Volgende maand maken de ruwe schetsontwerpen voor de reorganisatie plaats voor uitgewerkte plannen. Delta peilde alvast de stemming.
Niet iedereen wil praten, zo wordt al snel duidelijk. De redenen lopen uiteen. “Als manager speel ik straks misschien een rol bij de uitwerking van de reorganisatieplannen”, zegt iemand. “Dan is het wat dubbel om nu in het openbaar de rol van criticaster te spelen.” Veel mensen vinden het te vroeg voor een reactie: eerst willen ze gedetailleerde plannen zien. En soms zijn mensen bang om te praten. “De mensen die straks een beslissing over mijn toekomst nemen, lezen het artikel óók. Dat durf ik niet aan”, zegt een ict-ondersteuner die na overleg met het thuisfront toch maar afziet van een interview. Hij wil slechts kwijt dat hij zich zorgen maakt. “De kans dat ik mijn baan verlies is groot. Op mijn leeftijd heb ik niet zo veel kans om nieuw werk te vinden.”
Een Arbo-medewerker wil wel praten, maar anoniem. De fte-reductie bij Arbo-medewerkers van zestig procent noemt hij overkill. “Een reductie van dertig procent zou al een ramp zijn. Bij de vorige reorganisatie is de bezetting al tot een minimum teruggebracht.”
Begin juni hield de toenmalige staatssecretaris van sociale zaken Mark Rutte een pleidooi voor het drastisch terugbrengen van het aantal voorschriften voor gezondheid en veiligheid op het werk. Dat moet de inspiratie gevormd hebben voor de reductie van zestig procent fte, denkt de Arbo-medewerker. “Fuck de Arbo-wet! Zoiets scoort natuurlijk lekker op een VVD-bijeenkomst, maar inhoudelijk is het een losse flodder”, zegt hij. “Het burgerlijk wetboek is nog veel dikker dan de Arbo-wet en bevat óók tegenstrijdigheden. Moeten we het daarom drastisch inkorten? Rutte vergat ook te vertellen dat veel van de regels uit Brussel komen. Nederland kan zich daar niet zomaar aan onttrekken.”
Zestig procent minder Arbo-fte’s op de TU Delft gaat volgens de ondersteuner ten koste van de ziektepreventie. “Op de lange termijn zul je meer gevallen van beroepsziekte en meer ongelukken zien.”
De medewerker heeft een cynische kijk op de discussies rond de schetsontwerpen. “Techneuten die onthecht en afstandelijk kijken wat nu het beste is voor de TU Delft? Dat is een fraai beeld. Maar er komt ook ordinair ellebogenwerk bij kijken, hoor. Wat jij als groep wint, gaat weer ten koste van een andere groep. Tenzij de totale reductie van 450 fte zal worden losgelaten. Maar dat verwacht ik niet.”
De reorganisatie drukt de sfeer bij de Arbo-medewerkers, zegt de ondersteuner. “Ze praten er niet continu over, maar ze lopen er wel de hele dag over te piekeren. En dat heeft invloed op de kwaliteit van hun werk. Wat dat betreft kan deze reorganisatie me niet snel genoeg gaan.”
Dieet
Geen paniekstemming bij het Bureau Bestuurlijke Zaken en Communicatie van de faculteit Techniek, Bestuur en Management. “We zijn niet zo snel verontrust”, zegt drs. Marc Bosma.
Het Bureau werd drie jaar geleden opgericht om verschillende soorten interne en externe communicatie te bundelen, variërend van studentenwerving tot het werk van het bestuurssecretariaat. Bosma: “Je ziet de laatste jaren hoe bestuurlijke ondersteuning en marketing elkaar steeds meer raken.”
Onderzoek naar hoe TBM-medewerkers de interne en externe communicatie waardeerden, vormde één van de pijlers van het bureau. “Er bleek grote behoefte aan zaken als een goede intranetvoorziening en een elektronische nieuwsbrief van het managementteam van de faculteit”, vertelt Nel Platzek van de afdeling interne communicatie. “Die diensten hebben we opgezet, en nu vinden medewerkers dat ze veel beter op de hoogte worden gehouden van wat op de faculteit speelt.”
