In de hal van IO hangen veertig posters met uiteenlopende ontwerpen. Een koffiezetapparaat voor bouwvakkers, een hockeyrugzak en een frisrode festivaldouche. Het blijkt een kleine greep uit meer dan tweehonderd bachelor eindprojecten van afgelopen jaar.
Het is de eerste ontwerpopdracht die studenten uitvoeren voor een bedrijf, legt ir. Kees Nauta uit. Hij is vanaf het begin, drie jaar geleden, betrokken bij de bachelor eindprojecten van de faculteit Industrieel Ontwerpen (IO). “We werken samen met gemiddeld zes bedrijven per keer. We kijken eerst hoe ver het bedrijf wil gaan in het verkennen van nieuwe producten, en maken een uitdagende projectbeschrijving voor de studenten”, zegt Nauta. Op basis hiervan schrijven de studenten hun eigen ontwerpopdracht. Drie minuten nadat de inschrijving op Blackboard opent, is tachtig procent van de plaatsen ingevuld. Zo geïnteresseerd zijn de studenten om een passende opdracht te vinden.
Deelnemende bedrijven ondertekenen een contract waarin staat dat de TU eigenaar is van de ideeën en dat het copyright aan de student behoort. Het meest bekende product uit de eindprojecten is de duurzame designslipper ‘Plakkie’. Gemiddeld willen bedrijven met drie van de twintig ontwerpen verder, zegt Nauta. Zelf geniet hij het meest van om te zien hoe studenten in de rol van ontwerper groeien. “Ons product zijn de designers zelf.”
,Ronde schommelstoel
Ze heeft het prototype op haar rechterschouder hangen en loopt er ongehinderd mee rond. Middenin de grote hal vouwt ze de halfronde aluminium buizen uiteen, klikt een paar banden vast, draait de uitgevouwen stoel om en gaat zitten. Voilà: de Rocky Chair.
Laura Nieuwenhuis, masterstudent bij IO, zocht voor haar bachelor eindproject een product om ‘het loungen te ondersteunen’. Fabrikant Smooff maakte al een hip matje, eigenlijk een moderne en draagbare versie van een bed. Laura Nieuwenhuis dacht na over welk ander ouderwets comfort in een nieuw jasje gestoken kon worden en kwam zo op de schommelstoel. “Een schommelstoel is lekker omdat de beweging voor afkoeling zorgt. In Mexico bijvoorbeeld zijn schommelstoelen met gespannen draden erg populair.” Ze wilde de schommelstoel heruitvinden: moderner, draagbaar en een aantrekkelijk uiterlijk. Een klein schaalmodel was snel gemaakt, maar daarmee was ze niet tevreden. “Je wilt toch weten hoe de stoel zit. En of ie wel licht en veilig is.” Uiteindelijk heeft ze twee weken in de werkplaats doorgebracht om aluminium buizen te buigen, te lassen en een goede constructie te bedenken voor de scharnieren. En met resultaat: de zit is verbazend goed en laat schommelen niet alleen van voor naar achteren toe, maar ook van links naar rechts. Eindcijfer: 9
,Sluipende slimheid
‘Serpent’ heet de nieuwe puzzel die IO-student Rick Blokdijk bedacht heeft voor speelgoedfabrikant Recent Toys. De opdracht was simpelweg: bedenk een nieuwe brain teaser. Voor Rick Blokdijk begon die speurtocht bij het vinden van interessante bewegingen waarmee de driedimensionale puzzel bediend moet worden. Duwen, draaien, trekken, schuiven… noem maar op. Toen hij eenmaal gekozen had voor vier uit korte kralenstrengen bestaande ‘slangen’, kwamen daar twee bewegingen uit voort. Namelijk het duwen van de slangen door verdiepte paden, en het draaien van twaalf rondjes waardoor de paden steeds anders komen te lopen. De bedoeling is om elk van de vier slangen rond een knopje te krijgen met de eigen kleur. “Elke slang zit zichzelf en ook de anderen in de weg”, vat Rick Blokdijk samen. “Het is een hele puzzel om de slang naar het juiste pad te leiden.”
Wel is hij zeker dat de puzzel een oplossing heeft. Dat heeft hij eindeloos uitgeprobeerd met verschillende modellen, hoewel hij het niet wiskundig kan bewijzen. De reactie van de opdrachtgever was erg enthousiast. Het lijkt Rick Blokdijk ‘waanzinnig gaaf’ als de Serpent in productie wordt genomen. Gevraagd naar wat er beter kan, antwoordt hij: “Studenten staan er om bekend dat de planning vaak niet helemaal goed zit.” Eindcijfer: 8,5
,Stuitend resultaat
Het is een best zwaar ding, de Bouncer die IO-studente Roos Stone ontwikkelde in opdracht van hockeyfabrikant Dita International. Stalen poten omwikkeld met postbode-elastiekjes en een zware stalen deksel moeten tegenwicht bieden tegen het geweld van gepushte en geslagen hockeyballen.
