De overeenkomst tussen een gitaaroptreden en het geven van een goed college? Beide geven Erik Tempelman een enorme kick. “Een soort rush. Bijna verslavend.” Wie is de beste docent van de TU Delft? De zeven genomineerden komen elke week aan bod. Dit is deel 3.
‘Bedenk wat studenten willen horen’
Wie is de beste docent van de TU Delft?
De zeven genomineerden komen elke week aan bod. Dit is deel 3.
Naam: Erik Tempelman (39)
Doceert bij: Industrieel Ontwerpen
Burgerlijke staat: Verliefd
Vak: Industriële productie
De overeenkomst tussen een gitaaroptreden en het geven van een goed college? Beide geven Erik Tempelman een enorme kick. “Een soort rush. Bijna verslavend.”
Doceren begint volgens universitair docent Erik Tempelman met passie. Passie voor een vakgebied en voor het willen overdragen van het vak. En wel op een manier die niet zozeer de docent maar juist de student goed uitkomt. “Bedenk wat die ander wil horen.”
Tempelman hanteert het principe dat vakken altijd een deel zijn van een groter geheel. “Bij het opvolgende vak of project kun je kijken of je kennis op de juiste manier hebt aangeleerd. Je moet jezelf in staat stellen te leren van ervaringen. Een stapel tentamens geeft natuurlijk veel werk, maar is tevens een kans om te kijken wat ik goed heb gedaan en welke dingen volgend jaar beter moeten.”
Hij geeft toe dat hij niet echt werd gehinderd door kennis van zaken toen hij bij Industrieel Ontwerpen als docent begon. Tempelman had alleen in zijn tijd als promovendus lesgegeven aan grote groepen. Van specialisten leerde hij wat het betekent om les te geven en in de loop der tijd kreeg hij het benodigde didactisch inzicht.
Als coördinator en docent weet hij nu dat hij – soms met bloedend hart – stof weg moet laten. “Ik zie teveel docenten teveel stof in hun vak proppen. Met als idee: dit moeten studenten weten. Je moet de vraag omdraaien: wat kan ik doceren in de tijd die ik heb?”
Het moeilijke van bacheloronderwijs bij Industrieel Ontwerpen is ook: grote aantallen studenten en verschillende onderwijsvormen afstemmen op de beperkt aanwezige ruimte. “Daar komt bij dat het een niet alledaagse hoeveelheid theorie kost om alledaagse producten te kunnen begrijpen. Een Senseo of een papierbak kan complexer zijn dan een complete vliegtuigvleugel.”
Studenten moeten zich die kennis actief eigen maken. Niet passief een boek lezen. “Een hoorcollege kan geschikt zijn om driehonderd man tegelijk te inspireren en te informeren. Maar om die kennis te laten beklijven, moet je ook activerende onderwijsvormen geven zoals instructies, tutorials en, in mijn vak, masterclasses.”
Tempelman werkt ook veel met gastsprekers. “Zij zijn rolmodellen voor studenten en nemen ervaring uit de praktijk mee, hebben
Begeisterung.” Met die gastsprekers bespreekt hij vooraf de structuur van hun college: begin algemeen, verdiep daarna, haal er wat materiaalkunde bij en behandel nog voor de pauze wat voorbeelden. Begin het tweede uur met varianten van het productieproces en probeer af te sluiten met een aantal ontwerpregels.
Die visie loont. Tempelman won al tweemaal De Pluim van studievereniging i.d.: in 2007 voor het beste bachelorvak en in 2008 als meest inspirerende bachelordocent. Hij benadrukte bij de prijsuitreiking dat hij een ‘verdomd goed’ team heeft. “Willekeurig welke artiest je neemt, zet er een goede band achter, een goede lichtshow, een goede roadmanager, een goede geluidscrew en je hebt een goed optreden.” Als helft van gitaarduo Hilhorst12 kan Tempelman het weten.
Als docent ervaart hij ook op andere manieren erkenning. “Als je bij een afstuderen de hand schudt van familie en zo’n vader bijna met tranen in de ogen zegt: ‘Goh, hij heeft zoveel van je geleerd’, dan is dat ook erkenning. Dat is waar ik het voor doe. Net als bij alle artiesten is het een drang naar liefde en erkenning.”