De reorganisatieplannen pakken naar het zich nu laat aanzien niet onverdeeld slecht uit voor het bureau. Want waar interne en externe communicatie in het schetsontwerp respectievelijk veertig en 35 procent fte moeten inleveren, kan facultaire bestuurlijke ondersteuning rekenen op 35 procent extra. Maar de scheidslijn tussen die twee gebieden is soms diffuus. Bosma: “Het secretariaat dat voor het managementteam van TBM een nieuwsbrief opstelt, valt dat onder bestuurlijke ondersteuning of interne communicatie? In het licht van de reorganisatie blijken zulke labels opeens heel belangrijk.”
Platzek vindt de voorgestelde reducties aan de hoge kant. “Het ziet er naar uit dat er meer werk op minder schouders terecht komt. Dat kan betekenen dat je harde keuzes moet gaan maken. Bij de studentenwerving, bijvoorbeeld. Educatieve TBM-games op het web en tijdens de voorlichtingsdagen gepresenteerde cases vallen misschien noodgedwongen af. Terwijl uit recent onderzoek op TBM blijkt dat docenten en aankomende studenten die zaken heel belangrijk vinden.”
Dat er bij de ondersteuning winst valt te behalen door nauwere samenwerking tussen faculteiten, staat voor Marc Bosma buiten kijf. “Daar zijn we zelf al druk mee bezig.” Maar de uitwerking van de schetsontwerpen moet niet te dogmatisch zijn. “Je kunt beter niet de mensen ontslaan die nu de nieuwe studenten helpen binnenhalen.” Bosma trekt de vergelijking met een dieet. “Een wat te zware organisatie die al te drastisch afslankt moet al heel snel veel nieuwe mensen aantrekken. Dan krijg je een jojo-effect.”
Alarm
“Ik sta soms verbaasd over de gelaten manier waarop ondersteuners op de reorganisatieplannen reageren”, zegt Jan Wallaart, hoofd algemene zaken van de afdeling biotechnologie. Hij heeft wel een verklaring. “Ook hier hebben we veel vijftigplussers onder de ondersteuners. Die denken: dan ga ik wel een paar jaar eerder weg. Doodzonde trouwens, want zo is er te weinig gelegenheid om aanwezige kennis over te dragen. Er is ook een zekere schroom: ach, het is goed voor de TU Delft, dus wie ben ik om bezwaar te maken?”
Wallaart schrok echter zo van de schetsontwerpen, dat hij met ondersteuners en hoogleraren ging praten. “Mensen raken bepaald niet enthousiast als ze de gevolgen beseffen.” Wat heet: in twee reacties geeft biotechnologie harde kritiek op de plannen. Uitvoering zou ten koste gaan van de veiligheid, de kwaliteit en de reputatie van biotechnologie zouden onherstelbare schade oplopen. ‘We slaan alarm voor het te laat is’, heet het in één van de brieven.
Naast de forse reductie in fte’s is het plan om alle ondersteunerstaken in één shared service centre onder te brengen de grootste steen des aanstoots. Wallaart: “Als je je verdiept in de vakliteratuur, ontdek je dat shared service centres geschikt zijn voor het bundelen van gestandaardiseerd ondersteunend werk. Voor een verzekeringsmaatschappij of een uitzendbureau is zoiets een uitkomst. Maar biotechnologie is geen verzekeringsmaatschappij.”
Wallaart geeft een voorbeeld. “Medewerkers van de instrumentmakerij kunnen onderzoek en onderwijs ondersteunen dankzij hun specialistische kennis. Die expertise moet je niet in een eenheidsworst persen.” Grootschaligheid is niet altijd een voordeel, vindt Wallaart. “Waarom zou onze instrumentmakerij niet zelfstandig mogen blijven? Ze is nog op de traditionele leest geschoeid, maar studenten en onderzoekers zijn er zeer tevreden over.”
