Architectuurkritiek is een vak, interieurkritiek daarentegen blijft beperkt tot de wekelijkse metamorfose van Jan des Bouvrie. Hoogleraar Tony Fretton wil het vak serieus op de kaart zetten.
Tijdens het eerste van een reeks symposia waren de plaatjes populairder dan de praatjes.
Een ontwerper die interieurplaatjes voorziet van commentaar, gevolgd door kritische noten van een theoreticus. Dat was afgelopen vrijdag de opzet van het interieursymposium. Maar niemand in de uitverkochte collegezaal zat te wachten op theoretische beschouwingen. De enige poging kwam van criticus Dirk van den Heuvel die zijn publiek in zag zakken en zich verontschuldigde voor de slaapverwekkendheid van zijn betoog.
Meer waardering kregen uitgenodigde ontwerpers, zoals Italiaan Fabio Novembre. Hij verruilde de opleiding architectuur in Milaan voor die van filmregie in New York. ,,Een gebouw is niet te vermijden, bij een film kun je nog weglopen. Maar ook interieurs zijn tijdelijk: veel van mijn werk is al weer vervangen.”
Novembres werk is veelkleurig en verleidelijk. ,,Ik wil interieurs maken waarin mensen verliefd worden, verliefd op elkaar of op een produkt.” Zijn oeuvre bestrijkt het hele commerciële gebied van discotheken tot winkels voor krokodillenleren accessoires. Bezoekers worden verleid met bijvoorbeeld deurposten van vrouwelijke benen en kunnen hun exhibitionistische verlangens kwijt in pashokjes waarvan ze zelf de doorzichtigheid bepalen.
De ingenieursbenadering form follows function is aan Novembre niet besteed. ,,Je zet een bureau niet voor een deuropening. Dat heeft niets te maken met vorm volgt functie, het is gewoon stom.” Ook architectuur van gebouwen is volgens Novembre een imagokwestie. ,,De meeste gebouwen kennen we alleen uit boeken. We ontwerpen tweedimensionaal, bouwen driedimensionaal en brengen dat weer terug tot een plaatje om te communiceren.”
,,Commerciële communicatie,” zegt theoreticus Arie Graafland in navolging van Gianni Versace. ,,Het gaat niet meer om het produkt, maar om de merknaam.” De nieuwe rol van architecten is het verleiden van klanten. ,,David Chipperfield ontwerpt winkels voor Dolce&Gabanna, Rem Koolhaas voor Prada.”
Starck
Eén van de grootste ego’s op deze aardbol heet Philip Starck. In het boek ‘Starck’ wordt ieder glossy advertentieplaatje gevolgd door slogans en foto’s van de man zelf. Mark Pimlott was executive ontwerper voor een aantal van Starckshotels en kent als geen ander deze wereld van exotische cocktails en imposante borstvergrotingen.
Hij zapt door een paar dia’s van een hotel in Miami. ,,Zis is ze marble zwimmingpool”, imiteert de Londenaar Starcks Franse accent. ,,Geen van de plastic people zwemt in het van onderwatermuziek voorziene zwembad, want dat is very uncool.” In Hollywood staat een Starckhotel met warmtekanonnen naast het zwembad voor het geval de temperatuur onder twintig graden komt.
Pimlott ziet terugkerende thema’s in de Starckinterieurs. Een overkill aan nostalgische accessoires, lange looplijnen zodat iedereen je uitgebreid kan bekijken en het ‘booze-literature theme’. ,,De combinatie bar en boeken geeft de bezoeker een intelligent gevoel.” Het nieuwste Starckinterieur bevindt zich in het Hudson Hotel in New York. ,,Lots of plastic see-through stuff,” zucht Pimlott. ,,Very 2001.” De boeken in de bar staan zo hoog dat ze niet zonder ladder zijn te bereiken. ,,There is no danger of actually reading them.”
Tony Fretton zelf kwam ook al met een sjiek ontwerp op de proppen: een villa in Chelsea voor een puissant rijke jongeman. ,,Hij is een jaar of dertig en komt met zijn Ferrari binnen via een bakstenen garagedeur die opzij schuift. Very batman. Op het dak staat een Californian hot-tub. Zo’n buitenbadje dat het hele jaar door warm is en waar je met een met een hoop lekkere wijven in springt.”
Waarna de lamp van de diaprojector Fretton in de steek liet en de aanwezigen na zeven uur glimmende interieurs en merknamen terugkeerden naar de wereld van hoogslaper en Ikea.
