Education

Ontwerpen tussen sinaasappels en bananen

IO-student Jaap van Kemenade (23) werkte eind 2005 in Kenia aan een goedkope, gebruikersvriendelijke waterpomp voor diepe putten. En passant was hij getuige van een ‘sinaasappelrevolutie’.

Toen experts voorspelden dat het Nederlandse ‘nee’ tegen de Europese grondwet nog lang zou nadreunen, dachten ze waarschijnlijk niet aan Oost-Afrika. Maar ook Kenia hield vorig jaar een referendum over een nieuwe grondwet dat door de bevolking werd aangegrepen om een motie van wantrouwen tegen de regering uit te brengen. Aangemoedigd door het Europese voorbeeld wist het neekamp, gesymboliseerd door een sinaasappel, een overwinning te behalen op de regeringsgezinde ‘bananen’. Jaap van Kemenade kan er smakelijk over vertellen. Jowi, zijn contactpersoon op de Moi Universiteit, sleepte hem mee naar politieke bijeenkomsten, om de student uit Delft te laten zien dat Kenia een kwetsbare, maar levendige democratie is. Jowi was zo vriendelijk de geestigste passages in de opzwepende toespraken van het Swahili in het Engels te vertalen. Van Kemenade: “President Kibaki probeerde via wijzigingen in die grondwet veel macht naar zich toe te trekken. Dat dreef veel van zijn eigen ministers in het kamp van de oppositie.”

We zijn nu een paar maanden verder. Een poging van de regering om de Keniaanse media met invallen te intimideren heeft een storm van protest ontketend. En Van Kemenade is weer terug in Delft, waar hij zijn IO-master design for interaction wil afmaken. Als hij over zijn stage vertelt buitelen de verhalen over elkaar heen, en vaak onderbreekt hij zichzelf om een andere formulering te kiezen. Afrika blijkt moeilijk in een paar woorden te vangen, maar het is duidelijk dat hij een geweldige tijd heeft gehad.

Een paar jaar geleden raakte hij als bachelorstudent in de ban van de opvattingen van de tegendraadse ontwerper Victor Papanek (1927-1999). “Tijdens een college over de geschiedenis van industrieel ontwerpen kregen we ontwerpen van hem te zien: een transistorradio gemaakt van blikjes, autozitjes van karton. Ik dacht: zoiets wil ik ook gaan doen. Zo ben ik een stageplek in een ontwikkelingsland gaan zoeken. Afrika trok me het meest.” Victor Papanek baarde begin jaren zeventig opzien met het boek ‘Design for the real world’ waarin hij, geheel conform de tijdgeest, tegen de schenen van het designestablishment schopte en een lans brak voor duurzaam, goedkoop en lokaal te produceren design waar de mensen in ontwikkelingslanden ook als kleine ondernemer iets aan hadden. Juist door dat laatste aspect bestaat er nog steeds grote belangstelling voor zijn ideeën. Ook Van Kemenade voelde zich aangesproken. “Ik ontwerp graag dingen die nuttig zijn: de zoveelste nieuwe functie bedenken voor een mobieltje vind ik minder spannend. En ik houd van ‘primitieve’ ontwerpen met recyclebare materialen. Dat dwingt je om ter plekke te improviseren.”

Studenten aarzelen vaak over een stage in een ontwikkelingsland, maar Van Kemenade kende zulke twijfels niet. “Ik had een doel voor ogen, klaar.” Zelfs een stage in een vluchtelingenkamp werd door Van Kemenade even overwogen. “Maar dat was toch te heftig en bovendien niet erg praktisch.” Via Cicat vond hij een stageplek in het westen van Kenia, voor Afrikaanse begrippen een oase van rust en stabiliteit. Hij kon terecht op de technische faculteit van de Moi University, op zo’n dertig kilometer van de snel groeiende stad Eldoret. “Mijn contactpersoon Jowi was een fantastische gastheer. Hij reisde uren om me van het vliegveld af te halen, en stelde me voor aan zijn familie. Door hem ben ik Kenia beter gaan begrijpen.”

