Onderwijs

‘Wie boos blijft, benadeelt zichzelf’

TU-Mobiel kan uitgroeien tot een volwaardig loopbaanadviescentrum, denkt coördinator Hanneke van der Kroft. Niet alleen voor ondersteuners, maar straks ook voor wetenschappers.

Sinds 6 juni zijn er open middagen in de ‘winkel’ van TUMobiel in de Aula. Hoe is de belangstelling?

“Tot nu toe zijn er een stuk of twaalf mensen langs geweest. De kennismaking is vrijblijvend, dat vinden mensen wel prettig. Je hoeft zelfs je naam niet te noemen. Steeds meer mensen maken trouwens een afspraak via de e-mail.”

Wie komen er langs?

“Ondersteuners die vermoeden dat ze niet geplaatst zullen worden en zich misschien nu al willen laten bijscholen, bijvoorbeeld. Een uur geleden liep er iemand binnen die wel geplaatst was, maar zich niet helemaal happy over zijn nieuwe functie voelde.”

Ik dacht dat jullie je in de beginfase sterk willen richten op ondersteuners die niet geplaatst zijn en daarom aan een nieuwe baan moeten worden geholpen.

“Klopt. Toen ik enkele maanden geleden begon als coördinator, dacht iedereen dat die groep uit zo’n vijfhonderd mensen zou bestaan. Sindsdien slinkt dat aantal met zo’n honderd mensen per maand. Dat komt door tijdelijke contracten die niet zijn verlengd, 55-plussers die gebruik maakten van een vertrekregeling en ondersteuners die uit eigen beweging zijn weggegaan.

Het is lastig om te voorspellen hoeveel mensen uiteindelijk niet geplaatst zullen worden. Maar we hoeven ons niet meer zo sterk op die groep te concentreren. De toekomst van TU-Mobiel ziet er nu anders uit dan in februari 2005. We kunnen daarom nu al aandacht besteden aan de ‘loopbaanactieven’ – de mensen die willen nadenken over een volgende stap in hun loopbaan, zonder dat daar een dwingende reden achter zit. In een paar gesprekken kun je ze vaak een beter inzicht bieden in gun mogelijkheden.

Natuurlijk blijven niet-geplaatste ondersteuners nog steeds erg belangrijk voor TU-Mobiel. Wij hebben de verantwoordelijkheid om die mensen te begeleiden naar ander werk. Dat hebben college en vakbonden vastgelegd in het sociaal plan.”

Tests doen, sollicitatiebrieven schrijven, de arbeidsmarkt verkennen: daar heb je toch geen loopbaanadviseur van TU-Mobiel voor nodig?

“Voor veel mensen zal dat inderdaad gelden. Zeker als je onze website goed weet te gebruiken, kom je een eind: je vindt daar een loopbaandossier met allerlei tests. En als iemand kan waarmaken dat hij ook zonder ons actief aan de slag gaat, zullen we hem die kans bieden.”

‘Ik doe het zelf wel’ betekent soms: ‘Ik ben het allemaal zo spuugzat dat ik nu met rust gelaten wil worden.’

“Inderdaad. En mijn ervaring is dat medewerkers die op zoek moeten naar een baan omdat ze hun oude functie zijn kwijtgeraakt, veel meer gebaat zijn bij persoonlijke begeleiding dan mensen die uit vrije wil op zoek gaan naar een nieuwe functie.”

Waarom?

“Je moet afscheid kunnen nemen van je oude baan. Als je het oude zeer niet begraaft, blijf je snel steken in verbittering. Een goede loopbaanadviseur besteedt aandacht aan het ‘rouwproces’.”

Dat is een zware term.

“Ja, maar wie zijn baan verliest gaat door die vergelijkbare stadia: schrik, ongeloof, woede, verdriet, enzovoorts. Het risico bestaat dat mensen zich passief gaan opstellen: ‘laat die rotorganisatie maar zorgen dat ik weer aan een nieuwe baan kom!’ Zonde, want voor niet-geplaatste ondersteuners zijn er zoveel kansen. Aan faciliteiten en omscholingsmogelijkheden is geen gebrek, en voor het hele traject is veel tijd uitgetrokken.”

