Als het aan Google ligt, stappen alle Nederlandse universiteiten en hogescholen over op computerprogramma’s van het Amerikaanse internetbedrijf.
Google heeft daarvoor een contract gesloten met Surf, de ict-organisatie van het hoger onderwijs.
Google heeft een speciaal pakket met programma’s ontwikkeld voor het onderwijs. Daarin zit onder meer e-mail, agenda’s en de mogelijkheid om met meerdere mensen tegelijk aan documenten te werken. Ook kunnen studenten met Google eenvoudig een eigen website maken.
Door de deal met Surf is het voor afzonderlijke onderwijsinstellingen makkelijker om over te stappen: studenten en medewerkers kunnen gewoon met hun instellingsaccount blijven inloggen. Anders dan de computerprogramma’s die hogescholen en universiteiten nu veelal gebruiken, draaien de applicaties van Google op een server van Google, ook wel ‘wolk’ genoemd, die via internet gebruikt kunnen worden.
De Open Universiteit en de Universiteit Utrecht gebruiken Google nu al voor hun mailverkeer. Surf verwacht dat veel hogescholen en universiteiten zullen overstappen. “De voordelen zijn evident”, zegt directeur Jan Bakker. “Nu zitten studenten vaak al snel met een overvolle inbox. Google heeft veel meer opslagcapaciteit en toepassingen. En Google is ook goedkoper.”
Kritiek is er ook, zegt Bakker. “Universiteiten zijn onzeker over wat er met hun gegevens gebeurt als die niet meer op een eigen server, maar op die van Google staan. Dat is meer een fundamentele discussie. Hoe veel informatie vertrouw je een commercieel bedrijf als Google toe?”
Uw voorganger was elf jaar decaan, heeft u ook plannen in die richting?
“Ik ben voor vier jaar aangesteld en de verwachting is dat ik daarna nog wel blijf. Maar niet te lang.”
Waarom niet?
“Je hebt als decaan een enorme invloed op de strategie en de richting van een faculteit. Het is niet verstandig om lang dezelfde richting te varen.”
Wat ziet u als uw belangrijkste taak als decaan?
“Zorgen dat de kwaliteit van onderwijs en onderzoek goed is. Niet alleen de inhoud van het onderzoek is belangrijk, maar ook de positie in de maatschappij. En het onderwijs moet aansluiten op de wensen van de studenten.”
Hoe heeft u kennisgemaakt met de faculteit?
“Ik heb gesprekken gehad met de afdelingsdirecteuren, de studentenraad, de onderdeelcommissie van de ondernemingsraad en de rector.”
Had u al samengewerkt met onderzoekers van TNW?
“Ik onderzoek metabolieten in planten. Daarvoor, en voor onderzoek naar zonnecellen die gebaseerd zijn op fotosynthese, werkte ik samen met Delftse onderzoekers van Biotechnologie.”
TNW heeft een breed onderzoeksgebied. Bent u ook geïnteresseerd in bijvoorbeeld radiogolven?
“Absoluut. Als je kijkt naar de toekomst – de problematiek rond energie en voedsel en het omgaan met de omgeving – dan is technologie leidend in het vinden van oplossingen. Delft heeft daarin een belangrijke positie. Ik heb de ambitie te zorgen voor de welvaart en de gezondheid van de mensen. Dat is een hoge ambitie. Maar ik was in Wageningen ook al bezig met voedselvoorziening voor de hele wereld, als hoogleraar metabolomica van planten.”
Blijft u hoogleraar?
“Ja, ik word weer hoogleraar metabolieten in Delft. Het is belangrijk om met onderzoek bezig te blijven.”
Is dat te combineren met uw functie als decaan?
“Het is noodzakelijk. Of het te combineren is, zal blijken. Maar ik wil niet te ver afstaan van onderzoek en studentenbegeleiding. In Wageningen ben ik ook directeur en hoogleraar.”
Bent u meer wetenschapper of manager?
“Dat is een gewetensvraag. Ik ben een manager, maar om onderzoek en onderwijs te kunnen managen moet je verstand hebben van wetenschap.”
Is het een voordeel dat u van een andere universiteit komt?
“Ik denk dat het altijd goed is als iemand van buiten komt. Die heeft een frisse kijk en dat geeft nieuwe mogelijkheden. Het kost tijd om alles te leren kennen, maar dat is wel in te halen.”
Heeft u al dingen gezien waarvan uw handen gaan jeuken?
“Delft is veel breder dan buiten Delft bekend is. In Wageningen zijn we erg bezig met het versterken van het profiel, ik denk dat iedereen weet wat er in Wageningen gebeurt. Het profiel van Delft moet meer bekend worden.”
Op de TU is publiceren en valoriseren van kennis heel belangrijk. Daar is wel eens kritiek op. Kunt u zich vinden in het belang dat aan publicaties wordt gehecht?
“Ja, het is belangrijk dat een onderzoeker laat zien wat hij doet en dat hij maatschappelijk geëngageerd is. Ik snap de kritiek ook wel. Maar je moet je kwaliteit laten zien door te publiceren. Niets is zo erg als gemiddeld bezig zijn. Je wilt als onderzoeker en als universiteit de top bereiken.”
Hoe uit die ambitie zich bij u?
“Ik heb weinig tijd, maar ik blijf publiceren in de beste tijdschriften. En ik meng me uitdrukkelijk in de maatschappelijke discussie over genetische manipulatie van planten.”
Google heeft daarvoor een contract gesloten met Surf, de ict-organisatie van het hoger onderwijs.
Google heeft een speciaal pakket met programma’s ontwikkeld voor het onderwijs. Daarin zit onder meer e-mail, agenda’s en de mogelijkheid om met meerdere mensen tegelijk aan documenten te werken. Ook kunnen studenten met Google eenvoudig een eigen website maken.
Door de deal met Surf is het voor afzonderlijke onderwijsinstellingen makkelijker om over te stappen: studenten en medewerkers kunnen gewoon met hun instellingsaccount blijven inloggen. Anders dan de computerprogramma’s die hogescholen en universiteiten nu veelal gebruiken, draaien de applicaties van Google op een server van Google, ook wel ‘wolk’ genoemd, die via internet gebruikt kunnen worden.
De Open Universiteit en de Universiteit Utrecht gebruiken Google nu al voor hun mailverkeer. Surf verwacht dat veel hogescholen en universiteiten zullen overstappen. “De voordelen zijn evident”, zegt directeur Jan Bakker. “Nu zitten studenten vaak al snel met een overvolle inbox. Google heeft veel meer opslagcapaciteit en toepassingen. En Google is ook goedkoper.”
Kritiek is er ook, zegt Bakker. “Universiteiten zijn onzeker over wat er met hun gegevens gebeurt als die niet meer op een eigen server, maar op die van Google staan. Dat is meer een fundamentele discussie. Hoe veel informatie vertrouw je een commercieel bedrijf als Google toe?”
Comments are closed.