Bij biotechnologie staat voor tien miljoen euro aan apparatuur. “Onze centrifuges om samples te scheiden hebben een snelheid van 20 duizend toeren per minuut”, zegt Wallaart. “Je moet er niet aan denken wat er kan gebeuren als iemand zonder de juiste expertise die dingen gaat bedienen.”
Hij noemt andere risico’s: micro-organismen die naar buiten kunnen ontsnappen als het personeel niet tot in de puntjes de klimaathuishouding beheerst, buitenlandse studenten die tijdig moeten leren dat je een fles met twintig liter helium niet op je schouders de trap mag afdragen. “De kwaliteitscontrole loopt ook gevaar. Neem de veiligheidsregels voor gedragscode voor biotechnologisch onderzoek: er moet tijdens een onderzoek iemand aanwezig zijn die er op toeziet dat men zich aan de door de overheid opgelegde regels houdt, en dat in een logboek vastlegt. Als zoiets niet meer gebeurt loop je het risico dat de overheid het laboratorium sluit.”
Samenvoegen van activiteiten kan nuttig zijn, geeft Wallaart toe. “Maar soms ontdek je dat er legitieme redenen zijn om dingen net iets anders te doen dan anderen. We hebben laatst bekeken of we bij het laten aanleveren van gassen niet met andere groepen binnen de TU Delft konden samenwerken. Dat bleek echter op praktische bezwaren te stuiten. En die hebben niks met onwil of verkokering te maken.”
Paniek bij de Arbo-dienst: “Bij de vorige reorganisatie is de bezetting al tot een minimum teruggebracht.”
Spiksplinternieuwe apparaten in het Kluyverlab van biotechnologie. “Je moet er niet aan denken wat er kan gebeuren als iemand zonder de juiste expertise die dingen gaat bedienen.” (Foto’s: Sam Rentmeester/FMAX)
Veel werknemers verkeren in grote onzekerheid. “Ik sta soms verbaasd over de gelaten manier waarop ondersteuners op de reorganisatieplannen reageren: ach, het is goed voor de TU Delft, dus wie ben ik om bezwaar te maken?” (Fotomontage: Sam Rentmeester/FMAX)
Bedrijfsartsen Niek Stolp en Eelco van Stokkom weten het van vorige reorganisaties. Als straks de gevolgen van de reorganisatie duidelijker worden, moeten ze rekening houden met meer drukte op hun spreekuur. Van Stokkom: “Tien tot twintig procent van de ondersteuners die de wacht krijgt aangezegd zal in de problemen raken. Sommige mensen liggen nachtenlang wakker van hun ontslag. Ze hebben dertig jaar hun best gedaan, en nu worden ze ontslagen. Hoe is dat mogelijk?”
Het is bekend dat mensen de kans dat zijzelf tijdens een reorganisatie zullen worden ontslagen stelselmatig te optimistisch inschatten, vertelt Stolp. “En hoe gaat dat met slecht nieuws? Mensen moeten het zes maal horen of lezen voor ze het tot zich laten doordringen. Vervolgens kunnen ze soms diep in de put raken.”
De bedrijfsartsen voeren intensieve gesprekken met deze ondersteuners. Stolp: “Mensen moeten accepteren dat ze echt hun baan kwijt zijn, en tegelijkertijd moeten ze hun gevoel van eigenwaarde hervinden. Dat is niet eenvoudig. Het kan een maand duren, soms ook een heel jaar.”
Waar nodig verwijzen de bedrijfsartsen hun patiënten door naar een specialist. Stolp: “Dat koppelen we dan terug naar de faculteit, want die moet natuurlijk wel de kosten betalen. Meestal gaat dat goed, maar soms loopt het weer stuk op een geldtekort. Dat vind ik wel jammer: alles lijkt tegenwoordig om geld te draaien.”
