De Bouwkunderuïne inspireerde TU-medewerker Jacob Kerssemakers tot een opvallend schilderij.
Terwijl de afstudeerders ploeteren om nog voor het nieuwe jaar hun scriptie af te krijgen, wordt Delft weer overspoeld met de jaarlijkse stroom nieuwe studenten. Nuldejaars die een jaar lang gekeken hebben naar de drie bekendste studenten van Nederland: Kerstens, Kamphuys en Van Binsbergen. Dit moet toch een zeker verwachtingspatroon opgeleverd hebben. Verwacht de gemiddelde ‘nullo’ echt dat elke student een ‘lullo’ is die niets anders doet dan zuipen en naar het sexleven van medestudenten informeren?
,,Ze bestaan. Ik heb ze gezien”, roept een bouwkunde-nullo spontaan uit. ,,Echte lullo’s. Compleet met jasje en dasje.” Zijn vriendje nuanceert het beeld een beetje. ,,Ze zijn volgens mij wel wat minder extreem dan die drie op televisie, hoor.” Het blijkt dat de twee heren niet met de betreffende personen gesproken hebben. Blijkbaar is voor deze aankomende studenten een persoon met jasje dasje direct een lullo.
Een andere nullo heeft een heel ander verhaal. ,,Ik wist er al wat van. Mijn broer studeert in Delft namelijk, weet je. En hij is ook lid van een studentenvereniging. Ik heb een paar goede feesten meegemaakt. Dus ik ben niet zo bevooroordeeld wat lullo’s betreft. De meeste mannen zijn best wel tof.”
Maar meestal wordt het stereotiepe beeld van de televisie overgenomen door nullo’s. Een meisje dat civiel gaat studeren: ,,Een lullo is gewoon een kakker. Dus bijna alle studenten zijn lullo’s.”
Het is duidelijk dat de nullo nog veel verschilt met de lullo. Nóg wel, want ze passen zich snel aan. Guus Jacobs, die het eerstejaarsweekend mede georganiseerd heeft voor Lucht- en Ruimtevaart, vertelt hoe de nullo’s in het drie dagen durende kamp een ware metamorfose ondergaan. ,,Ze zijn zo beïnvloedbaar. Aan het begin van het kamp is iedereen schichtig en wil niemand zingen of iets ondernemen. En aan het eind van het kamp, als ze een paar keer samen dronken zijn geweest, zingen ze uit volle borst mee.”
Ook leren de nullo’s enkele typisch Delftse studentengebruiken. Zo weten ze nu dat hun studie niet ‘leuk’ is, nee in Delft zeg je ‘gaaf’. ,,En ze zeggen het nu allemaal”, lacht Jacobs. ,,En we hebben gelijk de gewoonte om te gaan klappen afgeleerd. Een Delftse student klapt niet, maar roept b’vo! En ook dat hebben ze klakkeloos overgenomen.” Misschien is het dus toch niet zo’n grote stap van nullo naar lullo.
BouwkundeschilderijBouwkundeschilderij
“Ik heb zoals zoveel anderen gezien hoe Bouwkunde afbrandde. En ik heb nog lang die enorme afgebrande kolos zien staan. Er ging iets diep droevigs vanuit.”
Dr.ing. Jacob Kerssemakers heeft een bijzondere gevoeligheid voor beelden, structuren en verschijnselen in het dagelijks leven. “Met een lichte voorkeur voor landschap”, volgens eigen zeggen.
Hij werkt deeltijd op Technische Natuurkunde, in de groep van prof.dr. Cees Dekker (moleculaire biofysica) en volgt daarnaast de kunstakademie Wackers in Amsterdam.
De zwarte ruïne van Bouwkunde inspireerde hem tot een serie tekeningen en twee schilderijen. Onlangs vroeg hij toestemming om een daarvan op zijn werk op te hangen. Daar was geen bezwaar tegen, zodat Jacob vandaag met een opvallend schilderij onder de arm naar zijn werk liep.
“Ik heb de verdiepingen wel precies geteld”, licht de natuurkundige kunstenaar nog toe.
Meer werk van Kerssemakers op zijn site www.jacobkerssemakers.nl
Comments are closed.