Tips van Erik Tempelman
- Wees selectief in wat je brengt:
- Doceren is doseren
- Train docenten
- Lees eens wat literatuur en laat je voorlichten over wat bekend is over onderwijskunde
Een walk of shame voor laatkomers
Voor Erik Tempelman is een hoorcollege theater. Als docent treed je op. Hij weet dat performers meteen bij opkomst iets verrassends moeten doen waardoor het publiek geboeid raakt. Tijdens zijn kick-off college industriële productie heeft hij dan ook zijn gitaar bij zich en begint hij met een experimentje.
Hij vraagt of er onder zijn ruim driehonderd studenten gitaristen en gitaarbouwers zijn en wil weten waarom het gat bij gitaren juist op die ene plek zit. Onjuist is het antwoord van docent Bert Deen: ‘Als je geen geld hebt en buiten speelt, kun je daar je briefjes in doen.’ Het ijs is gebroken.
De naïeve interpretatie is een klankgat, legt Tempelman uit. “Heb je wel eens naast een banjo gestaan? Die heeft geen klankgat maar maakt wel gigantisch veel lawaai.” Hij pakt er de aandacht mee en laat op het beeldscherm verschillende gitaren zien. Het gat is er in de loop der tijd gekomen vanwege het productieproces en de vereiste precisie van het instrument.
Clou van zijn verhaal: als je de historie van het product kent, kun je een beter product maken. “Hier komt een tentamenvraag. Pak je pen.” Het geroezemoes verstomt. “Ik wil van jullie een product zien waarvan de primaire functie wezenlijk is verstoord om het product überhaupt te kunnen maken.”
Weer geroezemoes: het t-woord! “Nu is het tijd om de laatkomers binnen te laten”, zegt Tempelman. “Geef ze een hartelijk applaus!” Stilte. De laatkomers krijgen hun walk of shame. Iedereen weet vanaf nu: dit gaat mij niet overkomen.
Als docent treedt Tempelman inderdaad op. Hij bespeelt de zaal op zijn denkbeeldige podium met een videootje waarop studenten van twee jaar geleden dit ‘een positief slopend vak’ noemen. Hij stelt prikkelende vragen als ‘weten jullie hoe je hersens werken?’ Hij vertelt wat hij gaat doen, waar dit vak op voorbereidt en wat hij van studenten verwacht. En net als bij een optreden klinkt er applaus. Zelfs meermalen als Tempelman zijn staf voorstelt. Het is duidelijk hoe studenten dachten over zijn vraag: ‘Hebben jullie er zin in?’
Dietrich ontwikkelde een techniek waarbij de beweging van DNA-moleculen de aanwezigheid van eiwitten verklapt. De vinding, waar zij volgende week op hoopt te promoveren, moet het voor farmaceuten mogelijk maken om snel en gemakkelijk na te gaan of een patiënt, na toediening van een medicijn, een bepaald, al dan niet schadelijk eiwit aanmaakt.
Ook voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek is het systeem veelbelovend. Celbiologen kunnen ermee zien hoe DNA onder invloed van eiwitten vervormt, voordat het gerepareerd, gekopieerd of afgelezen wordt.
De opstelling van Dietrich bestaat uit een donkerveldmicroscoop (waarbij je het preparaat tegen een zwarte achtergrond ziet) en een preparaat gemaakt van een dun laagje goud waarop talloze DNA-slierten verticaal vastgeketend zitten. Van nature maken de stukjes DNA, zoals alle moleculen, zogenaamde Brownse bewegingen: ze slingeren als gevolg van botsingen met omringende moleculen heen en weer. Die bewegingen kan Dietrich goed volgen doordat ze gouden kraaltjes aan de ‘vrije’ rondzwaaiende DNA-uiteindes heeft vastgeplakt. Die bolletjes verstrooien het licht en werken daardoor als bakens.
Wanneer een eiwit of een stukje mRNA aan het DNA hecht, wordt de DNA-sliert wat stijver waardoor het minder hard beweegt. (mRNA is een kopie van DNA dat dient als blauwdruk voor de aanmaak van eiwitten). Een computer registreert de bewegingen en bepaalt aan de hand van de reikwijdte van het wiebelende DNA of er eiwit of mRNA aan vastgeplakt zit. Zo is aan te tonen of in een druppeltje bloed of ander vocht een bepaald eiwit of mRNA-streng aanwezig is. En, na een flinke dosis kalibreerwerk zou je wellicht uit de veranderende DNA-dans de vervorming van het DNA kunnen herleiden, zo hoopt Dietrich.
