelijk wordt. Verder zou ik het toejuichen als er mogelijkheden geschapen worden om binnen de Delftse regio competence centra en proeffabrieken op te zetten.”

Versnippering

Het lastige echter, is volgens Ronteltap dat rondom de groep beginnende ondernemers een circus bestaat vanregelingen en hulpverleners. ,,Elke gemeente heeft een begeleider voor technostarters evenals iedere bank, ieder accountantskantoor, TNO, de Kamer van Koophandel, de TU Delft en ook de meeste grote bedrijven hebben er iemand voor vrijgemaakt. Deze versnippering komt deels voort uit concurrentieoverwegingen, maar bij goede samenwerking zou iedereen baat hebben. Delft Kennisstad wil het voortouw nemen om enige stroomlijning in de begeleiding van starters te brengen. Op 12 juni 2002 organiseren we een workshop waar al deze verschillende begeleiders bij elkaar komen en kennis uitwisselen. We streven ernaar om tot een bewegwijzering te komen voor de technostarter door de regelgeving en subsidiemogelijkheden heen.”

Ook in het najaar zal Delft Kennisstad van zich laten horen op de TU Delft. Op de Technologiedag van 9 november 2002 zal de stichting een kennismarkt en een feest organiseren. ,,Op de kennismarkt willen we diverse marktclusters en kennisclusters de gelegenheid geven zich aan elkaar en aan de regio voor te stellen. Niet alleen Delft maar ook Leiden, Den Haag en Rotterdam gaan deelnemen, evenals de zuidvleugel rondom Dordrecht. Het zou onzinnig zijn om van de hierin aanwezige kennis geen gebruik te maken. Delftse technici hebben veelal moeite met de marketing van hun producten, terwijl 25 kilometer verderop in Rotterdam veel toekomstige marketeers rondlopen. Universiteiten en bedrijfsleven moeten elkaar op een goede manier gaan gebruiken en niet langer elkaar negeren maar samenwerken.”

Sinds 13 mei 2002 is Bart Ronteltap voorzitter van Delft Kennisstad. Hij heeft ambitieuze plannen met de stichting. Ronteltap wil deze een brugfunctie creëren tussen kennisinstellingen als TNO en de TU Delft en het regionale bedrijfsleven.

Delft Kennisstad lijkt met de komst van de nieuwe voorzitter een andere koers te gaan varen. Jarenlang had de stichting als voornaamste functie het promoten van het imago van de stad Delft – en is daar volgens Ronteltap ook goed in geslaagd % maar nu wil Delft Kennisstad een brugfunctie gaan vervullen tussen kennisinstellingen en het bedrijfsleven.

Volgens de kersverse directeur is tussen deze twee groepen sprake van een kenniskloof. Tot vorig jaar was Ronteltap directeur van Van Essen Instruments en daarom kent hij die kloof uit eigen ervaring. ,,Mijn vroegere bedrijf specialiseerde zich in sensoren voor het meten van water in kwalitatieve en kwantitatieve zin. Ofwel: hoe hoog of laag staat het water en is het vervuild of niet. Als directeur nam ik deel in het marktcluster Netherlands Water Partnership, een samenwerkingverband tussen bedrijven die allemaal met water te maken hebben. Aan de andere kant is er het Delft Cluster (een kenniscluster) waarin de TU Delft (civiele techniek en geotechniek), TNO, Delft Hydraulics en het IHE samenwerken.”

,,In Nederland zijn de horizontale verbanden goed geregeld; bedrijven ontmoeten elkaar in brancheorganisaties en wetenschappers in andere netwerken”, vindt Ronteltap. ,,De verticale verbinding tussen het bedrijfsleven en de wetenschap ontbreekt echter. En dat wil Delft Kennisstad doorbreken. In het voorbeeld van het water neemt Nederland slechts één procent van de wereldmarkt voor zijn rekening. Door een betere verticale samenwerking tussen kennis en marktcluster moet het mogelijk zijn om twee procent te halen.”

