Wat zou jij doen met 600 duizend euro? Het lijkt de vraag uit een SBS6-spelshow, maar is in werkelijkheid een jaarlijks terugkerend thema bij de NWO-loterij voor onderzoeksfinanciering: de Vidi-subsidie. Delta vroeg de vijf Delftse winnaars waaraan ze dit bedrag willen uitgeven.
Vidi-vanger: Geert Leus (sectie netwerken en systemen, faculteit elektrotechniek, wiskunde en informatica)
Leeftijd: 31 jaar
Waar gaat uw onderzoek over?
“Ook in treinen en auto’s willen mensen tegenwoordig grote hoeveelheden data kunnen verzenden over draadloze verbindingen. Bij een hoge snelheid van de trein of autogaat dit mis. Ook een umts-apparaat, gemaakt om grote bestanden mee te verzenden, garandeert alleen een correcte informatietransmissie bij snelheden tot vijftig kilometer per uur. Bij hogere snelheden is het ontvangen signaal vervormd, doordat verschillende transmissiepaden verschillende dopplerverschuivingen ondergaan. Ik wil softwarematig een nieuw algoritme testen dat deze verstoring bij het versturen van informatie via breedband opheft.”
Hoe ontstond het idee?
“Na mijn doctoraal in Leuven ben ik een jaar postdoc geweest aan de University of Minnesota. Daar waren we vooral bezig met de theoretisch-wiskundige kant, dus met het ontwikkelen van algoritmes die geschikt zijn voor datatransmissie, maar er werden geen toepassingen ontwikkeld. Toen ik terugkwam in Nederland stuitte ik op de problemen met umts-apparaten en toen leek het me leuk om de in Amerika opgedane kennis concreet toe te passen. Het onderwerp, wat er nu fysisch gebeurt van antenne tot antenne, heeft me altijd al geboeid.”
Hoeveel tijd was u kwijt aan het voorstel?
“In totaal ben ik ongeveer twee maanden bezig geweest met het indienen van het voorstel. Daarbij zit ook de tijd waarin ik oefende voor mijn presentatie voor de beoordelingscommissie van NWO. In die commissie zitten leken op mijn vakgebied, dus mocht het vooral niet te technisch worden. Ik heb mijn presentatie ook voor collega’s van mijn sectie geoefend. Die floten me terug zodra ik te veel in detail trad. ‘Dat is nog veel te technisch Geert’, kreeg ik dan te horen.”
Hoe gaat u het geld besteden?
“Het werk is theoretisch-wiskundig van aard en ik gebruik al bestaande software. Dus ik hoef geen apparatuur aan te schaffen. Het geld gebruik ik om een doctoraalstudent te betalen én een postdoc voor twee jaar. Ook betaal ik een deel van mijn eigen salaris. En ik wil natuurlijk wel eens conferenties bezoeken en vakgenoten ontmoeten, dat kost ook geld.”
Vidi-vanger: Miriam Blaauboer (theoretische natuurkunde, Kavli Institute of Nanoscience)
Leeftijd: 33 jaar
Waar gaat uw onderzoek over?
“We zijn nu op het punt dat we toegang kunnen krijgen tot een individueel elektron in een halfgeleider. Dat is heel leuk om twee redenen. Allereerst kun je nu de eigenschappen van zo’n elektron testen. Bijvoorbeeld wanneer er kwantummechanische paarvorming, de zogenaamde entanglement, bij elektronen optreedt. Met gegevens hieruit kunnen we dan de ‘ongelijkheid van Bell’ testen voor elektronen in een vaste stof. Die ongelijkheid is al sinds 1963 een bij natuurkundigen beroemd probleem. Alleen bij fotonen is tot nu toe paarvorming aangetoond, maar nu kun je het ook bij deeltjes in de vaste stof aantonen en de ongelijkheid testen. Die ‘ongelijkheid van Bell’ is één van de dingen waarmee ik me de komende jaren bezig zal houden.”
Hoe ontstond het idee?
