Deeltijdstudenten worden relatief zwaar getroffen door de maatregelen tegen langstudeerders van VVD-staatssecretaris Halbe Zijlstra. Zij moeten hun opleiding net zo snel doorlopen als gewone studenten, anders krijgen ook zij een boete.
Op vrijdag 19 maart bracht D-incert, waarvan de TU Delft penvoerder is, zo’n zeventig mensen bij elkaar in zaal H en I van de faculteit TBM. De bedoeling was om te brainstormen over de integratie van elektrische mobiliteit in de gebouwde omgeving. Daarvoor waren althans de pauzes van een half uur bedoeld, die steeds volgden op een half uur luisteren naar drie praatjes van elk tien minuten. In plaats van georganiseerd te discussiëren, grepen aanwezigen de mogelijkheid aan om bij te praten en zaken te doen.
“Ze zouden betere moderators moeten hebben”, zei Michael Herweyer van energiebedrijf Alliander, “maar het idee van de TU om dit probleem van alle kanten te belichten is heel goed.”
Toch waren de aanwezigen wel op zoek naar meer verdieping. “Ze hadden wat dieper op de inhoud kunnen ingaan”, vond Ingrid Post van het ministerie van Economische Zaken. Daarmee was Roland Steinmetz van de gemeente Amsterdam het eens: “Hier werken toch de allerslimste mensen? Het zou leuk zijn als de TU ook zelf haar visie geeft op elektrisch vervoer, want welke wetenschappelijke uitdagingen liggen er nog?”
Toch bleek iedereen zeer te spreken over de mogelijkheid die D-incert gaf om uitgebreid te netwerken. “Er komen goede partijen op deze middag af, iedereen hier heeft een raakvlak met onderzoek”, zei Mark Schreurs van Mister Green, leverancier van elektrische voertuigen. Volgens Pauline van der Vorm, coördinator van D-incert bij het Valorisation Centre, is het echter niet alleen de bedoeling om te netwerken: “Ons doel is om vervolgonderzoek te starten, daar willen we hierna mee beginnen”.
Deeltijdstudenten moeten hetzelfde niveau halen als gewone studenten, terwijl ze vaak minder tijd aan hun opleiding kunnen besteden. Zijlstra wil daar in zijn wetsvoorstel geen rekening mee houden. Een deeltijdstudie duurt in zijn optiek even lang als een voltijdstudie en wie meer dan een jaar vertraging oploopt moet drieduizend euro meer collegegeld betalen.
Geen verschil
De staatssecretaris wil voorkomen dat studenten de langstudeerregeling gaan ontduiken via deeltijdopleidingen. Bovendien meent hij dat deeltijdstudenten geen eigen plek in de wet nodig hebben. Er is namelijk ‘geen significant verschil’ in studievoortgang tussen voltijd- en deeltijdstudenten, stelt hij.
Vrijstellingen
Voor zover het om bacheloropleidingen gaat, heeft hij gelijk. Deeltijdstudenten hebben vaak al werkervaring en kunnen daardoor vrijstellingen krijgen voor delen van de opleiding. Door hun ervaring kunnen ze soms ook sneller studeren. Dus haalt 56 procent van de hbo-deeltijders binnen vijf jaar het hbo-bachelordiploma, tegenover 57 procent van de voltijders. Het studietempo is dus nagenoeg gelijk.
Masters
Bij de hbo-masteropleidingen (zoals eerstegraads lerarenopleidingen, zorgstudies en kunstopleidingen) ligt dat anders. Na twee jaar studie heeft slechts 48 procent van de deeltijders de hbo-masteropleiding afgerond, tegenover zeventig procent van de voltijders.
Nadelig
Na enkele jaren haalt uiteindelijk zo’n zestig procent van de deeltijders en tachtig procent van de voltijders het hbo-masterdiploma. Voor deze groep deeltijders is de langstudeerregeling dus bijzonder nadelig.
VSNU
Over universitaire opleidingen zijn geen vergelijkbare cijfers bekend. De universiteiten kunnen door de ‘zachte knip’ niet bepalen hoeveel studenten aan een masteropleiding beginnen en daardoor ook niet hoe snel ze afstuderen. Universiteitenvereniging VSNU kon ook nog niet reageren op het nieuws.
Comments are closed.