Er is veel mis met collegezalen en gebouwen van Britse universiteiten. Van bijna alle universiteiten is minstens één op de tien gebouwen aan een flinke reparatie toe – of erger.
Na een juridische strijd van 2,5 jaar heeft het Britse dagblad The Guardian een geheime database in handen gekregen. De universiteiten wilden de informatie niet uit handen geven, maar kregen van de rechter ongelijk.
Sommige gebouwen zijn “at serious risk of major failure or breakdown” of “unfit for purpose”. Ook gerenommeerde universiteiten hebben er last van: bij de London School of Economics is 41 procent van alle collegezalen en leslokalen volgens de database ongeschikt voor gebruik. Ook studentenhuizen voldoen vaak niet aan de normen.
Welke gebreken de gebouwen precies hebben, kan de krant niet melden, maar volgens geraadpleegde deskundigen zou het gaan om het negeren van brandweervoorschriften, een lek dak of houtrot.
De kunstwereld stond op zijn kop toen materiaalonderzoekers van de TU en van de Universiteit Antwerpen vorig jaar met een röntgentechniek aantoonden dat er een vrouwengezicht schuilging achter het doek ‘Grasgrond’ van Vincent van Gogh.
De onderzoekers konden aan de hand van de röntgenfluorescentie van de verflagen het gezicht goed reconstrueren in zwart-wit. Maar welke kleuren Van Gogh de vrouw precies gegeven had, bleef grotendeels giswerk. Dat hiaat willen de materiaalkundigen nu opvullen met een heel andere techniek: foto-akoestische spectroscopie.
Een promovendus begint deze zomer een onderzoek naar deze techniek waarbij lichtstralen trillingen veroorzaken in het doek die op hun beurt via gevoelige microfoontjes de verborgen kleuren verraden. Volgens materiaalkundige en kunsthistoricus dr. Joris Dik (3mE), die vorig jaar met de ontdekking van het vrouwengezicht furore maakte, is de techniek de “enige methode om zuivere informatie te verzamelen over de kleur van verborgen verflagen”.
Met de eerder gebruikte methode, bestraling met een röntgenbundel afkomstig uit een synchrotronstralingsbron, is het weliswaar mogelijk om de chemische samenstelling van pigmenten te bepalen. “Maar”, zegt Dik, “door spoorelementen in de pigmenten kunnen de kleuren enorm variëren. En die spoorelementen kun je niet allemaal vinden. Oker, een ijzeroxide, kan daardoor bijvoorbeeld variëren van lichtgeel tot bruin.”
De methode met fotoakoestische spectroscopie is volgens Dik veelbelovend. Maar hij staat nog wel in de kinderschoenen. Voor wat betreft verfonderzoek althans. Materiaalonderzoekers maken er al decennia dankbaar gebruik van om eigenschappen van stoffen, zoals warmtegeleiding, mee te onderzoeken.
Maar de eerste stappen in het fotoakoestisch verfonderzoek zijn gezet. “Met simpele experimenten hebben we aangetoond dat we kleuren kunnen herkennen”, zegt prof.dr.ir. Andreas Schmidt-Ott van DelftChemTech (Technische natuurwetenschappen) die het technische gedeelte van het onderzoek leidt.
Schmidt-Ott en student Dana Zeelenberg hebben een laserstraal door een vel papier met twee laagjes groene verf gestuurd en een laserstraal door een vel gestuurd met een laagje rood en een laagje groen. Met microfoontjes registreerden ze de akoestische signalen, veroorzaakt door warmtegolven in de verf. Die signalen bleken duidelijk van elkaar te verschillen. Schmidt-Ott legt momenteel de laatste hand aan een publicatie over het onderwerp.
Maar om uit die verschillende signalen kleuren te herleiden, is nog een hele klus. “Om alle kleuren die achter een schilderij schuil gaan te kunnen ontdekken, moeten we licht van heel het kleurenspectrum gebruiken, golflengte na golflengte”, vertelt Schmidt-Ott. “En we moeten de frequentie van de pulsjes waarmee we de doeken bestralen, variëren. De laserstralen zijn eigenlijk geen stralen maar snel achtereenvolgende lichtpulsjes. De plek in het doek waar het licht het meeste geluid produceert, is afhankelijk van de frequentie van het licht en van de kleur verf.”
Door met de frequentie en de golflengte van het licht te spelen, kunnen de kleuren op alle dieptes ontdekt worden. Maar als output krijg je in eerste instantie alleen geluid. Het juist interpreteren van de geluiden vergt volgens Schmidt-Ott nog ingewikkelde wiskunde.
Veel simpeler is het eerste foto-akoestische project waar Schmidt-Ott en zijn collega dr.ir. Mirko Ballarini zich op stortten en dat hen later inspireerden tot het doen van het schilderijenonderzoek. Enkele jaren geleden ontwikkelden zij een methode om geld op echtheid te controleren. Als gelddrukkers nanodeeltjes van cadmiumselenide (met een zinksulfide coating) in een bepaald patroontje in bankbiljetten zou verwerken, dan zouden die biljetten later heel simpel, met een apparaatje dat slechts twee lichtstralen zendt, op echtheid gescreend kunnen worden, bedachten de twee Delftenaren.
“Het onderzoek werd gesponsord door een gelddrukkerij”, vertelt Schmidt-Ott. “Maar die haakte af omdat de nanodeeltjes te duur waren. Per biljet mochten ze maar maximaal een tiende cent kwijt zijn aan de deeltjes. En dat bedrag overschreden ze.”
Schmidt-Ott is intussen bezig met het ontwikkelen van technieken om zelf goedkoper nanodeeltjes te maken. Hij hoopt dat er op die manier interesse komt, niet alleen in verborgen schilderijen, maar ook in zijn anti-nepgeldapparaat.
Na een juridische strijd van 2,5 jaar heeft het Britse dagblad The Guardian een geheime database in handen gekregen. De universiteiten wilden de informatie niet uit handen geven, maar kregen van de rechter ongelijk.
Sommige gebouwen zijn ‘at serious risk of major failure or breakdown’ of “unfit for purpose”. Ook gerenommeerde universiteiten hebben er last van: bij de London School of Economics is 41 procent van alle collegezalen en leslokalen volgens de database ongeschikt voor gebruik. Ook studentenhuizen voldoen vaak niet aan de normen.
Welke gebreken de gebouwen precies hebben, kan de krant niet melden, maar volgens geraadpleegde deskundigen zou het gaan om het negeren van brandweervoorschriften, een lek dak of houtrot.
Comments are closed.