Campus

We zijn nooit ingelicht

Promovendi die na afloop van hun contract een uitkering krijgen, mogen sinds kort solliciteren en voor de buis hangen. Wee als er stiekem aan het proefschrift gewerkt wordt!,,Volgens de krant krijg ik binnenkort een brief waarin staat dat ik moet aantonen dat ik niet aan mijn proefschrift werk, omdat ik anders geen uitkering krijg.

Maar officieel weet ik nog van niets.” Half februari eindigde het aio-contract van Ewout Kemner (28), promovendus bij de afdeling neutronenonderzoek en mössbauerspectrometrie van het Interfacultair Reactor Instituut. Na vier jaar onderzoek plus vier maanden verlenging hoefde Kemner slechts nog de inleiding en een gedeelte van de theorie van zijn dissertatie te schrijven. Dat kon hij mooi doen terwijl hij zocht naar een baan, dacht hij.

Tijdens zijn aanvraag van een overbruggende uitkering bij de uitvoeringsinstantie sociale zekerheid (Uszo) in Zoetermeer leek er geen vuiltje aan de lucht. ,,De reïntegratie-consulent wees me op mijn sollicitatieplicht, maar vertelde me niet dat ik niet aan mijn proefschrift mocht werken. Hij zei dat de Uszo in het begin niet al te streng zou zijn”, aldus Kemner. ,,Drie weken later lees ik in Delta dat ik waarschijnlijk geen geld krijg.”

De Uszo let sinds januari van dit jaar streng op de naleving van de wettelijke toetsingsregels voor een uitkering. Als een aio na afloop van zijn contract nog aan zijn proefschrift werkt, voert hij of zij onbetaalde arbeid uit en is hij niet voltijds beschikbaar voor de arbeidsmarkt. Daarmee verspeelt hij zijn recht op een uitkering. Kemner leeft nu van zijn spaargeld en ziet dat geld dus mogelijk nooit meer terug.

Brief

De jonge fysicus snapt niet dat de Uszo de nieuwe regels nooit heeft aangekondigd en ook tijdens zijn aanvraag van een uitkering niet heeft medegedeeld. Hij hekelt ook het gebrek aan communicatie vanuit de TU. Kemner: ,,De universiteit van Leiden stuurde haar aio’s begin maart een brief met adviezen. Vreemd dat ik die adviezen bij toeval moet horen van een vriend die daar aio is.” In de betreffende brief raadt de Leidse wetenschappelijk directeur de aio’s aan om de Uszo te verklaren dat zij geen onbetaalde arbeid als aio meer verrichten, ook als zij nog wel aan hun proefschrift werken. Er staat: ‘Dat u schrijft aan uw dissertatie in de tijd dat u beschikbaar bent voor de arbeidsmarkt maar nog geen passende functie heeft gevonden, gaat de Uszo niet aan.’

Martin Kroon (27) had na de recente afloop van zijn aioschap bij het Delfts Instituut voor Micro-Elektronica en Submicrontechnologie nog drie weken nodig om zijn proefschrift af te ronden. Kroon verklaarde de Uszo bij de aanvraag van zijn uitkering ‘om de papieren rompslomp te vermijden’ dat hij al klaar was. Dat kanachteraf een gelukkige beslissing blijken.

De elektrotechnicus snapt de logica van de uitkeringsinstantie niet. ,,De Uszo gaat er vanuit dat er maar veertig uur in een week zit. Als je zegt dat je twintig uur per week aan je proefschrift werkt, korten ze je uitkering met de helft. En dat terwijl solliciteren hooguit één dag per week kost. De rest van de tijd wacht je op reacties.” Hij vindt het onbegrijpelijk dat uitkeringsgerechtigden wel cursussen mogen volgen om hun waarde op de arbeidsmarkt te verhogen, maar promovendi hun doctoraalstudie niet mogen afronden. ,,Dat verhoogt toch ook je waarde op de arbeidsmarkt?”

Overmacht

Kroon en Kemner hebben begrip voor de afschaffing van de oude wachtgeldregeling, maar niet voor de wijze waarop. Kemner: ,,Er heerste een cultuur dat de wachtgeldregeling gebruikt kon worden om je proefschrift af te ronden.” Collega Kroon vindt dat de oude regeling misbruikt werd om onderzoeken te verlengen. Maar volgens hem kun je zo’n regeling niet ineens afschaffen. ,,Op dit moment hebben veel aio’s al ingecalculeerd dat ze hun proefschrift met wachtgeld afronden. Zij hadden veel eerder ingelicht moeten worden. Voor hen moet een overgangsregeling komen.”

Op termijn ziet Kroon de oplossing van de te lange promotieduur vooral in betere begeleiding van startende promovendi. ,,In de eerste twee jaar lopen de meeste aio’s ernstige vertraging op. Begeleiders hebben overzicht en moeten ingrijpen als er niet genoeg vooruitgang is.”

Het is volgens hem een illusie dat elke promotie binnen vier jaar te doen is. ,,Je meetopstelling kan niet werken of een samenwerking kan niet van de grond komen. Dan kun je plannen wat je wilt, maar loop je toch vertraging op.” Wat hem betreft krijgt een aio bij overmacht een gegarandeerde verlenging van zijn project. Nu is de mogelijkheid tot verlenging afhankelijk van de luim van de hoogleraar en financiële situatie van de vakgroep.

Kemner hoopt dat het universiteitsbestuur de aio’s helpt om de huidige problemen op te lossen. De universiteit loopt immers ook schade op. Als iedere aio direct na zijn promotieonderzoek aan een volgende baan begint, leidt dit tot uit- en afstel van veel proefschriften. Kemner: ,,Op het moment hoor ik alleen maar dat het mijn probleem is.”