“Het zat al lang in mijn hoofd. Langzaam ontwikkelt zich dan de juiste vorm, net als bij het schrijven van een brief. Nu we op het niveau van kwantumdots – doosjes met een enkel elektron – werken, krijgen we te maken met nieuwe problemen. Voor een kwantumcomputer wil je dat de elektronen in die dots hun kwantummechanische eigenschappen houden, maar die raak je kwijt zodra je van buitenaf gaat manipuleren. Toch wil je zo’n elektron kunnen sturen. Op dit grensvlak wilde ik onderzoek doen, dus hoe je individuele stroompjes van één of enkele elektronen zo kunt manipuleren dat het systeem zijn kwantummechanische eigenschappen niet verliest.”
Hoeveel tijd was u kwijt aan het voorstel?
“Het schrijven heeft me twee maanden gekost, is dat kort? Je schrijft eerst een gestroomlijnde versie van je onderzoeksvoorstel, dat door NWO naar zes experts op je vakgebied wordt gestuurd. Die geven dan commentaar, waarop je reageert. Vervolgens, als dat goed gaat, word je uitgenodigd en moet je voor zes man een halfuur lange presentatie houden. Vorige week kreeg ik een brief dat ik het geworden was.”
Hoe gaat u het geld besteden?
“Ik ben theoreticus en zit veel achter mijn bureau te piekeren. Maar wil ook naar vakgenoten op conferenties kunnen reizen, op wie ik mijn ideeën kan testen. Daar gaat wat geld naartoe. Verder gaat er geld naar mijn eigen salaris en ik kan een promovendus aannemen. Het leuke van het Vidi-geld is dat ik zo weer een paar jaar langer aan mijn onderzoek kan werken, als postdoc zit je telkens met tijdelijke contracten.”
Vidi-vanger: Piero Colonna (sectie energie technologie, faculteit Werktuigbouw en Maritieme Techniek)
Leeftijd: 39 jaar
Waar gaat uw onderzoek over?
“Bij de faseovergangen van sommige vloeistoffen naar de gasfase kunnen schokgolven ontstaan. Op dat moment treedt er een verandering in de geluidssnelheid op. Op dit grensvlak willen we experimenten uitvoeren die aantonen dat het verschijnsel optreedt. Dat is nog nooit iemand gelukt.
Er zijn maar twee experimenten na de Tweede Wereldoorlog gedaan en die faalden doordat de Russische onderzoekers de verkeerde vloeistoffen namen. Ik denk de goede vloeistof te hebben gevonden waarin je wel schokgolven kunt opwekken. Ik ontdekte dat je een complex molecuul nodig hebt, siloxaan, dat veel energie bevat.
De thermodynamische kennis die we bij onze proeven opdoen kunnen we gebruiken voor de ontwikkeling van turbines waarmee uit biomassa energie wordt opgewekt.”
Hoe ontstond het idee?
“Ik wilde een aantal jaren geleden samenwerken met een Italiaanse collega die erg goed is in numerieke vloeistofdynamica. Het onderzoek naar schokgolven sloot aan op onze interesses. Ik had ervaring met de vloeistof siloxaan. Daarin ontstonden schokgolven en toen bedacht ik dat je de stof kunt gebruiken voor schokexperimenten.
Hoeveel tijd was u kwijt aan het voorstel?
“Het kostte me een paar maanden om het voorstel voor te bereiden.”
Hoe gaat u het geld besteden?
“We gaan een promovendus huren en een postdoc. Ook hebben we geld nodig om een nieuw type testbuis te bouwen, waarin we schokgolven opwekken. De buis moet tegen hoge temperaturen bestand zijn en je moet tegelijk de temperatuur binnenin nauwkeurig kunnen regelen.”
Vidi-vanger: Hester Bijl (aërodynamicalaboratorium, faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek)
Leeftijd: 33 jaar
Waar gaat uw onderzoek over?
“Ik wil de technieken verbeteren die we gebruiken bij het
berekenen van stromingen rond de rotorbladen van windmolens. We zitten met onze simulaties vaak naast de resultaten uit experimenten in de windtunnel en ik denk dat er een andere manier van kijken nodig is om achter de oorzaak hiervan te komen. Daarom gaan we in de vergelijkingen die we willen oplossen, met wel miljoenen ‘onbekenden’, de factor kans een rol geven.”
Hoe ontstond het idee?
“Dit idee ontstond uit een soort irritatie. We zijn steeds bezig om die ene som met dat ene fysische en wiskundige model heel goed te doen en dan zitten we er weer naast. Terwijl we ons veel drukker zouden moeten maken of het wel de goede som is. Werken we wel met de goede windsnelheid of het juiste turbulentiemodel, bijvoorbeeld?
