Education

Op naar de zelfvoorzienende stad

Leven met water is het adagium voor de 21ste eeuw, de eeuw van klimaatverandering en verstedelijking. Rivieren worden verbreed en weilanden worden wateropslaggebieden. Maar volgens Delftse wetenschappers moeten juist steden op de schop.

“Heel Rotterdam zou een groot wateropslaggebied kunnen worden”, zegt promovendus ir. Rutger de Graaf van civiele techniek al bladerend door een toekomstvisie van de gemeente Rotterdam. ‘Rotterdam Waterstad 2035’, staat erop. Door de hele stad lopen plassen, grachten en slootjes. “De ambtenaren die aan deze toekomstvisie hebben gewerkt waren vol inspiratie. Maar hoe zorg je er nou voor dat het ook echt van de grond komt?”

De Graaf werkt sinds kort samen met collega dr.ir. Frans van de Ven mee aan het overheidsproject ‘Leven met Water’. Het is een soort onderzoeksprogramma, brainstormclub en overlegorgaan in één, waar honderden onderzoekers, ambtenaren en managers uit het bedrijfsleven aan meedoen. Het deelproject waaraan de Delftenaren werken heet ‘De gesloten stad’. Dit project gaat veel verder dan veel van de initiatieven die de overheid stimuleert, zoals drijvende huizen. Volgens de promovendus moet er heel anders tegen steden aangekeken worden. Water- en energiekringlopen moeten veel meer gesloten worden. De Graaf: “In Nederland worden tot 2030 naar schatting een miljoen nieuwe huizen gebouwd. Deze gigantische urbanisatie zal een stuk minder problemen opleveren als steden deels in hun eigen water- en energiebehoefte voorzien. Het niet-stedelijke gebied staat al genoeg onder druk.”

Van groot belang is dat er veel meer grachten en plassen worden aangelegd in steden. “Overtollig water kan er bij dreigende overstroming en hevige regenval in opgevangen worden. Maar dat niet alleen. De grachten kunnen door allerlei biologische processen water zuiveren. En er kan energie uit gewonnen worden met warmtewisselaars, doordat grachtwater net iets warmer is dan de buitenlucht”, aldus De Graaf.

De Graaf onderzoekt met name welke maatschappelijke en institutionele veranderingen er moeten plaatsvinden voordat nieuwe creatieve ideeën gerealiseerd kunnen worden. Transitiemanagement, of systeeminnovatie heet dit met een duur woord. “De gemeente kan wel zo’n mooie waterstad willen creëren, maar de dagelijkse praktijk is dat ze zich wat waterhuishouding betreft vooral bezighoudt met het onderhoud van het riool.

De komende drie maanden onderzoekt de Graaf of er draagvlak is bij bewoners en betrokken organisaties van de Rotterdamse wijken Pendrecht en Zuidwijk voor de aanleg van grachten en plassen. En deze zomer beginnen de twee Delftenaren met een onderzoek naar de zuiverende werking van grachten in Amsterdam.” Als we zorgen voor stromend zuurstofrijk water met planten en bepaalde micro-organismen die verontreiniging afbreken, kunnen we van grachten een grote zuiverende sloot maken”, verwacht Van de Ven. “In 2030 kunnen de watergangen in steden zulke zuiverende krachten hebben dat ze ook het water uit het omliggende platteland filteren.”

“Heel Rotterdam zou een groot wateropslaggebied kunnen worden”, zegt promovendus ir. Rutger de Graaf van civiele techniek al bladerend door een toekomstvisie van de gemeente Rotterdam. ‘Rotterdam Waterstad 2035’, staat erop. Door de hele stad lopen plassen, grachten en slootjes. “De ambtenaren die aan deze toekomstvisie hebben gewerkt waren vol inspiratie. Maar hoe zorg je er nou voor dat het ook echt van de grond komt?”

De Graaf werkt sinds kort samen met collega dr.ir. Frans van de Ven mee aan het overheidsproject ‘Leven met Water’. Het is een soort onderzoeksprogramma, brainstormclub en overlegorgaan in één, waar honderden onderzoekers, ambtenaren en managers uit het bedrijfsleven aan meedoen. Het deelproject waaraan de Delftenaren werken heet ‘De gesloten stad’. Dit project gaat veel verder dan veel van de initiatieven die de overheid stimuleert, zoals drijvende huizen. Volgens de promovendus moet er heel anders tegen steden aangekeken worden. Water- en energiekringlopen moeten veel meer gesloten worden. De Graaf: “In Nederland worden tot 2030 naar schatting een miljoen nieuwe huizen gebouwd. Deze gigantische urbanisatie zal een stuk minder problemen opleveren als steden deels in hun eigen water- en energiebehoefte voorzien. Het niet-stedelijke gebied staat al genoeg onder druk.”

Van groot belang is dat er veel meer grachten en plassen worden aangelegd in steden. “Overtollig water kan er bij dreigende overstroming en hevige regenval in opgevangen worden. Maar dat niet alleen. De grachten kunnen door allerlei biologische processen water zuiveren. En er kan energie uit gewonnen worden met warmtewisselaars, doordat grachtwater net iets warmer is dan de buitenlucht”, aldus De Graaf.

De Graaf onderzoekt met name welke maatschappelijke en institutionele veranderingen er moeten plaatsvinden voordat nieuwe creatieve ideeën gerealiseerd kunnen worden. Transitiemanagement, of systeeminnovatie heet dit met een duur woord. “De gemeente kan wel zo’n mooie waterstad willen creëren, maar de dagelijkse praktijk is dat ze zich wat waterhuishouding betreft vooral bezighoudt met het onderhoud van het riool.

De komende drie maanden onderzoekt de Graaf of er draagvlak is bij bewoners en betrokken organisaties van de Rotterdamse wijken Pendrecht en Zuidwijk voor de aanleg van grachten en plassen. En deze zomer beginnen de twee Delftenaren met een onderzoek naar de zuiverende werking van grachten in Amsterdam.” Als we zorgen voor stromend zuurstofrijk water met planten en bepaalde micro-organismen die verontreiniging afbreken, kunnen we van grachten een grote zuiverende sloot maken”, verwacht Van de Ven. “In 2030 kunnen de watergangen in steden zulke zuiverende krachten hebben dat ze ook het water uit het omliggende platteland filteren.”

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.