Jim Law, zesdejaars student Scheikunde, vierde woensdag het nieuwe jaar. Zonder oliebollen, want het Bahá’i geloof hecht niet aan rituelen.
Sterker nog: tot en met dinsdag vastte Law een maand lang. Geen eten en drinken tussen zonsopgang en zonsondergang. ,,Je richt je zo op het goede, dat je het slechte over het hoofd ziet”.
Een gezonde, blonde Hollandse jongen. Het is bijna een teleurstelling dat Jim Law (24) er zo uitziet. Zijn naam en vooral zijn Bahá’í geloof deden anders verwachten. Zijn broertje, dat dezelfde levensovertuiging is aangedaan en dus geen alcohol mag drinken, zit bij het corps. ,,Je bent toch bij elkaar voor de gezelligheid en niet om te zuipen?”, vraagt Law retorisch.
De vastenperiode, die een maand duurde en nu net achter de rug is, zorgde wel eens voor opgetrokken wenkbrauwen bij medestudenten. Maar meestal wekte zijn afwijzing van eten interesse en was het aanleiding voor een gesprek in de kantine. ,,Ik doe dat om te laten zien dat je ook een tijdje zonder eten en drinken kunt. Een mens is niet alleen materie, maar ook geest. Als ik dat uitleg, vinden mijn Delftse medestudenten dat vaak heel goed, maar ook naïef. Zonder drinken ga je dood, zeggen ze dan.”
Wetboek
In Delft lopen ongeveer 30 Bahá’is rond, waarvan zeven studenten. Eens in de Bahá’í-maand, waarvan er 19 in een jaar zitten, komen ze een avond samen om het 19-daagse feest te vieren. Daarnaast komen de studenten af en toe bij elkaar over de vloer. In principe proberen ze dan de heilige geschriften te bestuderen, maar die zijn soms zo moeilijk dat ze maar monopolie gaan spelen. Verschillende boeken komen voor studie in aanmerking, maar het belangrijkste is het wetboek, dat door de stichter van de Bahá’í, Bahá’u’lláh (spreek uit: Bahaula) 157 jaar geleden zelf is geschreven.
De Baháís geloven dat deze man de meest recente profeet is in de lijn van Jezus, Mohammed en de oudere joodse profeten. Maar in tegenstelling tot hen schreef Baháulláh zijn eigen bijbel en benoemde hij zijn eigen zoon tot opvolger. Is dat niet een beetje vreemd? Law: ,,Als ik nu zou opstaan en zou zeggen dat ik de volgende profeet ben, zou dat inderdaad wel vreemd zijn, ja. Maar Baháulláh was zo wijs, dat we hem niet kunnen bevatten. Het beste bewijs van zijn grootheid is de positieve invloed die hij heeft op mensen.”
Vooruitgang
En positief is hij. Volgens de Baháí ontwikkelt de mensheid zich in verschillende fasen langzaam tot een hoger niveau. Steeds als de mensheid klaar is voor een volgende stap, dient zich een profeet aan die daarvoor aanwijzingen geeft. Vandaar dat het Baháí volgens Law moderner is dan andere godsdiensten: ,,de spijswetten van de Moslims en de Joden waren vroeger vanuit hygiënisch oogpuntnoodzakelijk, maar zijn nu niet meer nodig. Ook zijn mannen en vrouwen bij ons volstrekt gelijkwaardig en hebben wij geen priesters of predikanten. Mensen kunnen inmiddels lezen en schrijven en zijn nu volwassen genoeg om zelf keuzes te maken.”
Per saldo ziet Law dan ook een stijgende lijn in de geschiedenis van de mensheid. Ongeacht wereldoorlogen, etnische zuiveringen en hongersnoden. Law: ,,De mensheid gaat steeds meer inzien dat ze er niet alleen voor zichzelf is. Een nieuwe, mondiale ethiek wordt voortdurend duidelijker zichtbaar. Dat begon met de sociale wetgeving, de oprichting van instanties als de Verenigde Naties en gaat verder met bijvoorbeeld de ontwikkeling van het internationaal humanitair recht.”
Op de vraag of Law net zoveel vertrouwen in de toekomst heeft als het Baháí geloof onverhoopt zou uitsterven, aarzelt hij. ,,Veel mensen lijken zich af te keren van godsdienst. Volgens mij keren ze zich niet af van spiritualiteit, maar wel van de vorm waarin dat gebeurt. Dat is op zich niet erg, omdat het er uiteindelijk om gaat dat iedereen goed handelt. Veel mensen hebben echter toch een andere agenda en willen zich verrijken. Als je Baháí bent, ben je niet per definitie beter, maar het geloof is wel een middel om dat goede handelen vorm te geven.”
In het dagelijks leven gaat het om kleine dingetjes. Gebeden zeggen bijvoorbeeld en je bij conflicten voortdurend realiseren dat de ander ook maar een mens is en daarom niet slechter of beter dan jij. Vermoeiend vindt Law dat allerminst: ,,Soms zeggen mensen tegen mij: Je richt je zo op het goede dat je het slechte over het hoofd ziet.”