Helemaal nieuw is het werk van Dietrich niet. Haar systeem is gebaseerd op een techniek die al enkele jaren wordt gebruikt door celbiologen en biofysici om DNA-eiwitinteracties te onderzoeken. In plaats van gouden bakens gebruiken zij bolletjes die voornamelijk uit polystyreen of latex bestaan. Ze kijken er naar met een gewone lichtmicroscoop of met een zogeheten differentiaal interferentie contrastmicroscoop.
“Het probleem met die techniek is dat de bolletjes heel groot moeten zijn om voldoende signaal te genereren”, zegt Dietrich. “Doordat de bolletjes zo groot zijn rekken ze het DNA uit. Dit beïnvloedt de DNA-eiwit-interacties waardoor de metingen minder betrouwbaar worden.”
De opstelling van Dietrich met de kleine gouden kraaltjes en gouden basis heeft nog een ander voordeel. De DNA-moleculen zijn zeer sterk gebonden aan het goud met een zogenaamde disulfidebrug, een koppeling waarbij een zwavelatoom een covalente binding aangaat met het goud. Het is een ijzersterke binding die ook bij hoge temperaturen standhoudt. En dat is een zeer gunstige bijkomstigheid. Want mRNA-analyses werken beter bij hoge temperaturen.
Op zoek naar specifiek mRNA in een monster wil Dietrich gebruik gaan maken van DNA met complementaire basenvolgorde om het vrije mRNA aan te binden. Ze gebruikt dan alleen dat DNA waar precies het mRNA op past waar ze in geïnteresseerd is. Maar dat werkt alleen bij hoge temperaturen, rond de zestig graden. “Het probleem bij lage temperaturen is dat allerlei mRNA- en DNA-strengen aan elkaar vastkleven, of de sequenties nu complementair aan elkaar zijn of niet”, zegt Dietrich.
Op de achterkant van Dietrich’s proefschrift prijkt geen DNA, eiwit of mRNA, maar een foto van het heelal, gemaakt vanuit de Hubble telescoop. “Ik heb daarvoor gekozen omdat de oplichtende gouden bolletjes op een sterrenhemel lijken”, verklaart de promovenda terwijl ze naar haar computerscherm wijst. Het scherm geeft het preparaat weer met al zijn oplichtende kraaltjes. “Onwijs mooi vind ik dat.” Af en toe lijkt het alsof er een vallende ster voorbij komt. “Dat is DNA dat toch niet goed is vastgehecht aan het goudoppervlak”, zegt Dietrich.

Naam: Erik Tempelman (39)
Doceert bij: Industrieel Ontwerpen
Burgerlijke staat: Verliefd
Vak: Industriële productie
De overeenkomst tussen een gitaaroptreden en het geven van een goed college? Beide geven Erik Tempelman een enorme kick. “Een soort rush. Bijna verslavend.”
Doceren begint volgens universitair docent Erik Tempelman met passie. Passie voor een vakgebied en voor het willen overdragen van het vak. En wel op een manier die niet zozeer de docent maar juist de student goed uitkomt. “Bedenk wat die ander wil horen.”
Tempelman hanteert het principe dat vakken altijd een deel zijn van een groter geheel. “Bij het opvolgende vak of project kun je kijken of je kennis op de juiste manier hebt aangeleerd. Je moet jezelf in staat stellen te leren van ervaringen. Een stapel tentamens geeft natuurlijk veel werk, maar is tevens een kans om te kijken wat ik goed heb gedaan en welke dingen volgend jaar beter moeten.”
Hij geeft toe dat hij niet echt werd gehinderd door kennis van zaken toen hij bij Industrieel Ontwerpen als docent begon. Tempelman had alleen in zijn tijd als promovendus lesgegeven aan grote groepen. Van specialisten leerde hij wat het betekent om les te geven en in de loop der tijd kreeg hij het benodigde didactisch inzicht.
Als coördinator en docent weet hij nu dat hij – soms met bloedend hart – stof weg moet laten. “Ik zie teveel docenten teveel stof in hun vak proppen. Met als idee: dit moeten studenten weten. Je moet de vraag omdraaien: wat kan ik doceren in de tijd die ik heb?”
Het moeilijke van bacheloronderwijs bij Industrieel Ontwerpen is ook: grote aantallen studenten en verschillende onderwijsvormen afstemmen op de beperkt aanwezige ruimte. “Daar komt bij dat het een niet alledaagse hoeveelheid theorie kost om alledaagse producten te kunnen begrijpen. Een Senseo of een papierbak kan complexer zijn dan een complete vliegtuigvleugel.”
