De TU Delft kan voortaan toe met één gemeentelijke milieuvergunning voor de faculteitsgebouwen. De nieuwe vergunning vervangt vijftien losse milieuvergunningen.
De grootste winst van het bundelen van de vijftien vergunningen is dat de TU veel flexibeler wordt in de bedrijfsvoering, stelt arbo- en milieuadviseur Annemarie van de Vusse. “Als we in het verleden bijvoorbeeld een laboratorium van het ene naar het andere gebouw verhuisden, moesten we voor beide gebouwen de vergunning wijzigen, compleet met de hele procedure van aanvraag, ter inzage legging, verwerking van zienswijzen en afwikkeling van eventuele bezwaren. Bovendien mocht je pas bouwen of verhuizen als de vergunning er was.”
Nu wordt dat eenvoudiger. De TU wordt gezien als eenheid. Als een lab nu verhuist, maar de activiteiten hetzelfde blijven, mag dat binnen de vergunning. Het werk kan dan gewoon doorgaan.
“Wel moeten we een registratiesysteem opzetten om jaarlijks aan de gemeente te rapporteren waar welke activiteiten plaatsvinden en waar we bijvoorbeeld gevaarlijke stoffen opslaan”, vertelt Van de Vusse. “En we moeten aangeven welke wijzigingen er zijn. Een tank erbij of weg, een laboratorium dat is verplaatst of als er met andere genetisch gemanipuleerde organismen gewerkt gaat worden.”
Een directe bezuiniging aan leges levert het de TU niet op. Maar het scheelt de arbo-medewerkers per wijziging volgens Van de Vusse zo een week aan voorbereiding, overleg met de gemeente, eventuele aanpassingen na zienswijzen en soms een procedure voor de rechter.
Onder de nieuwe gemeentelijke vergunning vallen alle onderwijs- en onderzoeksactiviteiten van de TU. Dat zijn grofweg de gebouwen van de faculteiten. Erbuiten vallen logistiek & milieu en de warmtekrachtcentrale. Die hebben beide een provinciale milieuvergunning. Ook het Reactor Instituut Delft valt buiten de vergunning; die heeft een ministeriële vergunning. Omdat sport & cultuur geen onderwijs- of onderzoeksfaciliteit is, houdt die een eigen gemeentelijke vergunning.
,
Het vervangen van losse vergunningen door 1 overkoepelende is niet uniek. Van de Vusse: “Het moet gewoon. Vroeger was het idee dat je per gebouw een vergunning had. nu gaat de wet milieubeheer er vanuit dat je als instelling – met één organisatorische, financiële en juridische samenhang – een milieuvergunning hebt.”
Ook voor universiteiten geldt dat. Volgens Van de Vusse haar ging onder meer de Universiteit van Maastricht Delft voor en werkt de TU Eindhoven eraan. “Het speelt ook in op de trend dat faculteiten voorzieningen meer samen gebruiken.”
Er bestaan allerlei kleuren wortels: paars, wit, rood, geel, groen en zelfs zwart. De oranje wortels werden in de zestiende eeuw gecultiveerd door nationalistische Nederlanders ter ere van Willem van Oranje. In de loop van de zeventiende eeuw waren de Nederlanders de grootste Europese producenten van wortels en zo veroverde de oranje wortel de wereld.
Dit soort feitjes vormen de ruggengraat van de quiz ‘QI’, ofwel quite interesting en de daarvan afgeleide boeken. Sinds december 2008 presenteert Arthur Japin een Nederlandse versie van de televisieshow. De Britse variant begint inmiddels al aan het zesde seizoen onder bezielende begeleiding van Stephen Fry. De show is het geesteskind van John Lloyd, die eerder ‘Not The Nine O’Clock News’ en ‘Blackadder’ produceerde.
Lloyd besefte naar eigen zeggen op kerstavond 1993 ineens dat hij eigenlijk niets écht wist. Hij begon als een bezetene te lezen en kwam langzaamaan tot de conclusie dat het heelal quite interesting is. Zijn droom was om een show te maken vol interessante feitjes. Zelf dacht hij aan een radioprogramma, maar hij werd overgehaald om er een tv-quiz van te maken. Het programma is in Groot-Brittannië een groot succes, één van de charmes is dat voor de hand liggende onjuiste antwoorden extra schande en strafpunten opleveren.
Inmiddels maakt John Lloyd samen met John Mitchinson, hoofd onderzoek van de show, ook boeken vol met `algemene onwetendheid’. Ze verzamelen vooral dingen waarvan je in eerste instantie denkt dat je weet hoe het zit, maar waar je er flink naast blijkt te zitten. Denk aan vragen als ‘waar wonen de meeste tijgers?’ (in de Verenigde Staten), ‘wat is het grootste door mensen gemaakte bouwwerk?’ (de vuilnisbelt bij New York) of ‘wat doen kameleons?’ (ze veranderen van kleur – maar dat heeft niets met camouflage te maken).