Jim Law, zesdejaars student Scheikunde, vierde woensdag het nieuwe jaar. Zonder oliebollen, want het Bahá’i geloof hecht niet aan rituelen. Sterker nog: tot en met dinsdag vastte Law een maand lang. Geen eten en drinken tussen zonsopgang en zonsondergang. ,,Je richt je zo op het goede, dat je het slechte over het hoofd ziet”.
Een gezonde, blonde Hollandse jongen. Het is bijna een teleurstelling dat Jim Law (24) er zo uitziet. Zijn naam en vooral zijn Bahá’í geloof deden anders verwachten. Zijn broertje, dat dezelfde levensovertuiging is aangedaan en dus geen alcohol mag drinken, zit bij het corps. ,,Je bent toch bij elkaar voor de gezelligheid en niet om te zuipen?”, vraagt Law retorisch.
De vastenperiode, die een maand duurde en nu net achter de rug is, zorgde wel eens voor opgetrokken wenkbrauwen bij medestudenten. Maar meestal wekte zijn afwijzing van eten interesse en was het aanleiding voor een gesprek in de kantine. ,,Ik doe dat om te laten zien dat je ook een tijdje zonder eten en drinken kunt. Een mens is niet alleen materie, maar ook geest. Als ik dat uitleg, vinden mijn Delftse medestudenten dat vaak heel goed, maar ook naïef. Zonder drinken ga je dood, zeggen ze dan.”
Wetboek
In Delft lopen ongeveer 30 Bahá’is rond, waarvan zeven studenten. Eens in de Bahá’í-maand, waarvan er 19 in een jaar zitten, komen ze een avond samen om het 19-daagse feest te vieren. Daarnaast komen de studenten af en toe bij elkaar over de vloer. In principe proberen ze dan de heilige geschriften te bestuderen, maar die zijn soms zo moeilijk dat ze maar monopolie gaan spelen. Verschillende boeken komen voor studie in aanmerking, maar het belangrijkste is het wetboek, dat door de stichter van de Bahá’í, Bahá’u’lláh (spreek uit: Bahaula) 157 jaar geleden zelf is geschreven.
De Baháís geloven dat deze man de meest recente profeet is in de lijn van Jezus, Mohammed en de oudere joodse profeten. Maar in tegenstelling tot hen schreef Baháulláh zijn eigen bijbel en benoemde hij zijn eigen zoon tot opvolger. Is dat niet een beetje vreemd? Law: ,,Als ik nu zou opstaan en zou zeggen dat ik de volgende profeet ben, zou dat inderdaad wel vreemd zijn, ja. Maar Baháulláh was zo wijs, dat we hem niet kunnen bevatten. Het beste bewijs van zijn grootheid is de positieve invloed die hij heeft op mensen.”
Vooruitgang
En positief is hij. Volgens de Baháí ontwikkelt de mensheid zich in verschillende fasen langzaam tot een hoger niveau. Steeds als de mensheid klaar is voor een volgende stap, dient zich een profeet aan die daarvoor aanwijzingen geeft. Vandaar dat het Baháí volgens Law moderner is dan andere godsdiensten: ,,de spijswetten van de Moslims en de Joden waren vroeger vanuit hygiënisch oogpuntnoodzakelijk, maar zijn nu niet meer nodig. Ook zijn mannen en vrouwen bij ons volstrekt gelijkwaardig en hebben wij geen priesters of predikanten. Mensen kunnen inmiddels lezen en schrijven en zijn nu volwassen genoeg om zelf keuzes te maken.”
Per saldo ziet Law dan ook een stijgende lijn in de geschiedenis van de mensheid. Ongeacht wereldoorlogen, etnische zuiveringen en hongersnoden. Law: ,,De mensheid gaat steeds meer inzien dat ze er niet alleen voor zichzelf is. Een nieuwe, mondiale ethiek wordt voortdurend duidelijker zichtbaar. Dat begon met de sociale wetgeving, de oprichting van instanties als de Verenigde Naties en gaat verder met bijvoorbeeld de ontwikkeling van het internationaal humanitair recht.”
Op de vraag of Law net zoveel vertrouwen in de toekomst heeft als het Baháí geloof onverhoopt zou uitsterven, aarzelt hij. ,,Veel mensen lijken zich af te keren van godsdienst. Volgens mij keren ze zich niet af van spiritualiteit, maar wel van de vorm waarin dat gebeurt. Dat is op zich niet erg, omdat het er uiteindelijk om gaat dat iedereen goed handelt. Veel mensen hebben echter toch een andere agenda en willen zich verrijken. Als je Baháí bent, ben je niet per definitie beter, maar het geloof is wel een middel om dat goede handelen vorm te geven.”
In het dagelijks leven gaat het om kleine dingetjes. Gebeden zeggen bijvoorbeeld en je bij conflicten voortdurend realiseren dat de ander ook maar een mens is en daarom niet slechter of beter dan jij. Vermoeiend vindt Law dat allerminst: ,,Soms zeggen mensen tegen mij: Je richt je zo op het goede dat je het slechte over het hoofd ziet.”
Comments are closed.