In de richtlijnen die de adviescommissie introductietijden Delft (AID) in 2000 heeft opgesteld, staat niets over het uitschelden of bedreigen van aspirant-leden.
Volgens commissielid Max van der Laan is het moeilijk om te definiëren wat op dat gebied wel en wat niet door de beugel kan. In principe, zegt hij, moeten de verenigingen zelf hun normen vaststellen.
In de richtlijnen van de AID staat alleen dat de studentenverenigingen hun leden duidelijk moeten maken ‘dat grensoverschrijdend gedrag niet getolereerd wordt en dat hier sancties aan verbonden zijn’. Van der Laan heeft binnenkort een vergadering met de andere AID-leden om over de zaak-Kuilman te spreken. “Misschien moeten we er dan over nadenken om de richtlijnen aan te scherpen.”
Dat zou niet de eerste keer zijn. Sinds de richtlijnen in 2000 zijn opgesteld, zijn ze een aantal malen strenger gemaakt. Volgens AID-lid en studentenarts Wim van Donselaar bleek uit de praktijk dat dit nodig was.
De laatste wijziging deed zijn commissie in 2004. Studenten moesten vanaf dat moment tijdens de eerste week van de kennismakingstijd (KMT) zeker zeven uur per nacht slaap krijgen en tijdens de tweede week acht uur.
De richtlijnen van de AID beslaan niet meer dan één A-viertje. Er staat onder meer in dat binnen de logeerhuizen tijdens de tweede week geen KMT-activiteiten mogen plaatshebben. Ook moet het alcoholgebruik beperkt blijven. Verder moeten de verenigingen hun KMT-programma’s vooraf ter beoordeling voorleggen aan de AID.
De adviescommissie heeft overigens alleen een preventieve rol. Tijdens de kennismakingstijd voeren de verenigingen zelf controles uit. Ook leggen zij zelf sancties op. Volgens de president van de senaat van het Delftsch Studenten Corps, Eline van der Veen, zien twee commissies van corpsleden toe op ‘de toestand van de kandidaatleden, de gang van zaken in het verenigingsgebouw en in de studentenhuizen’. “Maar het is onmogelijk om elke dag langs elk huis te gaan.”(SB)
Volgens commissielid Max van der Laan is het moeilijk om te definiëren wat op dat gebied wel en wat niet door de beugel kan. In principe, zegt hij, moeten de verenigingen zelf hun normen vaststellen.
In de richtlijnen van de AID staat alleen dat de studentenverenigingen hun leden duidelijk moeten maken ‘dat grensoverschrijdend gedrag niet getolereerd wordt en dat hier sancties aan verbonden zijn’. Van der Laan heeft binnenkort een vergadering met de andere AID-leden om over de zaak-Kuilman te spreken. “Misschien moeten we er dan over nadenken om de richtlijnen aan te scherpen.”
Dat zou niet de eerste keer zijn. Sinds de richtlijnen in 2000 zijn opgesteld, zijn ze een aantal malen strenger gemaakt. Volgens AID-lid en studentenarts Wim van Donselaar bleek uit de praktijk dat dit nodig was.
De laatste wijziging deed zijn commissie in 2004. Studenten moesten vanaf dat moment tijdens de eerste week van de kennismakingstijd (KMT) zeker zeven uur per nacht slaap krijgen en tijdens de tweede week acht uur.
De richtlijnen van de AID beslaan niet meer dan één A-viertje. Er staat onder meer in dat binnen de logeerhuizen tijdens de tweede week geen KMT-activiteiten mogen plaatshebben. Ook moet het alcoholgebruik beperkt blijven. Verder moeten de verenigingen hun KMT-programma’s vooraf ter beoordeling voorleggen aan de AID.
De adviescommissie heeft overigens alleen een preventieve rol. Tijdens de kennismakingstijd voeren de verenigingen zelf controles uit. Ook leggen zij zelf sancties op. Volgens de president van de senaat van het Delftsch Studenten Corps, Eline van der Veen, zien twee commissies van corpsleden toe op ‘de toestand van de kandidaatleden, de gang van zaken in het verenigingsgebouw en in de studentenhuizen’. “Maar het is onmogelijk om elke dag langs elk huis te gaan.”(SB)
Comments are closed.