‘Zeer goed en met soms onderzoek van internationaal niveau’, oordeelde de visitatiecommissie onlangs over het Delftse onderzoeksinstituut OTB.Volgens de commissie heeft OTB een goede vooruitgang geboekt in wetenschappelijk opzicht ten opzichte van zes jaar geleden, toen de vorige visitatie plaatsvond.
OTB doet onderzoek op het gebied van wonen, bouwen, de gebouwde omgeving en geo-informatie.
De visitatiecommissie vindt dat de internationale wetenschappelijke output van OTB goed is gegroeid en is te spreken over de bedrijfsmatige aanpak van het instituut. Wel is het van belang dat het OTB voldoende handelingsruimte behoudt en de eigen reserves kan benutten voor fundamenteel onderzoek.
De commissie, bestaande uit zeven buitenlandse en twee Nederlandse experts op hetzelfde onderzoeksgebied als het OTB, heeft de kwaliteit van het OTB onderzocht over de periode 1997 tot en met 2002.
Wetenschappelijk directeur van het OTB, prof.dr. Peter Boelhouwer, is zeer tevreden over de uitslag van de commissie. ,,We hebben op al onze zes onderzoeksprogramma’s goed gescoord. Ook de programma’s van de secties geo-informatica en GIS-technologie die er het laatste bij zijn bijgekomen.”
Volgens de commissie ligt de grootste uitdaging voor het
onderzoeksinstituut de komende jaren bij een goede integratie van
het geodesieonderzoek, omdat dit het onderzoeksdomein van OTB kan versterken. Verder zou het instituut meer de internationale onderzoeksagenda kunnen bepalen. Boelhouwer ziet dat niet zitten: ,,Wij willen juist een brug slaan tussen toegepast en fundamenteel onderzoek. Voor ons instituut werkt het het prettigst als we vijftig procent van onze inkomsten uit contractonderzoek halen en de andere helft uit de universiteit.”(IL)
oordeelde de visitatiecommissie onlangs over het Delftse onderzoeksinstituut OTB.
Volgens de commissie heeft OTB een goede vooruitgang geboekt in wetenschappelijk opzicht ten opzichte van zes jaar geleden, toen de vorige visitatie plaatsvond. OTB doet onderzoek op het gebied van wonen, bouwen, de gebouwde omgeving en geo-informatie.
De visitatiecommissie vindt dat de internationale wetenschappelijke output van OTB goed is gegroeid en is te spreken over de bedrijfsmatige aanpak van het instituut. Wel is het van belang dat het OTB voldoende handelingsruimte behoudt en de eigen reserves kan benutten voor fundamenteel onderzoek.
De commissie, bestaande uit zeven buitenlandse en twee Nederlandse experts op hetzelfde onderzoeksgebied als het OTB, heeft de kwaliteit van het OTB onderzocht over de periode 1997 tot en met 2002.
Wetenschappelijk directeur van het OTB, prof.dr. Peter Boelhouwer, is zeer tevreden over de uitslag van de commissie. ,,We hebben op al onze zes onderzoeksprogramma’s goed gescoord. Ook de programma’s van de secties geo-informatica en GIS-technologie die er het laatste bij zijn bijgekomen.”
Volgens de commissie ligt de grootste uitdaging voor het
onderzoeksinstituut de komende jaren bij een goede integratie van
het geodesieonderzoek, omdat dit het onderzoeksdomein van OTB kan versterken. Verder zou het instituut meer de internationale onderzoeksagenda kunnen bepalen. Boelhouwer ziet dat niet zitten: ,,Wij willen juist een brug slaan tussen toegepast en fundamenteel onderzoek. Voor ons instituut werkt het het prettigst als we vijftig procent van onze inkomsten uit contractonderzoek halen en de andere helft uit de universiteit.”(IL)
Comments are closed.