Education

LSVb: stufi dekt ipod niet

Studenten moeten meer tijd én geld krijgen om te studeren, vindt vakbond LSVb. Het studiebekostigingsstelsel is niet van deze tijd: “Zelfs mensen met een uitkering hebben vaak nog een flatscreen-tv en een ipod.”

Lenen voor luxe, de LSVb keurt het niet goed, maar begrijpt het wel. Dat schrijft de bond aan minister Plasterk namens ‘een student met een enorme studieschuld’.

De minister gaf vorige week toe dat lenen voor veel studenten noodzaak is geworden: “De gemiddelde student betaalt inderdaad een stuk van zijn studie uit een lening”. Dat is niet eens zo gek, vindt Plasterk: studeren is een investering in de toekomst en het collegegeld wordt meestal ruimschoots terugverdiend.

Toch waarschuwde hij deze maand eveneens voor ondoordacht lenen: “Leen bewust, om te voorkomen dat je zonder dat je het in de gaten hebt, een te grote studieschuld opbouwt.”

Dat neemt niet weg dat lenen vaak geen keuze is, zegt de bond. Want zelfs met een bijbaantje (360 euro per maand) en een extraatje van thuis (150 euro) bovenop de studiefinanciering (260 euro), haalt de gemiddelde student het niet, becijferde LSVb.

Tel bij het collegegeld (150 euro per maand) en de huur (325 euro) ook nog boodschappen (180 euro), studiemateriaal (40 euro), sport en ontspanning (100 euro) en kleding (95 euro) op en je komt op een totaal van 890 euro per maand.

En dan heb je nog geen ipod. “Zelfs mensen met een uitkering hebben vaak een flatscreen-tv”, zegt de bond. “Soberheid is nauwelijks terug te vinden onder jongeren. En hoe kan dat ook? Het is in onze tijd nooit eerder nodig geweest.”

De LSVb beseft dat het verlangen naar luxeproducten ‘geen goede reden is om een smak geld te lenen’, maar vindt wel dat het studiebekostigingsstelsel moet worden aangepast aan ‘de maatstaven van deze tijd’. “Zorg ervoor dat lenen niet meer nodig is en maak het tegelijkertijd minder makkelijk. Daarmee verliest het direct zijn aantrekkingskracht.”

Oliemultinational Shell heeft zijn boodschap niet aan het publiek kunnen overbrengen. Die conclusie trok Eric Faulds, hoofd van het ‘Brent Spar Decomissioning Project, vrijdag tijdens een lezing bij Wiskunde. De lezing over het al dan niet in zee dumpen van de olietank werd gehouden voor tweedejaars studenten technische bestuurskunde.


Figuur 1 Eric Faulds

Deze zomer werd een groot bedrijf teruggefloten door het publiek. Onder druk van de publieke opinie besloot het de offshore-installatie Brent Spar voorlopig niet in zee te dumpen. Faulds constateerde: ,,Shell heeft zijn boodschap niet aan het publiek kunnen overbrengen. De grote milieuorganisaties, maar vooral Greenpeace, zijn daarin wel geslaagd.”

Inmiddels is geconstateerd dat in zaken als deze meer openheid moet worden betracht, eerlijker informatie moet worden gegeven en meer de discussie met het publiek moet worden aangegaan. Hoe deze drie het best gerealiseerd kunnen worden is voor veel bedrijven de grote vraag. Faulds nam een uurtje of twee de tijd om aan een bomvolle collegezaal uit te leggen dat er meer kanten aan de Brent Spar zaten dan alleen het Greenpeace-verhaal.

Faulds legde uit dat, wanneer een offshore-installatie uit dienst wordt genomen, de eigenaar een afweging maakt tussen de belasting voor het milieu, het gevaar voor de gezondheid en de veiligheid van de mensen, de technische mogelijkheden en de kosten van de ontmanteling. Voor elke installatie wordt bekeken of hij moet worden gerecycled, weggegooid (op land of in zee), omgegooid of hergebruikt. Voor de Brent Spar leek afzinken in een diep deel van de oceaan de beste oplossing.

De Brent Spar, een ‘ijsberg’ van 109 meter hoog, werd in 1976 in gebruik genomen in het Brent Field om olie in op te slaan voordat die in tankers wordt overgepompt. De aanleg van een pijpleiding maakte de installatie overbodig. Tot 1991 bleef de installatie wel in gebruik, maar daarna was het oneconomisch om de reuzendobber nog operationeel te houden.

Casino

Uiteindelijk bleven twee opties over, ontmanteling aan land of afzinken in diep water. Ontmanteling aan land zou technisch ingewikkelder zijn, een groter risico opleveren voor mensen, niet veel meer belasting voor het milieu betekenen en veel hogere kosten vergen dan het afzinken in diep water. Die keuze leek snel gemaakt, ware het niet dat die niet geaccepteerd werd door het publiek. Faulds: ,,Als het publiek niet leuk vindt wat we doen, kopen ze onze benzine niet meer en kunnen we het zakendoen wel vergeten.” En dus moest Shell een andere oplossing zoeken.

Plotseling kwam een aantal andere mogelijkheden uit de lucht vallen; sommigen wilden van de Brent Spar een hotel maken of een casino dat buiten territoriale wateren niet onder de belastingwet valt, anderen dachten aan een gevangenis, een kunstmatig rif, eenvogelasiel of een viskwekerij. De laatste optie was nog wel de meest serieuze. Shell besloot echter de optie van ontmanteling op het land nog eens te heroverwegen en heeft Faulds deze taak in handen gegeven.

Faulds, civiel ingenieur, heeft nu een dagtaak aan de tank waar vier Big Ben’s in passen. Hij vertelt dat de grootste moeilijk ligt in het uit het water krijgen van het ding. Dit deel van de operatie slokt ongeveer zeventig procent van de kosten op. Het schoonmaken is niet het probleem.

De studenten werden naar huis gestuurd met de opdracht wat zij zouden doen als ze honderdvijftig miljoen gulden kregen plus de Brent Spar. Dit leverde de enige kritische vraag uit de zaal op: ,,De Brent Spar is en blijft toch de verantwoordelijkheid van Shell?”

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.