Education

Idols voor promovendi

De Delftse biotechnologe dr.ir. Merle de Kreuk werd verkozen tot Simon Stevin Gezel 2007. De STW-jaarprijs voor de beste promovendus gaat naar de onderzoeker die het best het toegepast onderzoek aan een groot publiek kan presenteren.

Was het spannend?

”De drie kandidaten kregen in De Doelen twaalf minuten om hun onderzoek uit te leggen. Daarna mocht het publiek met stemkastjes bepalen wie er gewonnen had. Dat geeft wel een Idols-gevoel: spannend dat je afgewezen kan worden. Maar dat was dus niet zo.”

Waar heb je de prijs voor gekregen?

”Ik heb gewerkt aan een aeroob korrelslibtechnologie. Dat is een methode voor afvalwaterzuivering waardoor zuiveringsinstallaties veel compacter gebouwd kunnen worden en ook minder energie verbruiken. Mijn onderzoek is in wisselwerking met ingenieursbureau DHV gebruikt voor technologieontwikkeling. DHV ontwierp de afvalwaterzuivering op praktijkschaal en daar kwamen vragen uit die ik terug vertaald heb naar labonderzoek. Het is echt pingpongen met DHV geweest om naar de toepassing te komen.”

Vanaf het begin al?

”Mijn voorgangster Janneke Beun heeft het eerste onderzoek gedaan naar korrelvorming onder zuurstofrijke omstandigheden. Ik ben begonnen met de opschaling van een drieliter laboratoriumopstelling naar een praktijksituatie. DHV heeft toen gekeken wat de technologie zou betekenen voor de praktijk. Dat is snel gegaan. Binnen zes jaar stond de eerste installatie in de levensmiddelenindustrie voor de behandeling van het afvalwater en binnenkort gaan we ook naar de behandeling van huishoudelijk afvalwater.”

Waar gaat dat gebeuren?

”De eerste huishoudelijke afvalwaterzuiveringen gaan in Zuid-Afrika en Portugal gebouwd worden. We zijn in Nederland wel met pilotinstallaties bezig, maar aanleg duurt hier allemaal langer vanwege de vergunningen.”

Dat is toch merkwaardig voor een innovatieland?

”In Nederland wil men gewoon wat meer zekerheid voordat publieksgeld wordt besteed aan nieuwe ideeën. Dat is natuurlijk ook goed.”

Hoe groot zijn die pilots?

”De pilots zijn anderhalve kuub (1,500 liter, red.), dus dat zijn reactoren van zes meter hoog met een diameter van zestig centimeter. We verwerken daarmee nu vijfhonderd liter per uur. Voor een installatie in de praktijk is dat 350 kuub per uur. Er is dus nog een heel grote stap te nemen.”

Je zegt dat zuiveringsinstallaties veel kleiner kunnen worden.

”Als alles op praktijkschaal werkt zoals in de pilotstudies, kunnen huishoudelijke zuiveringen tachtig procent kleiner worden gemaakt. Dat is heel prettig als je moet uitbreiden terwijl je ingeklemd zit tussen woongebieden, industriegebied et cetera. Als je dan meer afvalwater kunt behandelen op dezelfde plaats, kan dat veel voordelen opleveren.”

Wordt het niet duurder?

”Nee, het is goedkoper zelfs. De installatie is kleiner en je hebt ook minder nabehandeling nodig. Minder bouwkosten ook. Doordat alles in dezelfde tank gebeurt, heb je geen grote pompcapaciteit meer nodig. Dat maakt het goedkoper en energiezuiniger.”

Merle de Kreuk.(Foto: Sam Rentmeester/FMAX)

Was het spannend?

”De drie kandidaten kregen in De Doelen twaalf minuten om hun onderzoek uit te leggen. Daarna mocht het publiek met stemkastjes bepalen wie er gewonnen had. Dat geeft wel een Idols-gevoel: spannend dat je afgewezen kan worden. Maar dat was dus niet zo.”

Waar heb je de prijs voor gekregen?

”Ik heb gewerkt aan een aeroob korrelslibtechnologie. Dat is een methode voor afvalwaterzuivering waardoor zuiveringsinstallaties veel compacter gebouwd kunnen worden en ook minder energie verbruiken. Mijn onderzoek is in wisselwerking met ingenieursbureau DHV gebruikt voor technologieontwikkeling. DHV ontwierp de afvalwaterzuivering op praktijkschaal en daar kwamen vragen uit die ik terug vertaald heb naar labonderzoek. Het is echt pingpongen met DHV geweest om naar de toepassing te komen.”

Vanaf het begin al?

”Mijn voorgangster Janneke Beun heeft het eerste onderzoek gedaan naar korrelvorming onder zuurstofrijke omstandigheden. Ik ben begonnen met de opschaling van een drieliter laboratoriumopstelling naar een praktijksituatie. DHV heeft toen gekeken wat de technologie zou betekenen voor de praktijk. Dat is snel gegaan. Binnen zes jaar stond de eerste installatie in de levensmiddelenindustrie voor de behandeling van het afvalwater en binnenkort gaan we ook naar de behandeling van huishoudelijk afvalwater.”

Waar gaat dat gebeuren?

”De eerste huishoudelijke afvalwaterzuiveringen gaan in Zuid-Afrika en Portugal gebouwd worden. We zijn in Nederland wel met pilotinstallaties bezig, maar aanleg duurt hier allemaal langer vanwege de vergunningen.”

Dat is toch merkwaardig voor een innovatieland?

”In Nederland wil men gewoon wat meer zekerheid voordat publieksgeld wordt besteed aan nieuwe ideeën. Dat is natuurlijk ook goed.”

Hoe groot zijn die pilots?

”De pilots zijn anderhalve kuub (1,500 liter, red.), dus dat zijn reactoren van zes meter hoog met een diameter van zestig centimeter. We verwerken daarmee nu vijfhonderd liter per uur. Voor een installatie in de praktijk is dat 350 kuub per uur. Er is dus nog een heel grote stap te nemen.”

Je zegt dat zuiveringsinstallaties veel kleiner kunnen worden.

”Als alles op praktijkschaal werkt zoals in de pilotstudies, kunnen huishoudelijke zuiveringen tachtig procent kleiner worden gemaakt. Dat is heel prettig als je moet uitbreiden terwijl je ingeklemd zit tussen woongebieden, industriegebied et cetera. Als je dan meer afvalwater kunt behandelen op dezelfde plaats, kan dat veel voordelen opleveren.”

Wordt het niet duurder?

”Nee, het is goedkoper zelfs. De installatie is kleiner en je hebt ook minder nabehandeling nodig. Minder bouwkosten ook. Doordat alles in dezelfde tank gebeurt, heb je geen grote pompcapaciteit meer nodig. Dat maakt het goedkoper en energiezuiniger.”

Merle de Kreuk.(Foto: Sam Rentmeester/FMAX)

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.