Maar hoe kom je daar achter? Door het expliciet meenemen van onzekerheden in mijn model, als vijfde dimensie, wil ik het effect van die onzekerheden op de uitkomst van de som kwantificeren. In plaats van een heleboel sommen met een heleboel windsnelheden en turbulentiemodellen met elkaar te vergelijken, zie je in één keer waar de fout zit.
Hoeveel tijd was u kwijt aan het voorstel?
“Het denkproces valt moeilijk in tijd uit te drukken, maar het schrijven heeft ongeveer een week geduurd. Twee jaar geleden had ik al een vergelijkbaar voorstel ingediend, maar toen werd het niet gehonoreerd. Inmiddels ben ik veel meer bedreven in het schrijven, ik dien ongeveer twee voorstellen per jaar in.
Hoe gaat u het geld besteden?
“Ik betaal er twee promovendi en een postdoc van. Voor het gebruikmaken van faciliteiten, zoals apparatuur voor experimenten, ben je geld kwijt en dan blijft er nog een klein beetje over voor mezelf. Zelf ben ik met dit project ongeveer veertig procent van mijn tijd kwijt.”
Vidi-vanger: Henk Postma (kwantumtransportgroep, Kavli Institute of Nanoscience)
Leeftijd: 30 jaar
Postma verhuist vanuit Caltech in Californië weer naar Delft, en hing op het moment van het schrijven van deze reportage op elf kilometer hoogte in een Boeing 747.
De nanofysicus gaat onderzoek doen naar roostertrillingen in koolstofnanobuisjes en hoe deze trillingen met elektronen samenhangen. Postma wil de trillingen meten door elektrische stroompjes door het materiaal te sturen. Het doel is meer inzicht te krijgen in de fundamenten van de kwantummechanica.
Postma werkte eerder onder de vleugels van Cees Dekker aan onderzoek naar nanobuisjes en publiceerde samen met Dekker in Nature. Dekker deed al eerder onderzoek naar roostertrillingen, waarbij hij een scanning tunneling-microscoop gebruikte. In Californië heeft Postma zijn onderzoek aan koolstofnanobuisjes voortgezet. Het nieuwe Delftse onderzoek ligt in het verlengde van zijn werk in de VS.
(Foto’s: Sam Rentmeester/FMAX)
Vidi-vanger: Geert Leus (sectie netwerken en systemen, faculteit elektrotechniek, wiskunde en informatica)
Leeftijd: 31 jaar
Waar gaat uw onderzoek over?
“Ook in treinen en auto’s willen mensen tegenwoordig grote hoeveelheden data kunnen verzenden over draadloze verbindingen. Bij een hoge snelheid van de trein of autogaat dit mis. Ook een umts-apparaat, gemaakt om grote bestanden mee te verzenden, garandeert alleen een correcte informatietransmissie bij snelheden tot vijftig kilometer per uur. Bij hogere snelheden is het ontvangen signaal vervormd, doordat verschillende transmissiepaden verschillende dopplerverschuivingen ondergaan. Ik wil softwarematig een nieuw algoritme testen dat deze verstoring bij het versturen van informatie via breedband opheft.”
Hoe ontstond het idee?
“Na mijn doctoraal in Leuven ben ik een jaar postdoc geweest aan de University of Minnesota. Daar waren we vooral bezig met de theoretisch-wiskundige kant, dus met het ontwikkelen van algoritmes die geschikt zijn voor datatransmissie, maar er werden geen toepassingen ontwikkeld. Toen ik terugkwam in Nederland stuitte ik op de problemen met umts-apparaten en toen leek het me leuk om de in Amerika opgedane kennis concreet toe te passen. Het onderwerp, wat er nu fysisch gebeurt van antenne tot antenne, heeft me altijd al geboeid.”
Hoeveel tijd was u kwijt aan het voorstel?
“In totaal ben ik ongeveer twee maanden bezig geweest met het indienen van het voorstel. Daarbij zit ook de tijd waarin ik oefende voor mijn presentatie voor de beoordelingscommissie van NWO. In die commissie zitten leken op mijn vakgebied, dus mocht het vooral niet te technisch worden. Ik heb mijn presentatie ook voor collega’s van mijn sectie geoefend. Die floten me terug zodra ik te veel in detail trad. ‘Dat is nog veel te technisch Geert’, kreeg ik dan te horen.”