“Het is een trainingstool”, legt Stone uit. Ze had gekeken bij hockeytrainingen voor de jeugd en het viel haar op, met haar achtergrond in korfbal, dat veel pupillen stonden te wachten totdat ze weer aan de beurt zijn. Met de Bouncer kun je elk moment aan de beurt zijn. Het idee is simpel: zet het apparaat op een grasveld met een schare
hockeykindjes er omheen en schieten maar. De bal verdwijnt ergens tussen de pootjes en stuitert er – als alles goed gaat – langs onvoorspelbare hoek weer onderuit. Iedereen kan de bal krijgen en dus moeten ze allemaal alert blijven.
Het moeilijkst was de materiaalkeuze, vertelt Stone. Toen ze alleen met staal werkte, maakte het apparaat een enorm kabaal als er een bal op kwam. Maar terugkaatsen, ho maar. De combinatie van elastiekjes rond de stalen pootjes bleek een stuk beter te werken. Maar nog steeds blijft er wel eens een bal steken. Niettemin is Stone tevreden over het resultaat. Eindcijfer 8,5
Dat blijkt uit een artikel van Loet Leydesdorff, Peter van den Besselaar en Lutz Bornmann. Het borduurt voort op eerder onderzoek, waarin Leydesdorf (UvA) en Van den Besselaar (Vrije Universiteit en Rathenau Instituut) aantoonden dat NWO het onderscheid tussen goede en de allerbeste wetenschappers niet wist te maken.
De onderzoeksfinancier wees volgens hen kandidaten af die – op grond van hun prestaties in het verleden – eerder in aanmerking leken te komen voor een beurs dan wetenschappers die de beurs daadwerkelijk kregen.
Nu blijkt bovendien dat de beste afgewezen wetenschappers in de jaren erna vaker geciteerd worden en invloedrijkere publicaties afleveren dan hun gelauwerde concurrenten. “In het verleden is wel eens geopperd dat goede wetenschappers baat hebben bij een afwijzing”, vertelt Loet Leydesdorff, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. “Dan zouden ze meer gemotiveerd raken om onderzoek te verrichten. Misschien willen winnaars vooral de volgende onderzoeksbeurs binnenhalen.”
Deze keer keken de onderzoekers niet alleen naar NWO, maar ook naar een andere wetenschapsfinancier: de European Molecular Biology Organization. Daar kwam hetzelfde resultaat uit.
De vraag is nu wat dit betekent. NWO was niet bereikbaar, maar oppert meestal een eenvoudige oplossing voor het probleem: geef meer geld en alle goede onderzoekers kunnen uitgekozen worden. Nu is er immers een groep die wel geschikt bevonden wordt, maar waar geen geld voor is.
Leydesdorff gelooft daar niet in. “Er zijn altijd grensgevallen en die schuif je dan alleen maar op. De principiële vraag is hoe je het geld wilt verdelen. Je moest eens weten hoeveel tijd het aanvragen van die beurzen kost. Misschien is dat wel zonde van de moeite.”
Volgens hem zou de invloed van NWO kleiner moeten zijn. “Het gaat om stuursubsidies, oftewel een zetje in de goede richting. De werkelijke verdeling van onderzoeksgeld moet binnen de universiteiten geschieden. Die hebben hun eigen personeelsbeleid.”
Een andere vraag is of er überhaupt een probleem is. Zoals NWO-directeur beleidsontwikkeling Jan Karel Koppen in het blad Onderzoek Nederland hierover zegt: “Het bekijken van de past en post performance van een onderzoeker is een mogelijk kwaliteitscriterium. NWO laat onderzoeksvoorstellen beoordelen via peer review aan de hand van andere criteria, zoals de innovativiteit van het voorstel en de kwaliteit van de gekozen onderzoeksmethode. De subsidies gaan op deze wijze naar de beste onderzoeksvoorstellen.”

Het is de eerste ontwerpopdracht die studenten uitvoeren voor een bedrijf, legt ir. Kees Nauta uit. Hij is vanaf het begin, drie jaar geleden, betrokken bij de bachelor eindprojecten van de faculteit Industrieel Ontwerpen (IO). “We werken samen met gemiddeld zes bedrijven per keer. We kijken eerst hoe ver het bedrijf wil gaan in het verkennen van nieuwe producten, en maken een uitdagende projectbeschrijving voor de studenten”, zegt Nauta. Op basis hiervan schrijven de studenten hun eigen ontwerpopdracht. Drie minuten nadat de inschrijving op Blackboard opent, is tachtig procent van de plaatsen ingevuld. Zo geïnteresseerd zijn de studenten om een passende opdracht te vinden.
Deelnemende bedrijven ondertekenen een contract waarin staat dat de TU eigenaar is van de ideeën en dat het copyright aan de student behoort. Het meest bekende product uit de eindprojecten is de duurzame designslipper ‘Plakkie’. Gemiddeld willen bedrijven met drie van de twintig ontwerpen verder, zegt Nauta. Zelf geniet hij het meest van om te zien hoe studenten in de rol van ontwerper groeien. “Ons product zijn de designers zelf.”
