Onderwijs

Zijlstra wil bonnetjes zien

Staatssecretaris Zijlstra wil er dit voorjaar bij de Hogeschool Inholland op aandringen dat ze de declaraties van oud-bestuurders openbaar moet maken.

De vrijheid van onderwijs mag publieke verantwoording niet in de weg staan, zei hij dinsdag tijdens het debat over de tussenrapportage van de Onderwijsinspectie. De inspectie onderzoekt de verkorte afstudeertrajecten bij de Hogeschool Inholland en brengt in april haar eindrapport uit. In juni volgt bovendien het onderzoek naar het declaratiegedrag van de opgestapte Inholland-bestuurders.

Initiatiefwet
Zijlstra vindt het niet nodig om het onderzoek tussentijds bij te sturen. Maar SP-kamerlid Jasper van Dijk wil niet wachten met maatregelen. Hij liet weten aan een initiatiefwet te werken die regelt dat de minister onderwijsbestuurders kan benoemen en ontslaan als er sprake is van wanbestuur.

Noodrem
Volgens Van Dijk hoeft artikel 23 van de Grondwet, dat de vrijheid van onderwijs garandeert, geen sta-in-de-weg te zijn. In het bijzonder basis- en voortgezet onderwijs bestaat er ook een ‘noodrem’. Bij wanbestuur kan de minister ingrijpen via de ‘wet minimum leerresultaten’.

Misbruik
Artikel 23 wordt volgens D66-kamerlid Boris van der Ham ook gebruikt door instellingen die geen openheid van zaken willen geven over declaraties. Zijlstra was het met hem eens dat dat niet moet kunnen: “De vrijheid van onderwijs mag niet misbruikt worden om verantwoording van besteding van publiek geld moeilijk te maken”.

Zwakke plek
Maar hij wil die discussie pas verder voeren als het eindrapport van de inspectie er is. “Mocht dit een zwakke plek blijken in hele hogeronderwijsstelsel, dan moeten we daarnaar kijken.” Wel benadrukte hij dat artikel 23 wat het kabinet betreft niet ter discussie staat.

Oorzaak
CDA-kamerlid Sander de Rouwe was het daar van harte mee eens. Hij stelde dat de vrijheid van onderwijs nu wel heel erg ‘gehypet’ wordt als oorzaak van alle problemen. “We moeten niet bij elk wissewasje artikel 23 aanhalen.” Hij zei vertrouwen te hebben in de eigen verantwoordelijkheid van instellingen en de raden van toezicht.

Roeptoeteren
GroenLinks en de VVD drongen er op aan om Inholland nu even met rust te laten. “Niemand is gebaat bij roeptoeteren en stokpaardjes berijden”, zei Jesse Klaver van GroenLinks. “Laten we ons nu stil houden en niet overal op reageren. In april voeren we een stevig debat, dan is het bijltjesdag.”

Vertrouwen
Ook Zijlstra sprak zijn vertrouwen uit in het nieuwe bestuur van Inholland. “Ik verwacht niet dat alles in april ‘spic en span’ is, maar ik zie nu geen noodzaak voor sancties.”

Na de brand, bijna twee jaar geleden, verhuisde de faculteit Bouwkunde naar het voormalig hoofdgebouw aan de Julianalaan. Dit zou een tijdelijke oplossing zijn, maar het gebouw bevalt zo goed dat de faculteit zich er permanent vestigt. Hoog tijd om het gebouw duurzamer te maken. Aan ideeën voor dit zeer ambitieuze plan geen gebrek.
Van den Dobbelsteen klapt zijn agenda dicht. Op de cover prijkt een sticker met de tekst ‘Ik ben C02 OK!’.
“De essentie is dat het gebouw energieneutraal moet worden. Ik gebruik liever niet het woord C02-neutraal omdat ik de klimaatdiscussie
liever ontloop. Maar goed, als je energieneutraal bent is de kans groot dat je ook C02-neutraal bent.”

Hoe willen jullie het gebouw duurzamer maken?
“Het energieverbruik is nu enorm. We gaan meer dubbelglas aanbrengen. Maar we kunnen niet alle raampartijen vervangen. Veel kozijnen zijn van staal. Het is kapitaalvernietiging om die te vervangen. En je creëert veel afval. We zullen wel de houten kozijnen op de tweede etage en op de dakverdieping vervangen. Dat kunnen we bovendien doen zonder dat het karakter van het gebouw verloren gaat, want het gaat daar niet om de originele kozijnen. Het is ook het meest zinvol om daar de kozijnen te vervangen omdat warmte stijgt. Op die manier kunnen we al 20 tot 25 procent energie besparen. Door vloer en wandverwarmingen aan te brengen en warmtewisselaars in de gevels besparen we ook een hoop. En we denken eraan om een zonneschoorsteen op het dak te plaatsen die zorgt voor een natuurlijke ventilatie van het gebouw.”

Het gebouw heeft op het dak een oude watertoren die jullie in ere willen herstellen.
“Met zonnecollectoren kunnen we water in die toren opwarmen en dat hete water kan bijvoorbeeld hier in de koffiebar gebruikt worden voor de vaatwasser. Het levert niet heel veel op. Het heeft meer symbolische waarde.
Een andere afwijkende vernieuwende oplossing zijn tafels met warmwaterleidingen onder de bladen die microklimaatjes creëren. Een soort luchtbellen van prettige lucht. Misschien ook met wat meer zuurstof, zodat studenten zich beter kunnen concentreren. Tussen de werkplaatsen in heerst een niet geacclimatiseerd, ‘ruw’ klimaat.”

De warmte- en koudestromen kunnen volgens u vrijwel geheel op elkaar afgestemd worden. Mensen en apparaten produceren ook veel warmte, waardoor er nauwelijks energie in de warmtehuishouding van het gebouw gepompt hoeft te worden.
 “Klopt. Het grote probleem is de resterende elektriciteitsbehoefte. Als we het hele dak met zonnepanelen bekleden, voorzien we in een derde van onze elektriciteitsbehoefte. Misschien kunnen we ook windmolentjes op het dak plaatsen – al betwijfel ik of dat mag van de welstandscommissie. Of een grote windmolen op het vroegere terrein van Bouwkunde. Als je op de campus niet eens een windmolen mag plaatsen, waar kan het dan wel? Eventueel kunnen we een windmolen adopteren op de Noordzee, of een aandeel nemen in een zonnecellenproject waar Duitsers mee bezig zijn in de Sahara.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.