Onderwijs

‘Versnel aanleg Nederlandse offshore windparken’

Als Nederland nu geen windparken op zee ontwikkelt, dreigt het de instap in een groeimarkt te missen. Dat stelt de innovatieclub TKI Wind op Zee.


De oproep voor een thuismarkt klonk herhaaldelijk op het KiviNiria symposium ‘Wind op zee = Winst voor Nederland’, dat donderdag 20 september in Den Haag gehouden werd.


Door de gunstige ligging aan de ondiepe Noordzee met een zachte zandbodem en een gematigd windklimaat is Nederland bij uitstek geschikt voor de ontwikkeling van windparken op zee, betoogde Dolf Elsevier van Griethuysen van Ballast Nedam.


Diverse Nederlandse bedrijven zijn nu al betrokken bij planning, fundering, aanleg of beheer van vrijwel alle Europese offshore windparken. Die ongeveer 120 bedrijven slagen erin om 25 procent van de Europese omzet te draaien (1 van de 4 miljard per jaar).


Maar als Nederland geen thuismarkt ontwikkelt, zelf geen windparken op de Noordzee weg zet, is het risico groot dat Nederlandse bedrijven hun aandeel in die groeimarkt niet zullen behouden, waarschuwden niet alleen Van Griethuysen, maar ook de beide directeuren dr. Ernst van Zuylen (directeur onderzoeksprogramma FLOW) en prof.dr. Gijs van Kuik (hoogleraar windenergie TU Delft) van het Topconsortium Kennis en Innovatie (TKI) Wind op Zee.


De enorme ontwikkeling van Bremerhaven als springplank voor de offshore windindustrie in de Duitse Bocht baart hen zorgen. Evenals de voorgenomen verhuizing van een Nederlands offshore constructiebedrijf naar Bremerhaven omdat daar al de afnemers zitten.


De officiële Nederlandse doelstelling is nog steeds 6.000 MW geïnstalleerd vermogen op zee per 2020. Maar er staan tot nu toe slechts twee parken met samen 228 MW. Nu zijn exponentiële groeicurven in de windenergie meer regel dan uitzondering, maar een vervijfentwintigvoudiging komt niet vanzelf. En zeker niet nu er sinds een jaar of drie een ‘moratorium’ (dixit Van Kuik) in Nederland van kracht is waardoor er geen nieuwe aanvragen in behandeling worden genomen.


Duitsland loopt met 170 MW geïnstalleerde offshore capaciteit nog verder achter bij de doelstelling van 10.000 MW in 2020, maar daar wordt alles op alles gezet om parken en netaansluiting te realiseren, vertelde Tennet programmamanager ir. Han van Asten. Netbeheerder Tennet verwacht daar alleen al in de ‘stopcontacten op zee’ 10 miljard euro te investeren.


De werkgelegenheid in de offshore windsector groeit het hardst bij een combinatie van een groeiende internationale markt en thuismarkt. De Nederlandse windenergievereniging NWEA en Ecofys consultancy verwachten 11.000 banen in 2020. Zonder thuismarkt verwachten de opstellers tegen die tijd niet meer dan 3.000 banen extra, uitsluitend dankzij de internationale markt.


“Kijk naar wie nu markt domineren”, zei Van Kuik. “Denen, Duitsers, Spanjaarden en Fransen – stuk voor stuk landen waarbij de industrie groot geworden is dankzij een grote thuismarkt.”


En de Europese aanbesteding dan? Die weet elk van de landen zo te interpreteren dat ze toch alleen turbines van eigen makelij neerzetten.


Het TKI WoZ, een van de zeven consortia op de topsector energie, heeft voor 2012 elf miljoen euro te verdelen. Op 1 oktober sluit de inschrijving voor samenwerkende universiteiten en bedrijven. Na beoordeling door een onafhankelijke jury maakt het TKI op 1 december bekend welke voorstellen gehonoreerd zullen worden.


Programma op site KiviNiria


Verzamelde presentaties op site KiviNiria

 

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.