Maar Nederland zit ook in een recessie. Bovendien zullen niet alle niet-geplaatste ondersteuners even piepjong zijn. Beperkt dat de mogelijkheden niet?

“Natuurlijk: een ondersteuner van boven de vijftig met een beroep waar steeds minder vraag naar is, help je niet zomaar aan een nieuwe baan. Niet-geplaatste secretaresses zullen geen probleem hebben om een nieuwe baan te vinden, voor dtp’ers ligt dat veel moeilijker. Hun werk is in een snel tempo verder geautomatiseerd. Mensen zonder actuele kennis vallen sneller af. TU-Mobiel moet zulke werknemers in de gelegenheid stellen om zich intensief te laten bijscholen of omscholen.”

Sluit u uit dat er straks mensen zijn die roepen: TU-Mobiel duwt me een richting uit die me helemaal niet bevalt?

“Nee, want je kunt niet uitsluiten dat er mensen zijn die helemaal niks willen, behalve boos blijven. Maar het is een mooie uitdaging voor ons om zelfs aan die twee, drie mensen te laten zien dat ze zichzelf met die houding onnodig benadelen.”

Stel, een boventallige medewerker zegt: ik zou vrij snel een nieuwe baan kunnen krijgen, maar ik laat me liever eerst via TU-Mobiel omscholen. Dan kan ik solliciteren op een leukere, beter betaalde baan.

“We leveren maatwerk. Elk geval is weer anders. Maar iemand die een specialistische opleiding wil volgen om zijn kans op een goede baan te vergroten, zullen we helpen. Je kunt je daar allerlei scenario’s bij voorstellen. Het is denkbaar dat we iemand meteen aan die nieuwe baan helpen en de opleiding betalen die hij naast die baan gaat volgen. Het mes snijdt dan aan twee kanten: de ondersteuner kan een beroep doen op een afscheidsgratificatie omdat hij snel nieuw werk heeft gevonden en de TU Delft is geen geld meer kwijt aan zijn salaris.”

Ander voorbeeld. Iemand laat bewust een kans op een goede baan schieten, in de hoop dat hij nog iets beters kan vinden.

“Als het in de eerste week was, en de kans op die betere baan reëel was, zou ik er geen probleem van maken. Als het na een half jaar weer zou gebeuren en het sterk op achteroverleunen zou lijken, zou ik wijzen op de afspraken in het loopbaanbegeleidingscontract dat we met iedereen afsluiten. Als een boventallige medewerker die niet nakomt, kan dat tot sancties leiden, in het uiterste geval, bij verwijtbare nalatigheid, zelfs tot ontslag. Nogmaals, standaardregels zijn er nauwelijks, alles is maatwerk. Maar er staat in het herplaatsingsplan een belangrijk zinnetje over de inspanningsverplichting voor beide partijen om te zorgen dat de niet-geplaatste ondersteuner weer werk vindt.”

Laatste voorbeeld. Een niet geplaatste ondersteuner wil al zijn tijd en energie steken in omscholing en zoeken naar een nieuwe baan, maar zijn ‘oude’ baas laat hem nog steeds regelmatig werken. Zo kan hij nooit een punt achter het verleden zetten en wordt het een ‘long goodbye’.

“Ja. Het is 1 oktober 2005, mevrouw Engelsman is niet geplaatst, maar nog wel nodig in haar oude baan. Dat scenario is helemaal niet zo onrealistisch. Sommige mensen zal die combinatie zwaar vallen. Die denken: ‘Als ze zeggen dat ze me niet meer nodig hebben, dan hébben ze me ook niet meer nodig.’ Je zou in sommige gevallen het moment van de niet-plaatsing kunnen uitstellen. Bij een aantal functies zal dat wellicht nodig zijn. Maar ideaal is het natuurlijk niet.”

Hoe mobiel moet een mens eigenlijk zijn? Is het verstandig om na, zeg, zes jaar een nieuwe baan te zoeken?

“Dat hangt er van af. Het hangt af van de persoon. Ik ben bijvoorbeeld een trekvogel. Toen ik nog geen eigen bedrijf had, bleef ik zelden langer dan vier jaar in dezelfde baan. Het hangt ook af van het type baan. Functies voor innovatieve professionals hebben vaak een beperkte tijdsduur. En het hangt af van de organisatie: een universiteit houdt mensen erg lang vast.”

