Chemicus dr.ir. Sander Haemers gelooft in het onderwijs. Vrijdag ontving hij zijn eerstegraads bevoegdheid als leraar scheikunde met een lespakket over mossellijm, het onderwerp van zijn promotie van vier jaar geleden.
“Ik zag me eigenlijk nooit zo met een gladgeschoren koppie in een Volvo V70 naar de zaak rijden”, legt Haemers uit. “Bovendien kwam ik erachter dat ik het uitleggen van kennis en de presentatie ervan leuker vond dan het onderzoek zelf.” Daarmee viel ook onderzoek als werkterrein weg. Haemers: “Onderzoekers houden kaderwetten van NWO in de peiling en ze kijken naar Europese subsidieprogramma’s. Ik heb het altijd gek gevonden dat een onderzoeker zijn eigen baan als het ware terug moet verdienen met subsidies. Ik krijg dan liever een klus, zo van: los dit op en wij betalen je ervoor.”
Zo kwam Haemers in het onderwijs terecht. Hij werkt nu twee dagen per week in het propedeuseonderwijs (molecular science & technology) aan de TU Delft en drie dagen aan het Stanislas College in Pijnacker. Een bijkomend voordeel van een onderwijsbaan, zo heeft hij gemerkt, is dat je mensen op een verjaardagsfeestje heel gemakkelijk kunt vertellen wat je doet (wat voor een onderzoeker lastiger is) en dat je overal in het land aan de slag kunt.
Een demonstratie die hij enkele jaren geleden voor een evenement met het radioprogramma Vroege Vogels in elkaar zette over natuurgeïnspireerde toepassingen zette de toon voor zijn latere aanpak. Kinderen (10 tot 12 jaar) kregen de opdracht om onder water een elastiekje vast te plakken aan een steentje. Gewapend met handschoenen en een dozijn verschillende lijmsoorten togen ze aan de slag. Een geweldige kliederboel was het resultaat, maar ook bijster gemotiveerde kinderen die echt wilde weten waarom mossellijm wel onder water plakt en alle andere lijmsoorten niet. “Eerst motiveren met een filmpje”, licht Haemers zijn didactiek toe, “dan activeren door ze zelf iets te laten doen en dan pas de diepte in.” Het filmpje is in zijn geval een reportage die Radio West in 2001 maakte van zijn onderzoek naar mossellijm.
Bovenstaande didactische aanpak gecombineerd met de verwerking van onderzoeksresultaten of actualiteiten in het scheikundeonderwijs heet ‘Nieuwe Scheikunde’. Andere voorbeelden zijn lessen over zoetstoffen, een case study over een chloorfabriek in Oeganda of de scooter van de 21ste eeuw. De voorbereiding van zulke modules berust doorgaans op het enthousiasme van leraren. Voor Haemers is dat geen bezwaar: “Dan neem je toch een tachtig-procentsaanstelling en houd je tijd over voor ontwikkeling van nieuwe lessen? Zo houd je het leuk.” Zelf puzzelt Haemers nu over een nieuw lespakket dat duidelijk moet maken dat lijmkracht berust op moleculaire aantrekking. “Een plakbandje werkt met vanderwaalskrachten.” (JW)
De module ‘Het geheim van mossellijm’ voor 6-vwo-leerlingen is kosteloos te bestellen bij Aonne Kerkstra, vakdidacticus scheikunde: a.kerkstra@tudelft.nl
“Ik zag me eigenlijk nooit zo met een gladgeschoren koppie in een Volvo V70 naar de zaak rijden”, legt Haemers uit. “Bovendien kwam ik erachter dat ik het uitleggen van kennis en de presentatie ervan leuker vond dan het onderzoek zelf.” Daarmee viel ook onderzoek als werkterrein weg. Haemers: “Onderzoekers houden kaderwetten van NWO in de peiling en ze kijken naar Europese subsidieprogramma’s. Ik heb het altijd gek gevonden dat een onderzoeker zijn eigen baan als het ware terug moet verdienen met subsidies. Ik krijg dan liever een klus, zo van: los dit op en wij betalen je ervoor.”
Zo kwam Haemers in het onderwijs terecht. Hij werkt nu twee dagen per week in het propedeuseonderwijs (molecular science & technology) aan de TU Delft en drie dagen aan het Stanislas College in Pijnacker. Een bijkomend voordeel van een onderwijsbaan, zo heeft hij gemerkt, is dat je mensen op een verjaardagsfeestje heel gemakkelijk kunt vertellen wat je doet (wat voor een onderzoeker lastiger is) en dat je overal in het land aan de slag kunt.
Een demonstratie die hij enkele jaren geleden voor een evenement met het radioprogramma Vroege Vogels in elkaar zette over natuurgeïnspireerde toepassingen zette de toon voor zijn latere aanpak. Kinderen (10 tot 12 jaar) kregen de opdracht om onder water een elastiekje vast te plakken aan een steentje. Gewapend met handschoenen en een dozijn verschillende lijmsoorten togen ze aan de slag. Een geweldige kliederboel was het resultaat, maar ook bijster gemotiveerde kinderen die echt wilde weten waarom mossellijm wel onder water plakt en alle andere lijmsoorten niet. “Eerst motiveren met een filmpje”, licht Haemers zijn didactiek toe, “dan activeren door ze zelf iets te laten doen en dan pas de diepte in.” Het filmpje is in zijn geval een reportage die Radio West in 2001 maakte van zijn onderzoek naar mossellijm.
Bovenstaande didactische aanpak gecombineerd met de verwerking van onderzoeksresultaten of actualiteiten in het scheikundeonderwijs heet ‘Nieuwe Scheikunde’. Andere voorbeelden zijn lessen over zoetstoffen, een case study over een chloorfabriek in Oeganda of de scooter van de 21ste eeuw. De voorbereiding van zulke modules berust doorgaans op het enthousiasme van leraren. Voor Haemers is dat geen bezwaar: “Dan neem je toch een tachtig-procentsaanstelling en houd je tijd over voor ontwikkeling van nieuwe lessen? Zo houd je het leuk.” Zelf puzzelt Haemers nu over een nieuw lespakket dat duidelijk moet maken dat lijmkracht berust op moleculaire aantrekking. “Een plakbandje werkt met vanderwaalskrachten.” (JW)
De module ‘Het geheim van mossellijm’ voor 6-vwo-leerlingen is kosteloos te bestellen bij Aonne Kerkstra, vakdidacticus scheikunde: a.kerkstra@tudelft.nl
Comments are closed.