Hoe gaat u het geld besteden?
“Het werk is theoretisch-wiskundig van aard en ik gebruik al bestaande software. Dus ik hoef geen apparatuur aan te schaffen. Het geld gebruik ik om een doctoraalstudent te betalen én een postdoc voor twee jaar. Ook betaal ik een deel van mijn eigen salaris. En ik wil natuurlijk wel eens conferenties bezoeken en vakgenoten ontmoeten, dat kost ook geld.”
Vidi-vanger: Miriam Blaauboer (theoretische natuurkunde, Kavli Institute of Nanoscience)
Leeftijd: 33 jaar
Waar gaat uw onderzoek over?
“We zijn nu op het punt dat we toegang kunnen krijgen tot een individueel elektron in een halfgeleider. Dat is heel leuk om twee redenen. Allereerst kun je nu de eigenschappen van zo’n elektron testen. Bijvoorbeeld wanneer er kwantummechanische paarvorming, de zogenaamde entanglement, bij elektronen optreedt. Met gegevens hieruit kunnen we dan de ‘ongelijkheid van Bell’ testen voor elektronen in een vaste stof. Die ongelijkheid is al sinds 1963 een bij natuurkundigen beroemd probleem. Alleen bij fotonen is tot nu toe paarvorming aangetoond, maar nu kun je het ook bij deeltjes in de vaste stof aantonen en de ongelijkheid testen. Die ‘ongelijkheid van Bell’ is één van de dingen waarmee ik me de komende jaren bezig zal houden.”
Hoe ontstond het idee?
“Het zat al lang in mijn hoofd. Langzaam ontwikkelt zich dan de juiste vorm, net als bij het schrijven van een brief. Nu we op het niveau van kwantumdots – doosjes met een enkel elektron – werken, krijgen we te maken met nieuwe problemen. Voor een kwantumcomputer wil je dat de elektronen in die dots hun kwantummechanische eigenschappen houden, maar die raak je kwijt zodra je van buitenaf gaat manipuleren. Toch wil je zo’n elektron kunnen sturen. Op dit grensvlak wilde ik onderzoek doen, dus hoe je individuele stroompjes van één of enkele elektronen zo kunt manipuleren dat het systeem zijn kwantummechanische eigenschappen niet verliest.”
Hoeveel tijd was u kwijt aan het voorstel?
“Het schrijven heeft me twee maanden gekost, is dat kort? Je schrijft eerst een gestroomlijnde versie van je onderzoeksvoorstel, dat door NWO naar zes experts op je vakgebied wordt gestuurd. Die geven dan commentaar, waarop je reageert. Vervolgens, als dat goed gaat, word je uitgenodigd en moet je voor zes man een halfuur lange presentatie houden. Vorige week kreeg ik een brief dat ik het geworden was.”
Hoe gaat u het geld besteden?
“Ik ben theoreticus en zit veel achter mijn bureau te piekeren. Maar wil ook naar vakgenoten op conferenties kunnen reizen, op wie ik mijn ideeën kan testen. Daar gaat wat geld naartoe. Verder gaat er geld naar mijn eigen salaris en ik kan een promovendus aannemen. Het leuke van het Vidi-geld is dat ik zo weer een paar jaar langer aan mijn onderzoek kan werken, als postdoc zit je telkens met tijdelijke contracten.”
Vidi-vanger: Piero Colonna (sectie energie technologie, faculteit Werktuigbouw en Maritieme Techniek)
Leeftijd: 39 jaar
Waar gaat uw onderzoek over?
“Bij de faseovergangen van sommige vloeistoffen naar de gasfase kunnen schokgolven ontstaan. Op dat moment treedt er een verandering in de geluidssnelheid op. Op dit grensvlak willen we experimenten uitvoeren die aantonen dat het verschijnsel optreedt. Dat is nog nooit iemand gelukt.
Er zijn maar twee experimenten na de Tweede Wereldoorlog gedaan en die faalden doordat de Russische onderzoekers de verkeerde vloeistoffen namen. Ik denk de goede vloeistof te hebben gevonden waarin je wel schokgolven kunt opwekken. Ik ontdekte dat je een complex molecuul nodig hebt, siloxaan, dat veel energie bevat.