Te lang? Is de wetenschap gebaat bij een grotere doorstroming?

“Ja. Het moet niet te snel gaan, natuurlijk. Maar een wetenschapper die promoveert aan dezelfde universiteit waar hij heeft gestudeerd en daar vervolgens ook universitair hoofddocent wordt . zo iemand is wel klaar op zijn veertigste, uitzonderingen daargelaten. En wat doe je dan die laatste 25 jaar? Je hebt een inspirerende werkomgeving nodig, en afwisseling is per definitie inspirerend.”

www.tudelft.nl/tumobiel
Wie is Hanneke van der Kroft?

Drs. Hanneke van der Kroft (Heerlen, 1952) studeerde sociale psychologie in Leiden. Tussen 1978 en 1981 werkte ze als stafmedewerker bij de Interuniversitaire Studiegroepen Planologie. “Mijn allereerste baan. We zaten op de hoogste verdieping van Bouwkunde. Ik heb ook nog colleges stedenbouw gevolgd.”

Daarna werkte Van der Kroft vijfentwintig jaar als organisatieadviseur en hoofd P&O. Ze werkte onder meer voor de Koninklijke Academie van Wetenschappen (KNAW), de Radboud Universiteit in Nijmegen en de gemeentes Leiden, Apeldoorn en Zoetermeer.

Van der Kroft, die zich sinds vorig jaar volledig heeft gewijd aan haar eigen bedrijf, is voor een periode van een jaar ingehuurd door de TU Delft. Ze is gespecialiseerd in groepsdynamica. “Daar heb ik bij elke vergadering nog profijt van.” Ook is ze opgeleid tot mediator en coach. “Vaak gaat het bij mijn werk om de relatie tussen een persoon en zijn werkomgeving. Mensen zitten soms zo dicht op hun problemen dat ze zelf de essentie niet meer zien.”

Van der Kroft is getrouwd, heeft twee kinderen en twee kleinkinderen. In haar vrije tijd werkt ze als natuurgids voor de Vereniging voor Natuur- en milieu-educatie (IVN) aan de zuidelijke Veluwezoom.

(Foto’s: Hans Stakelbeek/FMAX)

Sinds 6 juni zijn er open middagen in de ‘winkel’ van TUMobiel in de Aula. Hoe is de belangstelling?

“Tot nu toe zijn er een stuk of twaalf mensen langs geweest. De kennismaking is vrijblijvend, dat vinden mensen wel prettig. Je hoeft zelfs je naam niet te noemen. Steeds meer mensen maken trouwens een afspraak via de e-mail.”

Wie komen er langs?

“Ondersteuners die vermoeden dat ze niet geplaatst zullen worden en zich misschien nu al willen laten bijscholen, bijvoorbeeld. Een uur geleden liep er iemand binnen die wel geplaatst was, maar zich niet helemaal happy over zijn nieuwe functie voelde.”

Ik dacht dat jullie je in de beginfase sterk willen richten op ondersteuners die niet geplaatst zijn en daarom aan een nieuwe baan moeten worden geholpen.

“Klopt. Toen ik enkele maanden geleden begon als coördinator, dacht iedereen dat die groep uit zo’n vijfhonderd mensen zou bestaan. Sindsdien slinkt dat aantal met zo’n honderd mensen per maand. Dat komt door tijdelijke contracten die niet zijn verlengd, 55-plussers die gebruik maakten van een vertrekregeling en ondersteuners die uit eigen beweging zijn weggegaan.

Het is lastig om te voorspellen hoeveel mensen uiteindelijk niet geplaatst zullen worden. Maar we hoeven ons niet meer zo sterk op die groep te concentreren. De toekomst van TU-Mobiel ziet er nu anders uit dan in februari 2005. We kunnen daarom nu al aandacht besteden aan de ‘loopbaanactieven’ – de mensen die willen nadenken over een volgende stap in hun loopbaan, zonder dat daar een dwingende reden achter zit. In een paar gesprekken kun je ze vaak een beter inzicht bieden in gun mogelijkheden.