De tentoonstelling met bachelor eindprojecten is tot eind september te zien in de hal van IO. Toegang gratis.
Ronde schommelstoelRonde schommelstoel
Ze heeft het prototype op haar rechterschouder hangen en loopt er ongehinderd mee rond. Middenin de grote hal vouwt ze de halfronde aluminium buizen uiteen, klikt een paar banden vast, draait de uitgevouwen stoel om en gaat zitten. Voilà: de Rocky Chair.
Laura Nieuwenhuis, masterstudent bij IO, zocht voor haar bachelor eindproject een product om ‘het loungen te ondersteunen’. Fabrikant Smooff maakte al een hip matje, eigenlijk een moderne en draagbare versie van een bed. Laura Nieuwenhuis dacht na over welk ander ouderwets comfort in een nieuw jasje gestoken kon worden en kwam zo op de schommelstoel. “Een schommelstoel is lekker omdat de beweging voor afkoeling zorgt. In Mexico bijvoorbeeld zijn schommelstoelen met gespannen draden erg populair.” Ze wilde de schommelstoel heruitvinden: moderner, draagbaar en een aantrekkelijk uiterlijk. Een klein schaalmodel was snel gemaakt, maar daarmee was ze niet tevreden. “Je wilt toch weten hoe de stoel zit. En of ie wel licht en veilig is.” Uiteindelijk heeft ze twee weken in de werkplaats doorgebracht om aluminium buizen te buigen, te lassen en een goede constructie te bedenken voor de scharnieren. En met resultaat: de zit is verbazend goed en laat schommelen niet alleen van voor naar achteren toe, maar ook van links naar rechts. Eindcijfer: 9
Sluipende slimheidSluipende slimheid
‘Serpent’ heet de nieuwe puzzel die IO-student Rick Blokdijk bedacht heeft voor speelgoedfabrikant Recent Toys. De opdracht was simpelweg: bedenk een nieuwe brain teaser. Voor Rick Blokdijk begon die speurtocht bij het vinden van interessante bewegingen waarmee de driedimensionale puzzel bediend moet worden. Duwen, draaien, trekken, schuiven… noem maar op. Toen hij eenmaal gekozen had voor vier uit korte kralenstrengen bestaande ‘slangen’, kwamen daar twee bewegingen uit voort. Namelijk het duwen van de slangen door verdiepte paden, en het draaien van twaalf rondjes waardoor de paden steeds anders komen te lopen. De bedoeling is om elk van de vier slangen rond een knopje te krijgen met de eigen kleur. “Elke slang zit zichzelf en ook de anderen in de weg”, vat Rick Blokdijk samen. “Het is een hele puzzel om de slang naar het juiste pad te leiden.”
Wel is hij zeker dat de puzzel een oplossing heeft. Dat heeft hij eindeloos uitgeprobeerd met verschillende modellen, hoewel hij het niet wiskundig kan bewijzen. De reactie van de opdrachtgever was erg enthousiast. Het lijkt Rick Blokdijk ‘waanzinnig gaaf’ als de Serpent in productie wordt genomen. Gevraagd naar wat er beter kan, antwoordt hij: “Studenten staan er om bekend dat de planning vaak niet helemaal goed zit.” Eindcijfer: 8,5
Stuitend resultaatStuitend resultaat
Het is een best zwaar ding, de Bouncer die IO-studente Roos Stone ontwikkelde in opdracht van hockeyfabrikant Dita International. Stalen poten omwikkeld met postbode-elastiekjes en een zware stalen deksel moeten tegenwicht bieden tegen het geweld van gepushte en geslagen hockeyballen.
“Het is een trainingstool”, legt Stone uit. Ze had gekeken bij hockeytrainingen voor de jeugd en het viel haar op, met haar achtergrond in korfbal, dat veel pupillen stonden te wachten totdat ze weer aan de beurt zijn. Met de Bouncer kun je elk moment aan de beurt zijn. Het idee is simpel: zet het apparaat op een grasveld met een schare
hockeykindjes er omheen en schieten maar. De bal verdwijnt ergens tussen de pootjes en stuitert er – als alles goed gaat – langs onvoorspelbare hoek weer onderuit. Iedereen kan de bal krijgen en dus moeten ze allemaal alert blijven.
Het moeilijkst was de materiaalkeuze, vertelt Stone. Toen ze alleen met staal werkte, maakte het apparaat een enorm kabaal als er een bal op kwam. Maar terugkaatsen, ho maar. De combinatie van elastiekjes rond de stalen pootjes bleek een stuk beter te werken. Maar nog steeds blijft er wel eens een bal steken. Niettemin is Stone tevreden over het resultaat. Eindcijfer 8,5
Comments are closed.