Van Kemenade wilde ter plekke beslissen wat hij zou ontwerpen. Op nieuwe werktuigen zaten Keniaanse boeren niet te wachten, zo bleek na een paar ‘creatieve sessies’. Maar een waterpomp die hoogstens vijftig dollar hoefde te kosten, dat was een ander verhaal.

Op het platteland van Kenia is het neerlaten van een emmer nog de gebruikelijke, tijdrovende manier om water uit diepe putten te halen. Waterpompen voor diepe putten zijn of te duur, of te zwaar om door kinderen en vrouwen te worden bediend, of lastig om te installeren. Van Kemenade wilde met een nieuw ontwerp die nadelen wegnemen. “Oorspronkelijk wilde ik samenwerken met Keniaanse studenten, maar die hadden het net erg druk. Bovendien kent de universiteit geen opleiding industrieel ontwerpen.” Net toen Van Kemenade er alleen voor leek te staan, meldde zich een ondersteuner die zei dat hij zich momenteel doodverveelde en heel graag mee wilde helpen. “Die ondersteuner, die William Obwar heet maar door iedereen op de campus ‘Papa’ werd genoemd, wist niet alleen hoe hij aan pvc-pijpen en ander materiaal moest komen, hij was door zijn enthousiasme en doorzettingsvermogen ook een enorme steun. We hebben soms tot half acht in de avond doorgewerkt.” Het laatste prototype dat Obwar en Van Kemenade voor het einde van de stage in beton wisten te gieten, bleek nog mankementen te vertonen. “Dat was even slikken. Maar ‘Papa’ bleef positief. Dat hielp me de teleurstelling te verwerken.”

Van Kemenade hoopt dat andere studenten . uit Kenia of uit Delft .het karwei nu afmaken. Zijn stageverslag staat vol werktekeningen en aanbevelingen: aanbevolen literatuur voor Delftse studenten die het komende jaar afreizen naar Eldoret.

IO-student Jaap van Kemenade en een ondersteuner van de Keniaanse Moi-universiteit testen een onderdeel van de nieuwe waterpomp. (Foto: Jaap van Kemenade)

Toen experts voorspelden dat het Nederlandse ‘nee’ tegen de Europese grondwet nog lang zou nadreunen, dachten ze waarschijnlijk niet aan Oost-Afrika. Maar ook Kenia hield vorig jaar een referendum over een nieuwe grondwet dat door de bevolking werd aangegrepen om een motie van wantrouwen tegen de regering uit te brengen. Aangemoedigd door het Europese voorbeeld wist het neekamp, gesymboliseerd door een sinaasappel, een overwinning te behalen op de regeringsgezinde ‘bananen’. Jaap van Kemenade kan er smakelijk over vertellen. Jowi, zijn contactpersoon op de Moi Universiteit, sleepte hem mee naar politieke bijeenkomsten, om de student uit Delft te laten zien dat Kenia een kwetsbare, maar levendige democratie is. Jowi was zo vriendelijk de geestigste passages in de opzwepende toespraken van het Swahili in het Engels te vertalen. Van Kemenade: “President Kibaki probeerde via wijzigingen in die grondwet veel macht naar zich toe te trekken. Dat dreef veel van zijn eigen ministers in het kamp van de oppositie.”

We zijn nu een paar maanden verder. Een poging van de regering om de Keniaanse media met invallen te intimideren heeft een storm van protest ontketend. En Van Kemenade is weer terug in Delft, waar hij zijn IO-master design for interaction wil afmaken. Als hij over zijn stage vertelt buitelen de verhalen over elkaar heen, en vaak onderbreekt hij zichzelf om een andere formulering te kiezen. Afrika blijkt moeilijk in een paar woorden te vangen, maar het is duidelijk dat hij een geweldige tijd heeft gehad.