Technische campus

In het bruggen bouwen tussen ondernemers en wetenschappen ziet Ronteltap ook een belangrijke rol voor de TU Delft weggelegd. ,,Natuurlijk vinden veel wetenschappers al de weg naar de grote bedrijven, maar het bereiken van het midden- en kleinbedrijf (MKB) is heel lastig.” Positief is Ronteltap daarom over het streven van de universiteit om het hoger technisch onderwijs (hto) binnen de campusgrenzen te halen. ,,Wat mij betreft komt het middelbare technische onderwijs (mto) daar ook bij. Het bij elkaar brengen van de diverse typen technisch onderwijs is een eerste stap naar het integreren van kennis. Diverse soorten technici ontmoeten elkaar dan eens en zien wat van elkaars werkzaamheden. Hto’ers en mto’ers komen vaak in het MKB terecht en kunnen dan die kennis meenemen. Dat kun je zien als een begin van een kennisoverdracht naar het MKB”, aldus de directeur. ,,Bovendien kunnen TU’ers bij het uitwerken van ideeën iets aan hto’ers of mto’ers hebben.”

Een andere positieve ontwikkeling vindt Ronteltap de TU-plannen met zowel het noorden als het zuiden van de campus. Voor het noordelijke gebied ligt het ontwerp klaar voor een conferentieoord. ,,In Delft is het lastig om hotelaccommodatie te vinden en dat remt het organiseren van grote conferenties. Dat is jammer, want die spelen ook een rol in de overdracht van kennis tussen bedrijven en wetenschappers. Als de plannen voor het TU-conferentieoord uitgevoerd worden, is accommodatie geen belemmering meer.”

Volgens Ronteltap ligt het voor de hand waarom hij ontwikkelingen in TU-Zuid % de vestiging van technisch hoogwaardige bedrijven – toejuicht. ,,Als bedrijven zich vlakbij de TU Delft (maar ook TNO) kunnen vestigen, is de kennisoverdracht in ieder geval logistiek eenvoudiger te realiseren.”

Technostarters vormen volgens Ronteltap een belangrijke schakel in het overbrengen van wetenschappelijke kennis naar de markt. ,,Deze regio kent een groot aantal technostarters. Er zijn alleen in Delft al negen bedrijfsverzamelgebouwen waar veel van hen gevestigd zijn.”

Ronteltap zou graag zien dat de begeleiding van deze groep geïntensiveerd wordt. ,,Ik ben er een voorstander van dat een technostarter een goede begeleiding krijgt vanaf het businessplan, gedurende de groei en tot aan het punt dat massafabricage mogelijk wordt. Verder zou ik het toejuichen als er mogelijkheden geschapen worden om binnen de Delftse regio competence centra en proeffabrieken op te zetten.”

Versnippering

Het lastige echter, is volgens Ronteltap dat rondom de groep beginnende ondernemers een circus bestaat vanregelingen en hulpverleners. ,,Elke gemeente heeft een begeleider voor technostarters evenals iedere bank, ieder accountantskantoor, TNO, de Kamer van Koophandel, de TU Delft en ook de meeste grote bedrijven hebben er iemand voor vrijgemaakt. Deze versnippering komt deels voort uit concurrentieoverwegingen, maar bij goede samenwerking zou iedereen baat hebben. Delft Kennisstad wil het voortouw nemen om enige stroomlijning in de begeleiding van starters te brengen. Op 12 juni 2002 organiseren we een workshop waar al deze verschillende begeleiders bij elkaar komen en kennis uitwisselen. We streven ernaar om tot een bewegwijzering te komen voor de technostarter door de regelgeving en subsidiemogelijkheden heen.”

Ook in het najaar zal Delft Kennisstad van zich laten horen op de TU Delft. Op de Technologiedag van 9 november 2002 zal de stichting een kennismarkt en een feest organiseren. ,,Op de kennismarkt willen we diverse marktclusters en kennisclusters de gelegenheid geven zich aan elkaar en aan de regio voor te stellen. Niet alleen Delft maar ook Leiden, Den Haag en Rotterdam gaan deelnemen, evenals de zuidvleugel rondom Dordrecht. Het zou onzinnig zijn om van de hierin aanwezige kennis geen gebruik te maken. Delftse technici hebben veelal moeite met de marketing van hun producten, terwijl 25 kilometer verderop in Rotterdam veel toekomstige marketeers rondlopen. Universiteiten en bedrijfsleven moeten elkaar op een goede manier gaan gebruiken en niet langer elkaar negeren maar samenwerken.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.