In ‘Qi – The Pocket Book Of General Ignorance’ staan dit soort vragen losjes geordend per onderwerp: van dieren tot metalen en van oorlogen tot topografie. Lloyd en Mitchinson kunnen goed en erg grappig schrijven. Ze beginnen vaak met de voor de hand liggende foute antwoorden. Na de vraag ‘welke door mensen gemaakte bouwwerken zijn te zien vanaf de maan?’ volgt bijvoorbeeld: ‘trek tien punten af als je de Chinese Muur zei.’
De auteurs zijn op weinig fouten te betrappen, waarschijnlijk mede doordat dit een herziene versie van een eerdere uitgave is. Natuurlijk is dit precies het soort boek waarbij hordes betweterige lezers de auteurs op elke omissie of misstap wijzen. Lloyd en Mitchinson roepen zelfs iedereen op om betere antwoorden in te sturen, omdat ze niet pretenderen dat ze alles weten. Het is ook fijn dat ze bèta-onderwerpen niet schuwen en net zo enthousiast schrijven over de geleidende eigenschappen van zilver als over de geschiedenis van de guillotine. Een nadeel is dat het boek soms wel erg Brits is in de gekozen onderwerpen met lange verhalen over het standbeeld in Piccadilly Circus of de slag bij Culloden. Maar misschien vinden andere lezers dat juist reuze-interessant en snappen zij weer niet dat ik smul van vragen als ‘wat is het favoriete drankje van James Bond?’
Het boek is volgens het voorwoord bedoeld voor mensen die weten dat ze veel dingen niet weten. Het is ook uitermate geschikt voor iedereen die graag met interessante feitjes strooit op feestjes. Wel jammer is dat je na het lezen de antwoorden op veel vragen bij de Nederlandse televisiereeks ‘QI’ al kent, want zij putten gedeeltelijk uit het bestaande archief. Aan de andere kant: kun je thuis op de bank weer eens indruk maken met volslagen overbodige feitenkennis.
John Lloyd & John Mitchinson – ‘Qi – The Pocket Book Of General Ignorance’, Faber and Faber, pp 299, 12 euro
De grootste winst van het bundelen van de vijftien vergunningen is dat de TU veel flexibeler wordt in de bedrijfsvoering, stelt arbo- en milieuadviseur Annemarie van de Vusse. “Als we in het verleden bijvoorbeeld een laboratorium van het ene naar het andere gebouw verhuisden, moesten we voor beide gebouwen de vergunning wijzigen, compleet met de hele procedure van aanvraag, ter inzage legging, verwerking van zienswijzen en afwikkeling van eventuele bezwaren. Bovendien mocht je pas bouwen of verhuizen als de vergunning er was.”
Nu wordt dat eenvoudiger. De TU wordt gezien als eenheid. Als een lab nu verhuist, maar de activiteiten hetzelfde blijven, mag dat binnen de vergunning. Het werk kan dan gewoon doorgaan.
“Wel moeten we een registratiesysteem opzetten om jaarlijks aan de gemeente te rapporteren waar welke activiteiten plaatsvinden en waar we bijvoorbeeld gevaarlijke stoffen opslaan”, vertelt Van de Vusse. “En we moeten aangeven welke wijzigingen er zijn. Een tank erbij of weg, een laboratorium dat is verplaatst of als er met andere genetisch gemanipuleerde organismen gewerkt gaat worden.”
Een directe bezuiniging aan leges levert het de TU niet op. Maar het scheelt de arbo-medewerkers per wijziging volgens Van de Vusse zo een week aan voorbereiding, overleg met de gemeente, eventuele aanpassingen na zienswijzen en soms een procedure voor de rechter.
Onder de nieuwe gemeentelijke vergunning vallen alle onderwijs- en onderzoeksactiviteiten van de TU. Dat zijn grofweg de gebouwen van de faculteiten. Erbuiten vallen logistiek & milieu en de warmtekrachtcentrale. Die hebben beide een provinciale milieuvergunning. Ook het Reactor Instituut Delft valt buiten de vergunning; die heeft een ministeriële vergunning. Omdat sport & cultuur geen onderwijs- of onderzoeksfaciliteit is, houdt die een eigen gemeentelijke vergunning.
Het vervangen van losse vergunningen door 1 overkoepelende is niet uniek. Van de Vusse: “Het moet gewoon. Vroeger was het idee dat je per gebouw een vergunning had. nu gaat de wet milieubeheer er vanuit dat je als instelling – met één organisatorische, financiële en juridische samenhang – een milieuvergunning hebt.”
Ook voor universiteiten geldt dat. Volgens Van de Vusse haar ging onder meer de Universiteit van Maastricht Delft voor en werkt de TU Eindhoven eraan. “Het speelt ook in op de trend dat faculteiten voorzieningen meer samen gebruiken.”
Comments are closed.