Architectuurkritiek is een vak, interieurkritiek daarentegen blijft beperkt tot de wekelijkse metamorfose van Jan des Bouvrie. Hoogleraar Tony Fretton wil het vak serieus op de kaart zetten. Tijdens het eerste van een reeks symposia waren de plaatjes populairder dan de praatjes.
Een ontwerper die interieurplaatjes voorziet van commentaar, gevolgd door kritische noten van een theoreticus. Dat was afgelopen vrijdag de opzet van het interieursymposium. Maar niemand in de uitverkochte collegezaal zat te wachten op theoretische beschouwingen. De enige poging kwam van criticus Dirk van den Heuvel die zijn publiek in zag zakken en zich verontschuldigde voor de slaapverwekkendheid van zijn betoog.
Meer waardering kregen uitgenodigde ontwerpers, zoals Italiaan Fabio Novembre. Hij verruilde de opleiding architectuur in Milaan voor die van filmregie in New York. ,,Een gebouw is niet te vermijden, bij een film kun je nog weglopen. Maar ook interieurs zijn tijdelijk: veel van mijn werk is al weer vervangen.”
Novembres werk is veelkleurig en verleidelijk. ,,Ik wil interieurs maken waarin mensen verliefd worden, verliefd op elkaar of op een produkt.” Zijn oeuvre bestrijkt het hele commerciële gebied van discotheken tot winkels voor krokodillenleren accessoires. Bezoekers worden verleid met bijvoorbeeld deurposten van vrouwelijke benen en kunnen hun exhibitionistische verlangens kwijt in pashokjes waarvan ze zelf de doorzichtigheid bepalen.
De ingenieursbenadering form follows function is aan Novembre niet besteed. ,,Je zet een bureau niet voor een deuropening. Dat heeft niets te maken met vorm volgt functie, het is gewoon stom.” Ook architectuur van gebouwen is volgens Novembre een imagokwestie. ,,De meeste gebouwen kennen we alleen uit boeken. We ontwerpen tweedimensionaal, bouwen driedimensionaal en brengen dat weer terug tot een plaatje om te communiceren.”
,,Commerciële communicatie,” zegt theoreticus Arie Graafland in navolging van Gianni Versace. ,,Het gaat niet meer om het produkt, maar om de merknaam.” De nieuwe rol van architecten is het verleiden van klanten. ,,David Chipperfield ontwerpt winkels voor Dolce&Gabanna, Rem Koolhaas voor Prada.”
Starck
Eén van de grootste ego’s op deze aardbol heet Philip Starck. In het boek ‘Starck’ wordt ieder glossy advertentieplaatje gevolgd door slogans en foto’s van de man zelf. Mark Pimlott was executive ontwerper voor een aantal van Starckshotels en kent als geen ander deze wereld van exotische cocktails en imposante borstvergrotingen.
Hij zapt door een paar dia’s van een hotel in Miami. ,,Zis is ze marble zwimmingpool”, imiteert de Londenaar Starcks Franse accent. ,,Geen van de plastic people zwemt in het van onderwatermuziek voorziene zwembad, want dat is very uncool.” In Hollywood staat een Starckhotel met warmtekanonnen naast het zwembad voor het geval de temperatuur onder twintig graden komt.
Pimlott ziet terugkerende thema’s in de Starckinterieurs. Een overkill aan nostalgische accessoires, lange looplijnen zodat iedereen je uitgebreid kan bekijken en het ‘booze-literature theme’. ,,De combinatie bar en boeken geeft de bezoeker een intelligent gevoel.” Het nieuwste Starckinterieur bevindt zich in het Hudson Hotel in New York. ,,Lots of plastic see-through stuff,” zucht Pimlott. ,,Very 2001.” De boeken in de bar staan zo hoog dat ze niet zonder ladder zijn te bereiken. ,,There is no danger of actually reading them.”
Tony Fretton zelf kwam ook al met een sjiek ontwerp op de proppen: een villa in Chelsea voor een puissant rijke jongeman. ,,Hij is een jaar of dertig en komt met zijn Ferrari binnen via een bakstenen garagedeur die opzij schuift. Very batman. Op het dak staat een Californian hot-tub. Zo’n buitenbadje dat het hele jaar door warm is en waar je met een met een hoop lekkere wijven in springt.”
Waarna de lamp van de diaprojector Fretton in de steek liet en de aanwezigen na zeven uur glimmende interieurs en merknamen terugkeerden naar de wereld van hoogslaper en Ikea.
Comments are closed.