Education

Dode Delftenaren Digitaal

Kom, noem eens wat bekende Delftenaren. Een klein rondje langs de redactie leverde een volstrekt willekeurig lijstje met namen als Francine Houben, Liesbeth van der Pol, Ben Ale, Wubbo Ockels, Han Vrijling, Jacob Fokkema, Wytze Patijn, Salomon Kroonenberg, Cees Dekker, Jo Coenen, Winy Maas, Alfred Kleinknecht en Bob Ursem.

Met excuus aan alle niet-genoemden. Vanwaar deze exercitie? Er is onlangs een Biografisch Portaal geopend dat toegang geeft tot biografieën van ruim veertigduizend Nederlanders die ertoe hebben gedaan. Helaas vingen we met al onze bekende Delftenaren bot in de database. Het staat er niet met zoveel woorden, maar om opgenomen te worden in het Biografisch Portaal is aanmelding bij Petrus’ portaal een eerste vereiste. Kortom, alleen dode Delftenaren. Als eersten verschijnen dan in de categorie onderwijs & wetenschap de namen van jurist en schrijver Hugo de Groot en Anthony van Leeuwenhoek, die de microscoop uitvond. En van Simon Stevin (1548-1620) die samen met de vader van Hugo de Groot een valproef uitvoerde vanaf de Delftse Nieuwe Kerk met twee loden bollen van verschillend gewicht. Zo bewezen ze nog vóór Galilei dat, anders dan Aristoteles had beweerd, de valsnelheid niet afhankelijk is van de massa. Leuke proef, maar toen was er van een TU (opgericht in 1842) nog lang geen sprake. Wij willen natuurlijk bekende namen van de TU weten. Welnu, ook daarin voorziet het Biografisch Portaal. We noemen er een paar: natuurkundige Jan Burgers die in 1918 in Delft een stromingslaboratorium oprichtte dat nog steeds in gebruik is, maar die zelf pas weer opbloeide toen hij in Maryland een veel mooier lab kon inrichten. Of de vermaard veelzijdige Gerrit van Iterson die in 1907 hoogleraar werd in Delft en tien jaar later de Botanische Tuin stichtte, oorspronkelijk de Cultuurtuin voor Technische Gewassen. Ook Cornelis Lely (1954-1929) ontbreekt niet in de eregalerij. In 1875 behaalde hij in Delft de ingenieurstitel, in 1891 tekende hij de Afsluitdijk die pas enkele jaren na zijn dood voltooid werd. We kunnen nog stilstaan bij Nobelprijswinnaar scheikunde Jacobus van ’t Hoff (1852-1911) die het driejarig programma in Delft in twee jaar afrondde en vervolgens geen diploma kreeg, waarna hij vertrok. Een andere gemiste kans voor Delft is Nobelprijswinnaar Heike Kamerlingh Onnes (1853-1926) die in 1878 een aanstelling in Delft kreeg, maar vier jaar later een positie kreeg aangeboden in Leiden, waar hij in 1908 helium vloeibaar kreeg en in 1911 de supergeleiding ontdekte.
De biografieën op de site zijn gedegen, uitgebreid, van voetnoten voorzien ze en gaan een stuk verder dan Wikipedia. Van alle categorieën is onderwijs en wetenschap met 1169 lemma’s het grootst, op de voet gevolgd door kerk en godsdienst (997). Jammer alleen dat de adviesraad (dertien personen) geen leden van technische universiteiten kent. 

www.biografischportaal.nl

Tevens komt er een HBO-toren tussen de twee hogescholen aan de Rotterdamseweg en de verwachting is volgens Krul dat de TU daar ook gebruik van kan maken. En tot slot wordt er bij de Balthasar van der Polweg nog gebouwd.

Als faculteiten toch meer internationale studenten willen hebben, zijn ze zelf verantwoordelijk voor de huisvesting van deze groep. Vorig jaar stelde het college quota in: woningen werden verdeeld op basis van instroom die faculteiten in het verleden hadden.

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.