Campus

Vakantie

Ik herinner mij de vroegere vakanties, die we met het vertrouwde thuisfront iedere zomer weer opnieuw met goede moed trachtten te bedwingen. Er werd een camping in Toscane gebeld, de aanhangwagen bij omalief uit de garage getrokken, de Lada kreeg nog een laatste check-up en dan konden we in alle onrust aan de reis beginnen.

br />
Met z’n vijven twee dagen ingesloten door tassen, kussens, dekbedden en zes beslagen ramen in een Lada, over eindeloze, grijze asfaltwegen tuffen kent echter z’n grens.

Die grens ligt ergens bij de oprit.

Want alleen daar, bij die lieve, vertrouwde oprit, waren er bitter weinig afslagen die gemist konden worden, waren er geen tankstations met smaakvollere lekkernijen dan onze zweterige kaasboterhammen, was er gewoon een wc om de hoek, en was er vooral nog de vakantiedroom: de mogelijkheid om op het laatste moment alleen thuis te blijven en stiekem feestjes te geven met vriendjes in het grote, ouderloze huis. Die stiekeme feestjes heb ik nooit gegeven: ik was altijd op vakantie.

Het was zwaar. En niet alleen de reis. De tijd die we niet in de tent verdeden, verdeden we op steile, nog onbeklommen bergpaden. Snakkend naar water strompelden m’n zusjes en ik in de zinderende hitte van Italië achter onze scheppers aan, op zoek naar schaduw, luwte en rust. Rust, zoals je die alleen thuis kon vinden.

Gelukkig ben ik nu een student, die z’n eigen vakanties mag plannen. Met een bestemming naar eigen keuze, in een vervoermiddel naar eigen keuze, in een tent naar eigen keuze en met een budget naar geheel eigen keuze. Als ik die keuzevrijheden zo eens op een rijtje zet, lijk ik echter niet verder te komen dan m’n oprit, die er voorlopig nog niet is.

Ik herinner mij de vroegere vakanties, die we met het vertrouwde thuisfront iedere zomer weer opnieuw met goede moed trachtten te bedwingen. Er werd een camping in Toscane gebeld, de aanhangwagen bij omalief uit de garage getrokken, de Lada kreeg nog een laatste check-up en dan konden we in alle onrust aan de reis beginnen.

Met z’n vijven twee dagen ingesloten door tassen, kussens, dekbedden en zes beslagen ramen in een Lada, over eindeloze, grijze asfaltwegen tuffen kent echter z’n grens.

Die grens ligt ergens bij de oprit.

Want alleen daar, bij die lieve, vertrouwde oprit, waren er bitter weinig afslagen die gemist konden worden, waren er geen tankstations met smaakvollere lekkernijen dan onze zweterige kaasboterhammen, was er gewoon een wc om de hoek, en was er vooral nog de vakantiedroom: de mogelijkheid om op het laatste moment alleen thuis te blijven en stiekem feestjes te geven met vriendjes in het grote, ouderloze huis. Die stiekeme feestjes heb ik nooit gegeven: ik was altijd op vakantie.

Het was zwaar. En niet alleen de reis. De tijd die we niet in de tent verdeden, verdeden we op steile, nog onbeklommen bergpaden. Snakkend naar water strompelden m’n zusjes en ik in de zinderende hitte van Italië achter onze scheppers aan, op zoek naar schaduw, luwte en rust. Rust, zoals je die alleen thuis kon vinden.

Gelukkig ben ik nu een student, die z’n eigen vakanties mag plannen. Met een bestemming naar eigen keuze, in een vervoermiddel naar eigen keuze, in een tent naar eigen keuze en met een budget naar geheel eigen keuze. Als ik die keuzevrijheden zo eens op een rijtje zet, lijk ik echter niet verder te komen dan m’n oprit, die er voorlopig nog niet is.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.