Studenten moeten zich die kennis actief eigen maken. Niet passief een boek lezen. “Een hoorcollege kan geschikt zijn om driehonderd man tegelijk te inspireren en te informeren. Maar om die kennis te laten beklijven, moet je ook activerende onderwijsvormen geven zoals instructies, tutorials en, in mijn vak, masterclasses.”
Tempelman werkt ook veel met gastsprekers. “Zij zijn rolmodellen voor studenten en nemen ervaring uit de praktijk mee, hebben
Begeisterung.” Met die gastsprekers bespreekt hij vooraf de structuur van hun college: begin algemeen, verdiep daarna, haal er wat materiaalkunde bij en behandel nog voor de pauze wat voorbeelden. Begin het tweede uur met varianten van het productieproces en probeer af te sluiten met een aantal ontwerpregels.
Die visie loont. Tempelman won al tweemaal De Pluim van studievereniging i.d.: in 2007 voor het beste bachelorvak en in 2008 als meest inspirerende bachelordocent. Hij benadrukte bij de prijsuitreiking dat hij een ‘verdomd goed’ team heeft. “Willekeurig welke artiest je neemt, zet er een goede band achter, een goede lichtshow, een goede roadmanager, een goede geluidscrew en je hebt een goed optreden.” Als helft van gitaarduo Hilhorst12 kan Tempelman het weten.
Als docent ervaart hij ook op andere manieren erkenning. “Als je bij een afstuderen de hand schudt van familie en zo’n vader bijna met tranen in de ogen zegt: ‘Goh, hij heeft zoveel van je geleerd’, dan is dat ook erkenning. Dat is waar ik het voor doe. Net als bij alle artiesten is het een drang naar liefde en erkenning.”
Tips van Erik Tempelman
- Wees selectief in wat je brengt:
- Doceren is doseren
- Train docenten
- Lees eens wat literatuur en laat je voorlichten over wat bekend is over onderwijskunde
Een walk of shame voor laatkomers
Voor Erik Tempelman is een hoorcollege theater. Als docent treed je op. Hij weet dat performers meteen bij opkomst iets verrassends moeten doen waardoor het publiek geboeid raakt. Tijdens zijn kick-off college industriële productie heeft hij dan ook zijn gitaar bij zich en begint hij met een experimentje.
Hij vraagt of er onder zijn ruim driehonderd studenten gitaristen en gitaarbouwers zijn en wil weten waarom het gat bij gitaren juist op die ene plek zit. Onjuist is het antwoord van docent Bert Deen: ‘Als je geen geld hebt en buiten speelt, kun je daar je briefjes in doen.’ Het ijs is gebroken.
De naïeve interpretatie is een klankgat, legt Tempelman uit. “Heb je wel eens naast een banjo gestaan? Die heeft geen klankgat maar maakt wel gigantisch veel lawaai.” Hij pakt er de aandacht mee en laat op het beeldscherm verschillende gitaren zien. Het gat is er in de loop der tijd gekomen vanwege het productieproces en de vereiste precisie van het instrument.
Clou van zijn verhaal: als je de historie van het product kent, kun je een beter product maken. “Hier komt een tentamenvraag. Pak je pen.” Het geroezemoes verstomt. “Ik wil van jullie een product zien waarvan de primaire functie wezenlijk is verstoord om het product überhaupt te kunnen maken.”
Weer geroezemoes: het t-woord! “Nu is het tijd om de laatkomers binnen te laten”, zegt Tempelman. “Geef ze een hartelijk applaus!” Stilte. De laatkomers krijgen hun walk of shame. Iedereen weet vanaf nu: dit gaat mij niet overkomen.
Als docent treedt Tempelman inderdaad op. Hij bespeelt de zaal op zijn denkbeeldige podium met een videootje waarop studenten van twee jaar geleden dit ‘een positief slopend vak’ noemen. Hij stelt prikkelende vragen als ‘weten jullie hoe je hersens werken?’ Hij vertelt wat hij gaat doen, waar dit vak op voorbereidt en wat hij van studenten verwacht. En net als bij een optreden klinkt er applaus. Zelfs meermalen als Tempelman zijn staf voorstelt. Het is duidelijk hoe studenten dachten over zijn vraag: ‘Hebben jullie er zin in?’
Comments are closed.