Promovendi die na afloop van hun contract een uitkering krijgen, mogen sinds kort solliciteren en voor de buis hangen. Wee als er stiekem aan het proefschrift gewerkt wordt!

,,Volgens de krant krijg ik binnenkort een brief waarin staat dat ik moet aantonen dat ik niet aan mijn proefschrift werk, omdat ik anders geen uitkering krijg. Maar officieel weet ik nog van niets.” Half februari eindigde het aio-contract van Ewout Kemner (28), promovendus bij de afdeling neutronenonderzoek en mössbauerspectrometrie van het Interfacultair Reactor Instituut. Na vier jaar onderzoek plus vier maanden verlenging hoefde Kemner slechts nog de inleiding en een gedeelte van de theorie van zijn dissertatie te schrijven. Dat kon hij mooi doen terwijl hij zocht naar een baan, dacht hij.

Tijdens zijn aanvraag van een overbruggende uitkering bij de uitvoeringsinstantie sociale zekerheid (Uszo) in Zoetermeer leek er geen vuiltje aan de lucht. ,,De reïntegratie-consulent wees me op mijn sollicitatieplicht, maar vertelde me niet dat ik niet aan mijn proefschrift mocht werken. Hij zei dat de Uszo in het begin niet al te streng zou zijn”, aldus Kemner. ,,Drie weken later lees ik in Delta dat ik waarschijnlijk geen geld krijg.”

De Uszo let sinds januari van dit jaar streng op de naleving van de wettelijke toetsingsregels voor een uitkering. Als een aio na afloop van zijn contract nog aan zijn proefschrift werkt, voert hij of zij onbetaalde arbeid uit en is hij niet voltijds beschikbaar voor de arbeidsmarkt. Daarmee verspeelt hij zijn recht op een uitkering. Kemner leeft nu van zijn spaargeld en ziet dat geld dus mogelijk nooit meer terug.

Brief

De jonge fysicus snapt niet dat de Uszo de nieuwe regels nooit heeft aangekondigd en ook tijdens zijn aanvraag van een uitkering niet heeft medegedeeld. Hij hekelt ook het gebrek aan communicatie vanuit de TU. Kemner: ,,De universiteit van Leiden stuurde haar aio’s begin maart een brief met adviezen. Vreemd dat ik die adviezen bij toeval moet horen van een vriend die daar aio is.” In de betreffende brief raadt de Leidse wetenschappelijk directeur de aio’s aan om de Uszo te verklaren dat zij geen onbetaalde arbeid als aio meer verrichten, ook als zij nog wel aan hun proefschrift werken. Er staat: ‘Dat u schrijft aan uw dissertatie in de tijd dat u beschikbaar bent voor de arbeidsmarkt maar nog geen passende functie heeft gevonden, gaat de Uszo niet aan.’

Martin Kroon (27) had na de recente afloop van zijn aioschap bij het Delfts Instituut voor Micro-Elektronica en Submicrontechnologie nog drie weken nodig om zijn proefschrift af te ronden. Kroon verklaarde de Uszo bij de aanvraag van zijn uitkering ‘om de papieren rompslomp te vermijden’ dat hij al klaar was. Dat kanachteraf een gelukkige beslissing blijken.

De elektrotechnicus snapt de logica van de uitkeringsinstantie niet. ,,De Uszo gaat er vanuit dat er maar veertig uur in een week zit. Als je zegt dat je twintig uur per week aan je proefschrift werkt, korten ze je uitkering met de helft. En dat terwijl solliciteren hooguit één dag per week kost. De rest van de tijd wacht je op reacties.” Hij vindt het onbegrijpelijk dat uitkeringsgerechtigden wel cursussen mogen volgen om hun waarde op de arbeidsmarkt te verhogen, maar promovendi hun doctoraalstudie niet mogen afronden. ,,Dat verhoogt toch ook je waarde op de arbeidsmarkt?”

Overmacht

Kroon en Kemner hebben begrip voor de afschaffing van de oude wachtgeldregeling, maar niet voor de wijze waarop. Kemner: ,,Er heerste een cultuur dat de wachtgeldregeling gebruikt kon worden om je proefschrift af te ronden.” Collega Kroon vindt dat de oude regeling misbruikt werd om onderzoeken te verlengen. Maar volgens hem kun je zo’n regeling niet ineens afschaffen. ,,Op dit moment hebben veel aio’s al ingecalculeerd dat ze hun proefschrift met wachtgeld afronden. Zij hadden veel eerder ingelicht moeten worden. Voor hen moet een overgangsregeling komen.”

Op termijn ziet Kroon de oplossing van de te lange promotieduur vooral in betere begeleiding van startende promovendi. ,,In de eerste twee jaar lopen de meeste aio’s ernstige vertraging op. Begeleiders hebben overzicht en moeten ingrijpen als er niet genoeg vooruitgang is.”

Het is volgens hem een illusie dat elke promotie binnen vier jaar te doen is. ,,Je meetopstelling kan niet werken of een samenwerking kan niet van de grond komen. Dan kun je plannen wat je wilt, maar loop je toch vertraging op.” Wat hem betreft krijgt een aio bij overmacht een gegarandeerde verlenging van zijn project. Nu is de mogelijkheid tot verlenging afhankelijk van de luim van de hoogleraar en financiële situatie van de vakgroep.

Kemner hoopt dat het universiteitsbestuur de aio’s helpt om de huidige problemen op te lossen. De universiteit loopt immers ook schade op. Als iedere aio direct na zijn promotieonderzoek aan een volgende baan begint, leidt dit tot uit- en afstel van veel proefschriften. Kemner: ,,Op het moment hoor ik alleen maar dat het mijn probleem is.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.