De thermodynamische kennis die we bij onze proeven opdoen kunnen we gebruiken voor de ontwikkeling van turbines waarmee uit biomassa energie wordt opgewekt.”
Hoe ontstond het idee?
“Ik wilde een aantal jaren geleden samenwerken met een Italiaanse collega die erg goed is in numerieke vloeistofdynamica. Het onderzoek naar schokgolven sloot aan op onze interesses. Ik had ervaring met de vloeistof siloxaan. Daarin ontstonden schokgolven en toen bedacht ik dat je de stof kunt gebruiken voor schokexperimenten.
Hoeveel tijd was u kwijt aan het voorstel?
“Het kostte me een paar maanden om het voorstel voor te bereiden.”
Hoe gaat u het geld besteden?
“We gaan een promovendus huren en een postdoc. Ook hebben we geld nodig om een nieuw type testbuis te bouwen, waarin we schokgolven opwekken. De buis moet tegen hoge temperaturen bestand zijn en je moet tegelijk de temperatuur binnenin nauwkeurig kunnen regelen.”
Vidi-vanger: Hester Bijl (aërodynamicalaboratorium, faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek)
Leeftijd: 33 jaar
Waar gaat uw onderzoek over?
“Ik wil de technieken verbeteren die we gebruiken bij het
berekenen van stromingen rond de rotorbladen van windmolens. We zitten met onze simulaties vaak naast de resultaten uit experimenten in de windtunnel en ik denk dat er een andere manier van kijken nodig is om achter de oorzaak hiervan te komen. Daarom gaan we in de vergelijkingen die we willen oplossen, met wel miljoenen ‘onbekenden’, de factor kans een rol geven.”
Hoe ontstond het idee?
“Dit idee ontstond uit een soort irritatie. We zijn steeds bezig om die ene som met dat ene fysische en wiskundige model heel goed te doen en dan zitten we er weer naast. Terwijl we ons veel drukker zouden moeten maken of het wel de goede som is. Werken we wel met de goede windsnelheid of het juiste turbulentiemodel, bijvoorbeeld?
Maar hoe kom je daar achter? Door het expliciet meenemen van onzekerheden in mijn model, als vijfde dimensie, wil ik het effect van die onzekerheden op de uitkomst van de som kwantificeren. In plaats van een heleboel sommen met een heleboel windsnelheden en turbulentiemodellen met elkaar te vergelijken, zie je in één keer waar de fout zit.
Hoeveel tijd was u kwijt aan het voorstel?
“Het denkproces valt moeilijk in tijd uit te drukken, maar het schrijven heeft ongeveer een week geduurd. Twee jaar geleden had ik al een vergelijkbaar voorstel ingediend, maar toen werd het niet gehonoreerd. Inmiddels ben ik veel meer bedreven in het schrijven, ik dien ongeveer twee voorstellen per jaar in.
Hoe gaat u het geld besteden?
“Ik betaal er twee promovendi en een postdoc van. Voor het gebruikmaken van faciliteiten, zoals apparatuur voor experimenten, ben je geld kwijt en dan blijft er nog een klein beetje over voor mezelf. Zelf ben ik met dit project ongeveer veertig procent van mijn tijd kwijt.”
Vidi-vanger: Henk Postma (kwantumtransportgroep, Kavli Institute of Nanoscience)
Leeftijd: 30 jaar
Postma verhuist vanuit Caltech in Californië weer naar Delft, en hing op het moment van het schrijven van deze reportage op elf kilometer hoogte in een Boeing 747.
De nanofysicus gaat onderzoek doen naar roostertrillingen in koolstofnanobuisjes en hoe deze trillingen met elektronen samenhangen. Postma wil de trillingen meten door elektrische stroompjes door het materiaal te sturen. Het doel is meer inzicht te krijgen in de fundamenten van de kwantummechanica.
Postma werkte eerder onder de vleugels van Cees Dekker aan onderzoek naar nanobuisjes en publiceerde samen met Dekker in Nature. Dekker deed al eerder onderzoek naar roostertrillingen, waarbij hij een scanning tunneling-microscoop gebruikte. In Californië heeft Postma zijn onderzoek aan koolstofnanobuisjes voortgezet. Het nieuwe Delftse onderzoek ligt in het verlengde van zijn werk in de VS.
(Foto’s: Sam Rentmeester/FMAX)
Comments are closed.