Sommige sporten zijn net ongelukpleisters. Een gescheurde nier bij American Football of een gebroken neus met rugbyen. Dit zijn de sporten die je beter kan laten, verstandiger voor je gezondheid denkt menigeen.
Maar hoe verhelp je het als de plek waar je speelt het ongeluk aantrekt? Als dit ‘een plek des onheils’ is?
Het klinkt onwaarschijnlijk, maar sinds kort hebben we er een in Delft.
Zo’n tien weken geleden valt een voetballer tijdens een potje voetbal in het sportcentrum. De paar vierkante meter die zichzelf veld 1b noemt, levert hem een gebroken enkel op. Dan denk je: ach dat kan af en toe gebeuren; en vervolgens zit je er niet meer over in.
Het blijft een tijd stil en het incident wordt vergeten. Totdat er twee weken geleden weer iemand op exact hetzelfde stukje kunstgras zijn enkel zwaar blesseert. Een op zichzelf staand sportongevalletje dat zo nu en dan kan gebeuren, denk je weer. Maar dan komt het sporttoernooi van het TU-lustrum.
Op dinsdag spelen de ongetrainde fanatiekelingen gezellig een potje voetbal, tot: ‘Auhw, shit’, heel hard schreeuwend een jongen tegen de vlakte gaat. Dit keer weer een enkel, dit keer weer gebroken. En waar? Op veld 1b natuurlijk. Terwijl het slachtoffer nog in het ziekenhuis behandeld wordt, eist het boosaardige veld zijn laatste slachtoffer voor de zomerstop. Dit keer een zware verstuiking, natuurlijk van een enkel.
Toeval, geen toeval? Plek des onheils of niet? De TU neemt geen risico en plaatst wellicht een paraat Ehbo-team bij veld 1b. Verder onderzoek volgt.
Sommige sporten zijn net ongelukpleisters. Een gescheurde nier bij American Football of een gebroken neus met rugbyen. Dit zijn de sporten die je beter kan laten, verstandiger voor je gezondheid denkt menigeen. Maar hoe verhelp je het als de plek waar je speelt het ongeluk aantrekt? Als dit ‘een plek des onheils’ is?
Het klinkt onwaarschijnlijk, maar sinds kort hebben we er een in Delft.
Zo’n tien weken geleden valt een voetballer tijdens een potje voetbal in het sportcentrum. De paar vierkante meter die zichzelf veld 1b noemt, levert hem een gebroken enkel op. Dan denk je: ach dat kan af en toe gebeuren; en vervolgens zit je er niet meer over in.
Het blijft een tijd stil en het incident wordt vergeten. Totdat er twee weken geleden weer iemand op exact hetzelfde stukje kunstgras zijn enkel zwaar blesseert. Een op zichzelf staand sportongevalletje dat zo nu en dan kan gebeuren, denk je weer. Maar dan komt het sporttoernooi van het TU-lustrum.
Op dinsdag spelen de ongetrainde fanatiekelingen gezellig een potje voetbal, tot: ‘Auhw, shit’, heel hard schreeuwend een jongen tegen de vlakte gaat. Dit keer weer een enkel, dit keer weer gebroken. En waar? Op veld 1b natuurlijk. Terwijl het slachtoffer nog in het ziekenhuis behandeld wordt, eist het boosaardige veld zijn laatste slachtoffer voor de zomerstop. Dit keer een zware verstuiking, natuurlijk van een enkel.
Toeval, geen toeval? Plek des onheils of niet? De TU neemt geen risico en plaatst wellicht een paraat Ehbo-team bij veld 1b. Verder onderzoek volgt.
Comments are closed.