Tijdens een tweedaagse workshop maakten nano-onderzoekers van het Kavli-instituut kennis met een afvaardiging van het Europese Moleculair Biologisch Laboratorium (EMBL) uit Heidelberg.
Het EMBL is met vijf instituten en 1.400 medewerkers een groot Europees onderzoekscentrum dat de biologie op verschillende niveaus bestudeert: van het moleculaire niveau binnen de cellen, via biochemie en celbiologie tot de ontwikkelingsbiologie. Gevraagd naar wat hij van een samenwerking met het Delftse Kavli-instituut verwacht, antwoordt directeur prof. Iain Mattaij dat toepassing van nieuwe technieken op oude problemen vaak vooruitgang oplevert. Concreet zou hij graag mogelijkheden hebben om biochemische processen in de cel te kunnen volgen.
Het Kavli-instituut van de faculteit Technische Natuurwetenschappen wil uitbreiden in de richting van bionanotechnologie en nanochemie. Onlangs bekrachtigde het college van bestuur de instelling van de nieuwe afdeling BioNanoScience. Namens die afdeling presenteerde prof.dr. Cees Dekker wat hij noemde een gereedschapskist aan nieuwe technieken. Zo zijn afzonderlijke moleculen te manipuleren met de ‘atomic force microscope’, DNA moleculen kunnen worden gevangen en worden bewogen met optische of magnetische pincetten. Kortom, nanotechnologie ontwikkelt een scala aan gereedschappen om op moleculaire schaal te kunnen werken met of in biologische systemen. Dekker stelt dat de biologie van een bestuderende wetenschap is veranderd in een ingenieursdiscipline.
Mattaij is voorzichtiger. Hij denkt dat daadwerkelijk ingrijpen in een levende cel nog ver weg ligt. Bovendien zijn cellen al goed te beïnvloeden met genetische modificaties; daar is geen nanotechnologie voor nodig. Een eerste uitdaging lijkt hem het ontwerp en de constructie van een kunstmatig virus.
De onderzoekers van beide instellingen werden door middel van een speeddateschema kortstondig aan elkaar gekoppeld met de opdracht nieuwe benaderingsmethoden te zoeken voor hun onderzoeksvragen. Voorlopig gaat het om samenwerking tussen onderzoekers. Een formele samenwerking tussen de instituten is van later zorg.
Het EMBL is met vijf instituten en 1.400 medewerkers een groot Europees onderzoekscentrum dat de biologie op verschillende niveaus bestudeert: van het moleculaire niveau binnen de cellen, via biochemie en celbiologie tot de ontwikkelingsbiologie. Gevraagd naar wat hij van een samenwerking met het Delftse Kavli-instituut verwacht, antwoordt directeur prof. Iain Mattaij dat toepassing van nieuwe technieken op oude problemen vaak vooruitgang oplevert. Concreet zou hij graag mogelijkheden hebben om biochemische processen in de cel te kunnen volgen.
Het Kavli-instituut van de faculteit Technische Natuurwetenschappen wil uitbreiden in de richting van bionanotechnologie en nanochemie. Onlangs bekrachtigde het college van bestuur de instelling van de nieuwe afdeling BioNanoScience. Namens die afdeling presenteerde prof.dr. Cees Dekker wat hij noemde een gereedschapskist aan nieuwe technieken. Zo zijn afzonderlijke moleculen te manipuleren met de ‘atomic force microscope’, DNA moleculen kunnen worden gevangen en worden bewogen met optische of magnetische pincetten. Kortom, nanotechnologie ontwikkelt een scala aan gereedschappen om op moleculaire schaal te kunnen werken met of in biologische systemen. Dekker stelt dat de biologie van een bestuderende wetenschap is veranderd in een ingenieursdiscipline.
Mattaij is voorzichtiger. Hij denkt dat daadwerkelijk ingrijpen in een levende cel nog ver weg ligt. Bovendien zijn cellen al goed te beïnvloeden met genetische modificaties; daar is geen nanotechnologie voor nodig. Een eerste uitdaging lijkt hem het ontwerp en de constructie van een kunstmatig virus.
De onderzoekers van beide instellingen werden door middel van een speeddateschema kortstondig aan elkaar gekoppeld met de opdracht nieuwe benaderingsmethoden te zoeken voor hun onderzoeksvragen. Voorlopig gaat het om samenwerking tussen onderzoekers. Een formele samenwerking tussen de instituten is van later zorg.
Comments are closed.