Niet iedereen wil praten, zo wordt al snel duidelijk. De redenen lopen uiteen. “Als manager speel ik straks misschien een rol bij de uitwerking van de reorganisatieplannen”, zegt iemand. “Dan is het wat dubbel om nu in het openbaar de rol van criticaster te spelen.” Veel mensen vinden het te vroeg voor een reactie: eerst willen ze gedetailleerde plannen zien. En soms zijn mensen bang om te praten. “De mensen die straks een beslissing over mijn toekomst nemen, lezen het artikel óók. Dat durf ik niet aan”, zegt een ict-ondersteuner die na overleg met het thuisfront toch maar afziet van een interview. Hij wil slechts kwijt dat hij zich zorgen maakt. “De kans dat ik mijn baan verlies is groot. Op mijn leeftijd heb ik niet zo veel kans om nieuw werk te vinden.”
Een Arbo-medewerker wil wel praten, maar anoniem. De fte-reductie bij Arbo-medewerkers van zestig procent noemt hij overkill. “Een reductie van dertig procent zou al een ramp zijn. Bij de vorige reorganisatie is de bezetting al tot een minimum teruggebracht.”
Begin juni hield de toenmalige staatssecretaris van sociale zaken Mark Rutte een pleidooi voor het drastisch terugbrengen van het aantal voorschriften voor gezondheid en veiligheid op het werk. Dat moet de inspiratie gevormd hebben voor de reductie van zestig procent fte, denkt de Arbo-medewerker. “Fuck de Arbo-wet! Zoiets scoort natuurlijk lekker op een VVD-bijeenkomst, maar inhoudelijk is het een losse flodder”, zegt hij. “Het burgerlijk wetboek is nog veel dikker dan de Arbo-wet en bevat óók tegenstrijdigheden. Moeten we het daarom drastisch inkorten? Rutte vergat ook te vertellen dat veel van de regels uit Brussel komen. Nederland kan zich daar niet zomaar aan onttrekken.”
Zestig procent minder Arbo-fte’s op de TU Delft gaat volgens de ondersteuner ten koste van de ziektepreventie. “Op de lange termijn zul je meer gevallen van beroepsziekte en meer ongelukken zien.”
De medewerker heeft een cynische kijk op de discussies rond de schetsontwerpen. “Techneuten die onthecht en afstandelijk kijken wat nu het beste is voor de TU Delft? Dat is een fraai beeld. Maar er komt ook ordinair ellebogenwerk bij kijken, hoor. Wat jij als groep wint, gaat weer ten koste van een andere groep. Tenzij de totale reductie van 450 fte zal worden losgelaten. Maar dat verwacht ik niet.”
De reorganisatie drukt de sfeer bij de Arbo-medewerkers, zegt de ondersteuner. “Ze praten er niet continu over, maar ze lopen er wel de hele dag over te piekeren. En dat heeft invloed op de kwaliteit van hun werk. Wat dat betreft kan deze reorganisatie me niet snel genoeg gaan.”
Dieet
Geen paniekstemming bij het Bureau Bestuurlijke Zaken en Communicatie van de faculteit Techniek, Bestuur en Management. “We zijn niet zo snel verontrust”, zegt drs. Marc Bosma.
Het Bureau werd drie jaar geleden opgericht om verschillende soorten interne en externe communicatie te bundelen, variërend van studentenwerving tot het werk van het bestuurssecretariaat. Bosma: “Je ziet de laatste jaren hoe bestuurlijke ondersteuning en marketing elkaar steeds meer raken.”
Onderzoek naar hoe TBM-medewerkers de interne en externe communicatie waardeerden, vormde één van de pijlers van het bureau. “Er bleek grote behoefte aan zaken als een goede intranetvoorziening en een elektronische nieuwsbrief van het managementteam van de faculteit”, vertelt Nel Platzek van de afdeling interne communicatie. “Die diensten hebben we opgezet, en nu vinden medewerkers dat ze veel beter op de hoogte worden gehouden van wat op de faculteit speelt.”