Natuurlijk blijven niet-geplaatste ondersteuners nog steeds erg belangrijk voor TU-Mobiel. Wij hebben de verantwoordelijkheid om die mensen te begeleiden naar ander werk. Dat hebben college en vakbonden vastgelegd in het sociaal plan.”

Tests doen, sollicitatiebrieven schrijven, de arbeidsmarkt verkennen: daar heb je toch geen loopbaanadviseur van TU-Mobiel voor nodig?

“Voor veel mensen zal dat inderdaad gelden. Zeker als je onze website goed weet te gebruiken, kom je een eind: je vindt daar een loopbaandossier met allerlei tests. En als iemand kan waarmaken dat hij ook zonder ons actief aan de slag gaat, zullen we hem die kans bieden.”

‘Ik doe het zelf wel’ betekent soms: ‘Ik ben het allemaal zo spuugzat dat ik nu met rust gelaten wil worden.’

“Inderdaad. En mijn ervaring is dat medewerkers die op zoek moeten naar een baan omdat ze hun oude functie zijn kwijtgeraakt, veel meer gebaat zijn bij persoonlijke begeleiding dan mensen die uit vrije wil op zoek gaan naar een nieuwe functie.”

Waarom?

“Je moet afscheid kunnen nemen van je oude baan. Als je het oude zeer niet begraaft, blijf je snel steken in verbittering. Een goede loopbaanadviseur besteedt aandacht aan het ‘rouwproces’.”

Dat is een zware term.

“Ja, maar wie zijn baan verliest gaat door die vergelijkbare stadia: schrik, ongeloof, woede, verdriet, enzovoorts. Het risico bestaat dat mensen zich passief gaan opstellen: ‘laat die rotorganisatie maar zorgen dat ik weer aan een nieuwe baan kom!’ Zonde, want voor niet-geplaatste ondersteuners zijn er zoveel kansen. Aan faciliteiten en omscholingsmogelijkheden is geen gebrek, en voor het hele traject is veel tijd uitgetrokken.”

Maar Nederland zit ook in een recessie. Bovendien zullen niet alle niet-geplaatste ondersteuners even piepjong zijn. Beperkt dat de mogelijkheden niet?

“Natuurlijk: een ondersteuner van boven de vijftig met een beroep waar steeds minder vraag naar is, help je niet zomaar aan een nieuwe baan. Niet-geplaatste secretaresses zullen geen probleem hebben om een nieuwe baan te vinden, voor dtp’ers ligt dat veel moeilijker. Hun werk is in een snel tempo verder geautomatiseerd. Mensen zonder actuele kennis vallen sneller af. TU-Mobiel moet zulke werknemers in de gelegenheid stellen om zich intensief te laten bijscholen of omscholen.”

Sluit u uit dat er straks mensen zijn die roepen: TU-Mobiel duwt me een richting uit die me helemaal niet bevalt?

“Nee, want je kunt niet uitsluiten dat er mensen zijn die helemaal niks willen, behalve boos blijven. Maar het is een mooie uitdaging voor ons om zelfs aan die twee, drie mensen te laten zien dat ze zichzelf met die houding onnodig benadelen.”

Stel, een boventallige medewerker zegt: ik zou vrij snel een nieuwe baan kunnen krijgen, maar ik laat me liever eerst via TU-Mobiel omscholen. Dan kan ik solliciteren op een leukere, beter betaalde baan.

“We leveren maatwerk. Elk geval is weer anders. Maar iemand die een specialistische opleiding wil volgen om zijn kans op een goede baan te vergroten, zullen we helpen. Je kunt je daar allerlei scenario’s bij voorstellen. Het is denkbaar dat we iemand meteen aan die nieuwe baan helpen en de opleiding betalen die hij naast die baan gaat volgen. Het mes snijdt dan aan twee kanten: de ondersteuner kan een beroep doen op een afscheidsgratificatie omdat hij snel nieuw werk heeft gevonden en de TU Delft is geen geld meer kwijt aan zijn salaris.”

Ander voorbeeld. Iemand laat bewust een kans op een goede baan schieten, in de hoop dat hij nog iets beters kan vinden.

