Als deeltijdopleidingen niet langer door bekostigde hogescholen en universiteiten worden verzorgd, maar door private instellingen, dan levert dat jaarlijks een half miljard op voor de schatkist.
Dat zegt de branchevereniging voor private opleiders. De Nederlandse Raad voor Training en Opleiding vindt daarom dat de overheid de deeltijdopleidingen aan private aanbieders moet toewijzen. Bekostigde instellingen kunnen zich dan helemaal richten op het opleiden van jongeren. Terwijl de private instellingen door middel van ‘maatwerk’ bijscholing aan werkenden kunnen leveren.
Discussie
Volgens de vereniging van hogescholen, HBO-raad, is het te vroeg voor deze ‘verdelingsdiscussie’. Ze vindt dat er in Nederland veel te weinig deeltijdonderwijs wordt aangeboden. “In het kader van ‘leven lang leren’ moet het aanbod eerst omhoog. Deeltijdstudenten zijn vaak stapelaars die via een omweg een hogeronderwijsdiploma halen. Dat moet gestimuleerd worden”, zegt een woordvoerder. ‘Bovendien is het maar de vraag of de berekening van de NRTO daadwerkelijk een half miljard oplevert.”
Universiteitenvereniging VSNU kon niet reageren.
Steeds meer studenten, dus steeds meer vraag naar grote collegezalen. Het is een lastig probleem waar de roosteraars van de TU mee kampen. Dit jaar hebben vijf faculteiten eerstejaars groepen van meer dan 350 studenten. Eén faculteit heeft ook een tweedejaars groep van een dergelijke omvang. En dat terwijl er op de hele campus maar vier zalen zijn die zoveel capaciteit hebben. Dat vraagt om snelle oplossingen.
Studenten en docenten hebben vorige week allemaal een brief ontvangen waarin bovengenoemde maatregelen staan toegelicht. De meeste gaan direct in. Zoals dat meer colleges geroosterd zullen worden in de onder
studenten en docenten impopulaire uren. Dat zijn het eerste en het tweede en het zevende en het achtste uur. Docenten konden tot nu toe aangeven dat zij deze uren liever geen onderwijs gaven. De universiteit vindt nu dat docenten op alle uren die zij voor de TU werken, roosterbaar moeten zijn. Het is niet meer mogelijk ‘om met ieders persoonlijke wensen rekening te houden’, schrijft het college van bestuur (cvb) in de brief.
Volgens wiskundedocent Cor Kraaikamp, tevens lid van de ondernemingsraad, spelen niet zozeer persoonlijke wensen van de docent een rol bij het mijden van vooral het zevende en het achtste uur. “Studenten hebben er hun aandacht niet bij na een hele dag studeren. Dat geldt natuurlijk ook ’s avonds. Ik heb jarenlang avondcolleges gegeven en je ziet mensen wegdommelen.”
Het invoeren van avondcolleges zal sowieso heel wat voeten in aarde hebben, denkt Kraaikamp. “Je moet docenten vinden die ’s avonds willen werken. Voor jonge mensen met kinderen is dat vervelend en lastig, de crèche is immers ook dicht.”
De avondcolleges, die het cvb pas komend studiejaar wil invoeren, kunnen ook niet op enthousiasme van de studenten rekenen. De studentenraad (sr) is niet meer zo fel tegen als een aantal jaren terug, maar vindt nu vooral dat het geen structurele oplossing voor het zalentekort is.
De sr denkt dat de oplossing wel zit in nieuwe onderwijsvormen en het gebruik van ict. Ook vinden studenten dat de universiteit moet bekijken of ze alle bestaande hoorcolleges wil behouden. Een werkgroep waarin ook de sr vertegenwoordigd zal zijn, komt dit collegejaar nog met aanbevelingen op deze punten.
Over het gebruik van ict kan docent Kraaikamp nog niet uit ervaring spreken. “Ik ga binnenkort aan videoconferencing doen. Ik geef dan college in de ene zaal en in de andere zaal staat een scherm. Studenten die in de laatste zaal zitten, kunnen via iemand anders vragen aan mij doorspelen. Maar deze oplossing en het splitsen van grote groepen kosten geld.”
Comments are closed.