De reorganisatieplannen pakken naar het zich nu laat aanzien niet onverdeeld slecht uit voor het bureau. Want waar interne en externe communicatie in het schetsontwerp respectievelijk veertig en 35 procent fte moeten inleveren, kan facultaire bestuurlijke ondersteuning rekenen op 35 procent extra. Maar de scheidslijn tussen die twee gebieden is soms diffuus. Bosma: “Het secretariaat dat voor het managementteam van TBM een nieuwsbrief opstelt, valt dat onder bestuurlijke ondersteuning of interne communicatie? In het licht van de reorganisatie blijken zulke labels opeens heel belangrijk.”
Platzek vindt de voorgestelde reducties aan de hoge kant. “Het ziet er naar uit dat er meer werk op minder schouders terecht komt. Dat kan betekenen dat je harde keuzes moet gaan maken. Bij de studentenwerving, bijvoorbeeld. Educatieve TBM-games op het web en tijdens de voorlichtingsdagen gepresenteerde cases vallen misschien noodgedwongen af. Terwijl uit recent onderzoek op TBM blijkt dat docenten en aankomende studenten die zaken heel belangrijk vinden.”
Dat er bij de ondersteuning winst valt te behalen door nauwere samenwerking tussen faculteiten, staat voor Marc Bosma buiten kijf. “Daar zijn we zelf al druk mee bezig.” Maar de uitwerking van de schetsontwerpen moet niet te dogmatisch zijn. “Je kunt beter niet de mensen ontslaan die nu de nieuwe studenten helpen binnenhalen.” Bosma trekt de vergelijking met een dieet. “Een wat te zware organisatie die al te drastisch afslankt moet al heel snel veel nieuwe mensen aantrekken. Dan krijg je een jojo-effect.”
Alarm
“Ik sta soms verbaasd over de gelaten manier waarop ondersteuners op de reorganisatieplannen reageren”, zegt Jan Wallaart, hoofd algemene zaken van de afdeling biotechnologie. Hij heeft wel een verklaring. “Ook hier hebben we veel vijftigplussers onder de ondersteuners. Die denken: dan ga ik wel een paar jaar eerder weg. Doodzonde trouwens, want zo is er te weinig gelegenheid om aanwezige kennis over te dragen. Er is ook een zekere schroom: ach, het is goed voor de TU Delft, dus wie ben ik om bezwaar te maken?”
Wallaart schrok echter zo van de schetsontwerpen, dat hij met ondersteuners en hoogleraren ging praten. “Mensen raken bepaald niet enthousiast als ze de gevolgen beseffen.” Wat heet: in twee reacties geeft biotechnologie harde kritiek op de plannen. Uitvoering zou ten koste gaan van de veiligheid, de kwaliteit en de reputatie van biotechnologie zouden onherstelbare schade oplopen. ‘We slaan alarm voor het te laat is’, heet het in één van de brieven.
Naast de forse reductie in fte’s is het plan om alle ondersteunerstaken in één shared service centre onder te brengen de grootste steen des aanstoots. Wallaart: “Als je je verdiept in de vakliteratuur, ontdek je dat shared service centres geschikt zijn voor het bundelen van gestandaardiseerd ondersteunend werk. Voor een verzekeringsmaatschappij of een uitzendbureau is zoiets een uitkomst. Maar biotechnologie is geen verzekeringsmaatschappij.”
Wallaart geeft een voorbeeld. “Medewerkers van de instrumentmakerij kunnen onderzoek en onderwijs ondersteunen dankzij hun specialistische kennis. Die expertise moet je niet in een eenheidsworst persen.” Grootschaligheid is niet altijd een voordeel, vindt Wallaart. “Waarom zou onze instrumentmakerij niet zelfstandig mogen blijven? Ze is nog op de traditionele leest geschoeid, maar studenten en onderzoekers zijn er zeer tevreden over.”