“Als het in de eerste week was, en de kans op die betere baan reëel was, zou ik er geen probleem van maken. Als het na een half jaar weer zou gebeuren en het sterk op achteroverleunen zou lijken, zou ik wijzen op de afspraken in het loopbaanbegeleidingscontract dat we met iedereen afsluiten. Als een boventallige medewerker die niet nakomt, kan dat tot sancties leiden, in het uiterste geval, bij verwijtbare nalatigheid, zelfs tot ontslag. Nogmaals, standaardregels zijn er nauwelijks, alles is maatwerk. Maar er staat in het herplaatsingsplan een belangrijk zinnetje over de inspanningsverplichting voor beide partijen om te zorgen dat de niet-geplaatste ondersteuner weer werk vindt.”

Laatste voorbeeld. Een niet geplaatste ondersteuner wil al zijn tijd en energie steken in omscholing en zoeken naar een nieuwe baan, maar zijn ‘oude’ baas laat hem nog steeds regelmatig werken. Zo kan hij nooit een punt achter het verleden zetten en wordt het een ‘long goodbye’.

“Ja. Het is 1 oktober 2005, mevrouw Engelsman is niet geplaatst, maar nog wel nodig in haar oude baan. Dat scenario is helemaal niet zo onrealistisch. Sommige mensen zal die combinatie zwaar vallen. Die denken: ‘Als ze zeggen dat ze me niet meer nodig hebben, dan hébben ze me ook niet meer nodig.’ Je zou in sommige gevallen het moment van de niet-plaatsing kunnen uitstellen. Bij een aantal functies zal dat wellicht nodig zijn. Maar ideaal is het natuurlijk niet.”

Hoe mobiel moet een mens eigenlijk zijn? Is het verstandig om na, zeg, zes jaar een nieuwe baan te zoeken?

“Dat hangt er van af. Het hangt af van de persoon. Ik ben bijvoorbeeld een trekvogel. Toen ik nog geen eigen bedrijf had, bleef ik zelden langer dan vier jaar in dezelfde baan. Het hangt ook af van het type baan. Functies voor innovatieve professionals hebben vaak een beperkte tijdsduur. En het hangt af van de organisatie: een universiteit houdt mensen erg lang vast.”

Te lang? Is de wetenschap gebaat bij een grotere doorstroming?

“Ja. Het moet niet te snel gaan, natuurlijk. Maar een wetenschapper die promoveert aan dezelfde universiteit waar hij heeft gestudeerd en daar vervolgens ook universitair hoofddocent wordt . zo iemand is wel klaar op zijn veertigste, uitzonderingen daargelaten. En wat doe je dan die laatste 25 jaar? Je hebt een inspirerende werkomgeving nodig, en afwisseling is per definitie inspirerend.”

www.tudelft.nl/tumobiel
Wie is Hanneke van der Kroft?

Drs. Hanneke van der Kroft (Heerlen, 1952) studeerde sociale psychologie in Leiden. Tussen 1978 en 1981 werkte ze als stafmedewerker bij de Interuniversitaire Studiegroepen Planologie. “Mijn allereerste baan. We zaten op de hoogste verdieping van Bouwkunde. Ik heb ook nog colleges stedenbouw gevolgd.”

Daarna werkte Van der Kroft vijfentwintig jaar als organisatieadviseur en hoofd P&O. Ze werkte onder meer voor de Koninklijke Academie van Wetenschappen (KNAW), de Radboud Universiteit in Nijmegen en de gemeentes Leiden, Apeldoorn en Zoetermeer.

Van der Kroft, die zich sinds vorig jaar volledig heeft gewijd aan haar eigen bedrijf, is voor een periode van een jaar ingehuurd door de TU Delft. Ze is gespecialiseerd in groepsdynamica. “Daar heb ik bij elke vergadering nog profijt van.” Ook is ze opgeleid tot mediator en coach. “Vaak gaat het bij mijn werk om de relatie tussen een persoon en zijn werkomgeving. Mensen zitten soms zo dicht op hun problemen dat ze zelf de essentie niet meer zien.”

Van der Kroft is getrouwd, heeft twee kinderen en twee kleinkinderen. In haar vrije tijd werkt ze als natuurgids voor de Vereniging voor Natuur- en milieu-educatie (IVN) aan de zuidelijke Veluwezoom.

(Foto’s: Hans Stakelbeek/FMAX)

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.