Onderwijs

Zorgen over geldverdeling

Het allocatiemodel, dat de verdeling van de financiële bijdragen per faculteit regelt, blijkt niet de gevreesde rat race te veroorzaken, maar biedt wetenschappers nog onvoldoende financiële stabiliteit.

Alle faculteiten blijken over het algemeen tevreden over het allocatiemodel. Maar het geeft wetenschappers onvoldoende financiële stabiliteit en continuïteit, terwijl zij daar wel nadrukkelijk behoefte aan hebben. Dat is een van de conclusies van een evaluatiecommissie die deze week haar eindreportage naar buiten bracht.

Het evaluatieteam, onder leiding van prof.dr.ir. Peter Wieringa (3mE), interviewde zo’n veertig medewerkers, onder wie hoogleraren en decanen. Daaruit blijkt dat het huidige model goed functioneert op een paar knelpunten na. De commissie doet daarvoor diverse aanbevelingen aan het college van bestuur. Dat beslist binnenkort wat het daarmee zal doen.

Een bevinding uit de evaluatie is dat door het model het accent voor onderzoek sterker op science is komen te liggen, zoals promoties en internationale publicaties. Kennisvalorisatie, het overbrengen van wetenschap naar de beroepspraktijk, komt nu onvoldoende terug in het model.

Een aanbeveling op dat gebied is om de waardering voor nationale boeken te verhogen tot zeven outputpunten. Nu levert een nationaal wetenschappelijk boek slechts vier punten op, tegen veertien punten voor een internationale. Naar verwachting zal dat vooral veel veranderen voor de ontwerpende faculteiten. Het evaluatieteam adviseert bovendien om het Innovationlab en de BTA-commissie een voorstel te laten doen voor de waardering van kennisvalorisatie.

Op het gebied van publicaties adviseert het evaluatieteam verder om de beloning voor interfacultaire publicaties voortaan te splitsen over de meewerkende faculteiten, in plaats van iedereen het volle pond te geven. Volgens het rapport roept de ‘huidige dubbele toekenning strategisch gedrag op en miskent het de interne facultaire samenwerking, terwijl de interfacultaire samenwerking voldoende wordt gestimuleerd door de Delft Research Centres‘.

Een ander advies is om de vergoeding voor laboratoria en andere technische infrastructuur meer te baseren op de kosten uit de faculteitsbegroting dan op een aparte opgave. Uit een eerder onderzoek bleken de huidige vergoedingen bijna de helft van de kosten te dekken. Door de besparingen van de OOD-reorganisatie wordt dat straks bijna 80 procent.

Om wetenschappers meer financiële stabiliteit te geven, is het advies om de basisbijdrage voor onderzoek te koppelen aan het facultaire meerjarenplan. Dit moet onvoorziene tegenvallers beter opvangen.

Op het gebied van onderwijs adviseert de commissie om de basisbijdrage te koppelen aan de onderwijsomvang. Nu krijgt de faculteit Bouwkunde bijvoorbeeld veel minder per student dan de faculteit TNW. De bijdragen aan de overige faculteiten verschillen minder. De omvang van de basisbijdrage is nu ongeveer 7 procent van het totale onderwijsbudget. De commissie adviseert om dit te verhogen naar 10 procent. De extra financiering zou vrijgemaakt moeten worden door het bestaande budget voor ‘Focus op onderwijs’ te verkleinen. Volgens het rapport wordt dit nu niet volledig benut en is het maar beperkt effectief. (IdB)

Alle faculteiten blijken over het algemeen tevreden over het allocatiemodel. Maar het geeft wetenschappers onvoldoende financiële stabiliteit en continuïteit, terwijl zij daar wel nadrukkelijk behoefte aan hebben. Dat is een van de conclusies van een evaluatiecommissie die deze week haar eindreportage naar buiten bracht.

Het evaluatieteam, onder leiding van prof.dr.ir. Peter Wieringa (3mE), interviewde zo’n veertig medewerkers, onder wie hoogleraren en decanen. Daaruit blijkt dat het huidige model goed functioneert op een paar knelpunten na. De commissie doet daarvoor diverse aanbevelingen aan het college van bestuur. Dat beslist binnenkort wat het daarmee zal doen.

Een bevinding uit de evaluatie is dat door het model het accent voor onderzoek sterker op science is komen te liggen, zoals promoties en internationale publicaties. Kennisvalorisatie, het overbrengen van wetenschap naar de beroepspraktijk, komt nu onvoldoende terug in het model.

Een aanbeveling op dat gebied is om de waardering voor nationale boeken te verhogen tot zeven outputpunten. Nu levert een nationaal wetenschappelijk boek slechts vier punten op, tegen veertien punten voor een internationale. Naar verwachting zal dat vooral veel veranderen voor de ontwerpende faculteiten. Het evaluatieteam adviseert bovendien om het Innovationlab en de BTA-commissie een voorstel te laten doen voor de waardering van kennisvalorisatie.

Op het gebied van publicaties adviseert het evaluatieteam verder om de beloning voor interfacultaire publicaties voortaan te splitsen over de meewerkende faculteiten, in plaats van iedereen het volle pond te geven. Volgens het rapport roept de ‘huidige dubbele toekenning strategisch gedrag op en miskent het de interne facultaire samenwerking, terwijl de interfacultaire samenwerking voldoende wordt gestimuleerd door de Delft Research Centres‘.

Een ander advies is om de vergoeding voor laboratoria en andere technische infrastructuur meer te baseren op de kosten uit de faculteitsbegroting dan op een aparte opgave. Uit een eerder onderzoek bleken de huidige vergoedingen bijna de helft van de kosten te dekken. Door de besparingen van de OOD-reorganisatie wordt dat straks bijna 80 procent.

Om wetenschappers meer financiële stabiliteit te geven, is het advies om de basisbijdrage voor onderzoek te koppelen aan het facultaire meerjarenplan. Dit moet onvoorziene tegenvallers beter opvangen.

Op het gebied van onderwijs adviseert de commissie om de basisbijdrage te koppelen aan de onderwijsomvang. Nu krijgt de faculteit Bouwkunde bijvoorbeeld veel minder per student dan de faculteit TNW. De bijdragen aan de overige faculteiten verschillen minder. De omvang van de basisbijdrage is nu ongeveer 7 procent van het totale onderwijsbudget. De commissie adviseert om dit te verhogen naar 10 procent. De extra financiering zou vrijgemaakt moeten worden door het bestaande budget voor ‘Focus op onderwijs’ te verkleinen. Volgens het rapport wordt dit nu niet volledig benut en is het maar beperkt effectief. (IdB)

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.