Avondcolleges om de grote toeloop van eerstejaars op te vangen worden goed bezocht. Toch zijn niet alle studenten er over te spreken.
Ondanks het feit dat veel studenten balen van avondcolleges kende het eerste avondcollege voor het mastervak economic foundations of technology management een hogere opkomst dan anders. “De zaal zat voor tachtig a’ negentig procent vol”, zegt prof.dr. Alfred Kleinknecht. “Vorig jaar was de zaal bij dagcolleges voor tweederde gevuld.”
Kleinknecht kreeg na afloop van het eerste avondcollege zelfs studenten aan zijn bureau die hem hartelijk bedankten voor het college.
Toch is niet iedereen blij. Rutger Nelis baalt dat hij er vier loze tussenuren op heeft zitten. “Maar het is wel rustig in de trein, als ik straks naar Haarlem moet.” Hoe hij het eten gaat oplossen, weet hij nog niet. “Ik heb net iets gegeten, maar ik weet niet of dit een goed systeem wordt.”
Alexandros Roumpies vindt het helemaal niks: “Ik wil op die tijd sporten of studeren, na acht uur is het daar te laat voor.” Een mening die door Patrick Sudowe wordt gedeeld. “Om één uur had ik niks te doen, nu wil ik sporten en om zeven uur eten. En daarna studeren. Als ik om acht uur nog moet eten, kom ik daarna nergens meer aan toe.” Geert Kroon is evenmin blij: “Als je niet in Delft woont, ben je heel laat thuis. Ik hockey in Haarlem, heb mazzel dat de trainingen op andere dagen zijn.”
Volgens Frida Olsson hoort een voltijdsstudie overdag plaats te vinden. Ze is niet de enige die wat te eten bij zich heeft. Rose Manouchehri zag zich genoodzaakt te stoppen met een Chinese danscursus op het cultuurcentrum en Edwin van Sorge voorziet reisproblemen: “Tegen half acht moet ik rennen naar de bus, anders moet ik een uur wachten op de volgende. In de spits gaan ze om het kwartier. Sociale verplichtingen zijn ’s avonds. Ik doe aan jongleren in Zoetermeer, dat begint om half acht. Dat heb ik dus voor het komende half jaar moeten afzeggen.”
Ook universitair docent drs. Ronald Dekker had een ‘enorm planningsprobleem’. “Ik ben een jonge vader en moet af en toe mijn kind halen van de crèche. Voor mij was dat erg onhandig.” Hoogleraar Kleinknecht vond het niet erg die avondcolleges van hem over te nemen. “Dan kan ik overdag lekker mijn werk als afdelingshoofd doen.”
Om de dagcolleges van Kleinknecht over te nemen, verzette Dekker zijn ‘papadag’ van de vrijdag naar de woensdag. “Die avondcolleges hebben dus wel grote organisatorische problemen in diverse huishoudens veroorzaakt. In dit geval is het opgelost door heel vroeg aan de bel te trekken.”
Ondanks het feit dat veel studenten balen van avondcolleges kende het eerste avondcollege voor het mastervak economic foundations of technology management een hogere opkomst dan anders. “De zaal zat voor tachtig a’ negentig procent vol”, zegt prof.dr. Alfred Kleinknecht. “Vorig jaar was de zaal bij dagcolleges voor tweederde gevuld.”
Kleinknecht kreeg na afloop van het eerste avondcollege zelfs studenten aan zijn bureau die hem hartelijk bedankten voor het college.
Toch is niet iedereen blij. Rutger Nelis baalt dat hij er vier loze tussenuren op heeft zitten. “Maar het is wel rustig in de trein, als ik straks naar Haarlem moet.” Hoe hij het eten gaat oplossen, weet hij nog niet. “Ik heb net iets gegeten, maar ik weet niet of dit een goed systeem wordt.”
Alexandros Roumpies vindt het helemaal niks: “Ik wil op die tijd sporten of studeren, na acht uur is het daar te laat voor.” Een mening die door Patrick Sudowe wordt gedeeld. “Om één uur had ik niks te doen, nu wil ik sporten en om zeven uur eten. En daarna studeren. Als ik om acht uur nog moet eten, kom ik daarna nergens meer aan toe.” Geert Kroon is evenmin blij: “Als je niet in Delft woont, ben je heel laat thuis. Ik hockey in Haarlem, heb mazzel dat de trainingen op andere dagen zijn.”
Volgens Frida Olsson hoort een voltijdsstudie overdag plaats te vinden. Ze is niet de enige die wat te eten bij zich heeft. Rose Manouchehri zag zich genoodzaakt te stoppen met een Chinese danscursus op het cultuurcentrum en Edwin van Sorge voorziet reisproblemen: “Tegen half acht moet ik rennen naar de bus, anders moet ik een uur wachten op de volgende. In de spits gaan ze om het kwartier. Sociale verplichtingen zijn ’s avonds. Ik doe aan jongleren in Zoetermeer, dat begint om half acht. Dat heb ik dus voor het komende half jaar moeten afzeggen.”
Ook universitair docent drs. Ronald Dekker had een ‘enorm planningsprobleem’. “Ik ben een jonge vader en moet af en toe mijn kind halen van de crèche. Voor mij was dat erg onhandig.” Hoogleraar Kleinknecht vond het niet erg die avondcolleges van hem over te nemen. “Dan kan ik overdag lekker mijn werk als afdelingshoofd doen.”
Om de dagcolleges van Kleinknecht over te nemen, verzette Dekker zijn ‘papadag’ van de vrijdag naar de woensdag. “Die avondcolleges hebben dus wel grote organisatorische problemen in diverse huishoudens veroorzaakt. In dit geval is het opgelost door heel vroeg aan de bel te trekken.”
Comments are closed.