Verslagen en verbijsterd is binnen de universiteit gereageerd op de dood van universitair docent Ronald Slingerland (46) en testvlieger Poppe de Lange (70). Zij kwamen om bij een vliegongeluk.
Het ongeluk gebeurde op vrijdag 19 oktober, vlak voor de herfstvakantie. Het sportvliegtuig van Slingerland en De Lange kwam in botsing met een ander sportvliegtuig bij vliegveld Lelystad. De twee TU-medewerkers vlogen met een vierpersoons Cessna 172R van hun Vliegclub Rotterdam naar Lelystad, een vliegveld zonder verkeerstoren. Vlak voor het inzetten van de landing kwamen zij in botsing met een sportvliegtuig vlak boven hen.
Voor de vliegroute naar de landingsbaan moeten piloten bij Lelystad op een bepaald punt . een kruising van wegen . op een vaste hoogte vliegen van 700 voet. “Misschien hadden ze wel messcherp gevlogen”, zegt Wim Schimmel, voorzitter van de Vliegclub Rotterdam. “Allebei precies op de juiste hoogte, op dat punt. Die routes zijn afgesproken om ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk geluidsoverlast is. Misschien is dat aspect wel erg dominant geweest, ten koste van de vliegveiligheid.”
Van getuigen hoorde Schimmel dat de staart van de Cessna door de botsing omklapte. Het toestel werd daardoor onbestuurbaar, stortte naar beneden en vatte vlam. Het andere vliegtuig raakte zwaar beschadigd, maar kon een noodlanding maken.
Veel mensen tekenden condoleanceregisters op de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek. “Juist tijdens zijn colleges benadrukte Slingerland altijd hoe belangrijk de staart is voor een vliegtuig”, vertelt vijfdejaars student Hans Joore na het tekenen van het condoleanceregister. “En nu had hij zelf die staart verloren”, zegt hij bedroefd.
Slingerland was altijd zeer enthousiast over zijn vakgebied, aircraftdesign. “Hij heeft ons nog een extra vak gegeven”, zegt Joore. “Hij vroeg ons of we interesse hadden in design of military aircraft. Nou, dat hadden we: iedereen kwam opdagen.”
Slingerland vloog al jaren en De Lange zat zelfs al 55 jaar in ‘de vliegerij’. De Lange deed vliegproeven voor de universiteit en maakte na zijn pensioen nog freelance kennismakingsvluchten met studenten. Op de maandag na het ongeluk hadden studenten weer zulke vluchten. “We hebben ze geadviseerd wel te vliegen en voor zover ik weet hebben ze dat allemaal gedaan”, zegt decaan prof.dr.ir. Jacco Hoekstra.
De Onderzoeksraad voor Veiligheid doet onderzoek naar de toedracht van het ongeval. Volgens Schimmel was de Cessna vorige maand nog in onderhoud geweest en was er dezelfde dag nog een vliegexamen mee uitgevoerd. De piloten hadden in oktober en september hun jaarlijkse controlevlucht gemaakt met een instructeur. “Ze waren daar glansrijk doorheen gekomen”, zegt Schimmel. “Het liefst zou je horen dat er bij dit ongeluk regels waren overtreden of dingen stuk waren. Dat geeft immers nog een verklaring.”
De Lange is in familiekring gecremeerd; Slingerland is een dag later begraven. Een delegatie van de TU is daarbij aanwezig geweest. Leden van de vliegclub bewezen beide vliegers de laatste eer met de formatievlucht ‘missing man’.
Het ongeluk gebeurde op vrijdag 19 oktober, vlak voor de herfstvakantie. Het sportvliegtuig van Slingerland en De Lange kwam in botsing met een ander sportvliegtuig bij vliegveld Lelystad. De twee TU-medewerkers vlogen met een vierpersoons Cessna 172R van hun Vliegclub Rotterdam naar Lelystad, een vliegveld zonder verkeerstoren. Vlak voor het inzetten van de landing kwamen zij in botsing met een sportvliegtuig vlak boven hen.
Voor de vliegroute naar de landingsbaan moeten piloten bij Lelystad op een bepaald punt . een kruising van wegen . op een vaste hoogte vliegen van 700 voet. “Misschien hadden ze wel messcherp gevlogen”, zegt Wim Schimmel, voorzitter van de Vliegclub Rotterdam. “Allebei precies op de juiste hoogte, op dat punt. Die routes zijn afgesproken om ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk geluidsoverlast is. Misschien is dat aspect wel erg dominant geweest, ten koste van de vliegveiligheid.”
Van getuigen hoorde Schimmel dat de staart van de Cessna door de botsing omklapte. Het toestel werd daardoor onbestuurbaar, stortte naar beneden en vatte vlam. Het andere vliegtuig raakte zwaar beschadigd, maar kon een noodlanding maken.
Veel mensen tekenden condoleanceregisters op de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek. “Juist tijdens zijn colleges benadrukte Slingerland altijd hoe belangrijk de staart is voor een vliegtuig”, vertelt vijfdejaars student Hans Joore na het tekenen van het condoleanceregister. “En nu had hij zelf die staart verloren”, zegt hij bedroefd.
Slingerland was altijd zeer enthousiast over zijn vakgebied, aircraftdesign. “Hij heeft ons nog een extra vak gegeven”, zegt Joore. “Hij vroeg ons of we interesse hadden in design of military aircraft. Nou, dat hadden we: iedereen kwam opdagen.”
Slingerland vloog al jaren en De Lange zat zelfs al 55 jaar in ‘de vliegerij’. De Lange deed vliegproeven voor de universiteit en maakte na zijn pensioen nog freelance kennismakingsvluchten met studenten. Op de maandag na het ongeluk hadden studenten weer zulke vluchten. “We hebben ze geadviseerd wel te vliegen en voor zover ik weet hebben ze dat allemaal gedaan”, zegt decaan prof.dr.ir. Jacco Hoekstra.
De Onderzoeksraad voor Veiligheid doet onderzoek naar de toedracht van het ongeval. Volgens Schimmel was de Cessna vorige maand nog in onderhoud geweest en was er dezelfde dag nog een vliegexamen mee uitgevoerd. De piloten hadden in oktober en september hun jaarlijkse controlevlucht gemaakt met een instructeur. “Ze waren daar glansrijk doorheen gekomen”, zegt Schimmel. “Het liefst zou je horen dat er bij dit ongeluk regels waren overtreden of dingen stuk waren. Dat geeft immers nog een verklaring.”
De Lange is in familiekring gecremeerd; Slingerland is een dag later begraven. Een delegatie van de TU is daarbij aanwezig geweest. Leden van de vliegclub bewezen beide vliegers de laatste eer met de formatievlucht ‘missing man’.
Comments are closed.