Education

Aanleg spoortunnel mag niet falen

De TU Delft legt de spoortunnel bij station niet zelf aan, maar rector Fokkema vindt dat de universiteit het zich zou moeten aantrekken als er iets mis mocht gaan.

De lezing ‘Ik & de professor’ van hoogleraar Peter van Oosterom over geo-informatie had afgelopen zondag een lokaal en actueel tintje. Veel mensen vrezen dat de aanstaande aanleg van de spoortunnel bij station Delft net zo’n debacle wordt als de metrotunnels in Amsterdam en Keulen. Ze vragen zich tegelijk af of de TU dat kan voorkomen.
Gespreksleider en rector magnificus Fokkema onderstreepte zondag het belangrijk te vinden dat de universiteit meedenkt en meedoet. “Gebeuren er ongelukken in Delft, dan zullen wij dat ons als TU aan moeten trekken.” Peter van Oosterom liet zijn toehoorders zien hoe een geavanceerd meetnet, dat nu al wordt aangelegd, de kleinste verzakkingen kan laten zien.
Overigens is de TU op dat punt geen actief deelnemer aan het project. Van Oosterom benadrukte dat dit niet de taak is van de universiteit. “Wij doen onderzoek, wij voeren niet uit. Dat doen aannemers. We praten wel mee en we geven ook adviezen. Maar altijd geldt: bouwen kan niet zonder risico.”
Van Oosterom maakte twee weken terug wel afspraken met alle deelnemers aan de spoortunnel over een reeks studentenprojecten rondom de aanleg, vertelde hij zondag.
Ideeën zijn er te over. Van Oosterom toonde een sheet vol plannen, zoals meewerken aan bovengenoemde monitoring van eventuele verzakkingen. Dat kan niet alleen met het meetnet van afstandsmeters en reflectoren, maar ook met satellieten.
Verder kunnen studenten onder meer 3D-modellen maken van bovengrond en ondergrond en kunnen ze precies in kaart brengen wie wat bezit aan onroerend goed rondom het bouwproject.

Onwennig lopen de eerste mensen rond een tafel, waarop tientallen proefschriften liggen uitgestald. Zonder te weten waarop ze moeten letten, bladeren ze nonchalant door de boekwerkjes. Anderen spelen alvast met de kalender en het vergrootglaasje dat iedere bezoeker van de organisatie kreeg.

,,Het wordt intensief, denk ik.” Nico Veenendaal is als alle andere vertegenwoordigers: keurig driedelig pak en een vlotte babbel. Dinsdagavond in het Dish Hotel Delft trachtte hij ongeveer vijftig promovendi te waarschuwen voor de valkuilen die ze kunnen tegenkomen bij de opmaak en het drukken van een proefschrift.

De ‘voorlichtingsavond proefschriften’ is georganiseerd door de Delftse Universitaire Pers (DUP) in samenwerking met een grafisch bedrijf. De directeur van het bedrijf steekt niet onder stoelen of banken dat er ook commerciële belangen spelen: ,,Ons bedrijf is 25 man groot – allemaal technische mannen en vrouwen – en u kunt op alle mogelijke manieren bij ons terecht. Maar”, zo vervolgt hij, ,,wij zullen u niet boos aankijken als u naar de concurrent gaat.”

Ir. Paul Maas, directeur van de DUP belicht liever het ideële karakter van de avond. Hij wijst erop dat op deze manier in één keer een hoop problemen worden voorkomen. ,,Bespaar die jongens de ellende.”

In de zaal zitten inderdaad vrijwel alleen mannen. Ze komen allemaal om zich te laten informeren over de mogelijkheden die er op grafisch gebied zijn. Velen hebben zich nog nauwelijks beziggehouden met praktische vragen over het proefschrift, zoals de vraag op welke manier de tekst moet worden afgeleverd bij de drukker. En dat terwijl de tijd voor sommigen begint te dringen.

In een kort tijdbestek haast Veenendaal zich langs alle aspecten van het proefschrift. Hij begint bij de keuze van het tekstverwerkingsprogramma en de kwaliteit van de printer – 600 dots per inch wordt toch zeker aangeraden – waarna hij overgaat op de pagina-opmaak en het lettertype. ,,Een hele pagina cursief is niet vol te houden. Dan slaat de lezer binnen tien minuten met zijn hoofd op zijn bureau van vermoeidheid.”

Ook raadt hij aan niet te veel ruimte tussen de regels over te laten, aangezien dit alleen maar uitnodigt tot het maken van aantekeningen bij de tekst. Voor de pauze behandelt hij bovendien de verschillende mogelijkheden van inbinden, en daagt hij zijn publiek uit tot het bekijken van de beschikbaar gestelde papiermonsters. ,,Die gladde papiersoorten absorberen de lijm niet goed, dus die zijn niet geschikt voor garenloos inbinden.”

Na de pauze wordt aandacht besteed aan de omslag en de eventuele foto’s en tekeningen die hierop afgedrukt moeten worden. De toehoorders zijn binnen enkele uren experts geworden. De uitgestalde proefschriften worden nu met een zeer kritisch oog bekeken. ,,Kijk, deze is genaaid gebrocheerd en gedrukt op houtvrij offset 80 grams papier.” Dat belooft wat voor de toekomst.

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.