Bij biotechnologie staat voor tien miljoen euro aan apparatuur. “Onze centrifuges om samples te scheiden hebben een snelheid van 20 duizend toeren per minuut”, zegt Wallaart. “Je moet er niet aan denken wat er kan gebeuren als iemand zonder de juiste expertise die dingen gaat bedienen.”
Hij noemt andere risico’s: micro-organismen die naar buiten kunnen ontsnappen als het personeel niet tot in de puntjes de klimaathuishouding beheerst, buitenlandse studenten die tijdig moeten leren dat je een fles met twintig liter helium niet op je schouders de trap mag afdragen. “De kwaliteitscontrole loopt ook gevaar. Neem de veiligheidsregels voor gedragscode voor biotechnologisch onderzoek: er moet tijdens een onderzoek iemand aanwezig zijn die er op toeziet dat men zich aan de door de overheid opgelegde regels houdt, en dat in een logboek vastlegt. Als zoiets niet meer gebeurt loop je het risico dat de overheid het laboratorium sluit.”
Samenvoegen van activiteiten kan nuttig zijn, geeft Wallaart toe. “Maar soms ontdek je dat er legitieme redenen zijn om dingen net iets anders te doen dan anderen. We hebben laatst bekeken of we bij het laten aanleveren van gassen niet met andere groepen binnen de TU Delft konden samenwerken. Dat bleek echter op praktische bezwaren te stuiten. En die hebben niks met onwil of verkokering te maken.”
Paniek bij de Arbo-dienst: “Bij de vorige reorganisatie is de bezetting al tot een minimum teruggebracht.”
Spiksplinternieuwe apparaten in het Kluyverlab van biotechnologie. “Je moet er niet aan denken wat er kan gebeuren als iemand zonder de juiste expertise die dingen gaat bedienen.” (Foto’s: Sam Rentmeester/FMAX)
Veel werknemers verkeren in grote onzekerheid. “Ik sta soms verbaasd over de gelaten manier waarop ondersteuners op de reorganisatieplannen reageren: ach, het is goed voor de TU Delft, dus wie ben ik om bezwaar te maken?” (Fotomontage: Sam Rentmeester/FMAX)
Bedrijfsartsen Niek Stolp en Eelco van Stokkom weten het van vorige reorganisaties. Als straks de gevolgen van de reorganisatie duidelijker worden, moeten ze rekening houden met meer drukte op hun spreekuur. Van Stokkom: “Tien tot twintig procent van de ondersteuners die de wacht krijgt aangezegd zal in de problemen raken. Sommige mensen liggen nachtenlang wakker van hun ontslag. Ze hebben dertig jaar hun best gedaan, en nu worden ze ontslagen. Hoe is dat mogelijk?”
Het is bekend dat mensen de kans dat zijzelf tijdens een reorganisatie zullen worden ontslagen stelselmatig te optimistisch inschatten, vertelt Stolp. “En hoe gaat dat met slecht nieuws? Mensen moeten het zes maal horen of lezen voor ze het tot zich laten doordringen. Vervolgens kunnen ze soms diep in de put raken.”
De bedrijfsartsen voeren intensieve gesprekken met deze ondersteuners. Stolp: “Mensen moeten accepteren dat ze echt hun baan kwijt zijn, en tegelijkertijd moeten ze hun gevoel van eigenwaarde hervinden. Dat is niet eenvoudig. Het kan een maand duren, soms ook een heel jaar.”
Waar nodig verwijzen de bedrijfsartsen hun patiënten door naar een specialist. Stolp: “Dat koppelen we dan terug naar de faculteit, want die moet natuurlijk wel de kosten betalen. Meestal gaat dat goed, maar soms loopt het weer stuk op een geldtekort. Dat vind ik wel jammer: alles lijkt tegenwoordig om geld te draaien.”
Comments are closed.