Een paar jaar geleden raakte hij als bachelorstudent in de ban van de opvattingen van de tegendraadse ontwerper Victor Papanek (1927-1999). “Tijdens een college over de geschiedenis van industrieel ontwerpen kregen we ontwerpen van hem te zien: een transistorradio gemaakt van blikjes, autozitjes van karton. Ik dacht: zoiets wil ik ook gaan doen. Zo ben ik een stageplek in een ontwikkelingsland gaan zoeken. Afrika trok me het meest.” Victor Papanek baarde begin jaren zeventig opzien met het boek ‘Design for the real world’ waarin hij, geheel conform de tijdgeest, tegen de schenen van het designestablishment schopte en een lans brak voor duurzaam, goedkoop en lokaal te produceren design waar de mensen in ontwikkelingslanden ook als kleine ondernemer iets aan hadden. Juist door dat laatste aspect bestaat er nog steeds grote belangstelling voor zijn ideeën. Ook Van Kemenade voelde zich aangesproken. “Ik ontwerp graag dingen die nuttig zijn: de zoveelste nieuwe functie bedenken voor een mobieltje vind ik minder spannend. En ik houd van ‘primitieve’ ontwerpen met recyclebare materialen. Dat dwingt je om ter plekke te improviseren.”

Studenten aarzelen vaak over een stage in een ontwikkelingsland, maar Van Kemenade kende zulke twijfels niet. “Ik had een doel voor ogen, klaar.” Zelfs een stage in een vluchtelingenkamp werd door Van Kemenade even overwogen. “Maar dat was toch te heftig en bovendien niet erg praktisch.” Via Cicat vond hij een stageplek in het westen van Kenia, voor Afrikaanse begrippen een oase van rust en stabiliteit. Hij kon terecht op de technische faculteit van de Moi University, op zo’n dertig kilometer van de snel groeiende stad Eldoret. “Mijn contactpersoon Jowi was een fantastische gastheer. Hij reisde uren om me van het vliegveld af te halen, en stelde me voor aan zijn familie. Door hem ben ik Kenia beter gaan begrijpen.”

Van Kemenade wilde ter plekke beslissen wat hij zou ontwerpen. Op nieuwe werktuigen zaten Keniaanse boeren niet te wachten, zo bleek na een paar ‘creatieve sessies’. Maar een waterpomp die hoogstens vijftig dollar hoefde te kosten, dat was een ander verhaal.

Op het platteland van Kenia is het neerlaten van een emmer nog de gebruikelijke, tijdrovende manier om water uit diepe putten te halen. Waterpompen voor diepe putten zijn of te duur, of te zwaar om door kinderen en vrouwen te worden bediend, of lastig om te installeren. Van Kemenade wilde met een nieuw ontwerp die nadelen wegnemen. “Oorspronkelijk wilde ik samenwerken met Keniaanse studenten, maar die hadden het net erg druk. Bovendien kent de universiteit geen opleiding industrieel ontwerpen.” Net toen Van Kemenade er alleen voor leek te staan, meldde zich een ondersteuner die zei dat hij zich momenteel doodverveelde en heel graag mee wilde helpen. “Die ondersteuner, die William Obwar heet maar door iedereen op de campus ‘Papa’ werd genoemd, wist niet alleen hoe hij aan pvc-pijpen en ander materiaal moest komen, hij was door zijn enthousiasme en doorzettingsvermogen ook een enorme steun. We hebben soms tot half acht in de avond doorgewerkt.” Het laatste prototype dat Obwar en Van Kemenade voor het einde van de stage in beton wisten te gieten, bleek nog mankementen te vertonen. “Dat was even slikken. Maar ‘Papa’ bleef positief. Dat hielp me de teleurstelling te verwerken.”

Van Kemenade hoopt dat andere studenten . uit Kenia of uit Delft .het karwei nu afmaken. Zijn stageverslag staat vol werktekeningen en aanbevelingen: aanbevolen literatuur voor Delftse studenten die het komende jaar afreizen naar Eldoret.

IO-student Jaap van Kemenade en een ondersteuner van de Keniaanse Moi-universiteit testen een onderdeel van de nieuwe waterpomp. (Foto: Jaap van Kemenade)

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.